Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Lees verder “Sjamanisme”

Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Lees verder “Het manicheïsme”

Faits divers (36)

Caligula en Roma (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer onder andere Caligula, de Zijderoute en een nieuwe expositie in Leiden. Maar eerst een huishoudelijke mededeling.

***

Huishoudelijke mededeling

Het gebeurt me elke dag wel – en niet zelden meer dan eens – dat iemand me een filmpje stuurt over een veronderstelde oudheidkundige ontdekking, waarbij ik dan de vraag krijg voorgelegd of het waar is. Uiteraard is het vererend dat mensen erop vertrouwen dat ik het wel weet. En het is fijn dat mensen in de smiezen hebben dat je niet alles moet geloven wat onder het mom van archeologie of klassieken wordt beweerd.

Lees verder “Faits divers (36)”

Faits divers (34)

Meisje in toga (© Museo de Navarra)

Een nieuwe lente, een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: allerlei kleine, onsamenhangende berichtjes. Daarom heet de rubriek ook faits divers.

***

Toga

De toga geldt als een Romeins mannenkledingstuk. Meer precies, een kledingstuk voor heren die op chique wilden gaan. De dichter Vergilius typeerde de Romeinen als gens togata, getogeerd volk, en keizer Augustus citeerde die woorden toen hij decreteerde dat heren op het Forum Romanum goed gekleed dienden te gaan. Voor mij kwam het vrij onverwacht dat in het noorden van Spanje een standbeeld van iemand, gehuld in een toga, blijkt te hebben toebehoord aan een jonge vrouw. Was het iemand die tot man was “gepromoveerd”? Vergiste de bronsgieter zich? Begrijpen we Romeinse gender-rollen niet goed?

Lees verder “Faits divers (34)”

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

Lees verder “De gouden helm van Coțofenești”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

Een bijl uit Margiana

Een bijl uit Margiana (Louvre, Parijs)

In de afdeling Nabije Oosten in het Louvre in Parijs is momenteel een kleine expositie van voorwerpen die normaal gesproken in het Metropolitan Museum in New York zijn. Er zijn duizend redenen om naar het Louvre te gaan, maar deze tentoonstelling behoort er niet toe: het gaat namelijk om zegge en schrijve tien objecten. Die liggen dan naast voorwerpen uit het Louvre die er enigszins op lijken, wat in museale koeterwaals dan heet dat ze een dialoog aangaan.

Een van de Amerikaanse voorwerpen is bovenstaande bijl. Het voorwerp komt – en eigenlijk klinkt dit verdacht – uit een na de Iraanse Revolutie van 1979 naar de Verenigde Staten overgebrachte collectie van een Iraanse verzamelaar. Ik heb niet kunnen achterhalen waar die verzamelaar de bijl heeft verworven, maar het voorwerpje behoort tot het zogeheten Bactria-Margiana Archaeological Complex (BMAC). Dat is een bronstijdcultuur uit het zuiden van Turkmenistan en Oezbekistan en het noorden van Afghanistan, die u moet plaatsen tussen 2200 en 1700 v.Chr. Ze kenmerkt zich door opvallend grote burchten – ik heb Gonur Deppe weleens genoemd – en handelscontacten met India, de (Indo-Europese) Andronovo-cultuur en Mesopotamië.

Lees verder “Een bijl uit Margiana”

Herakles in Xinjiang

Niet Herakles maar Vajrapani (Musée Guimet, Parijs)

In het Musée Guimet in Parijs fotografeerde ik onlangs bovenstaande kop. Een tête à l’expression farouche, zo las ik op het bordje met uitleg, dat verder meldde dat dit woest kijkende heerschap afkomstig was uit de kleine Tempel 1 te Toqquz Sarai in Tumxuk. Het is gemaakt in de late vierde eeuw na Chr. en met een leeuwenhuid over het hoofd is het natuurlijk Herakles – of zoiets.

Boeddhistische kunst

Tumxuk ligt in Xinjiang, dus in het uiterste westen van het huidige China, aan de Zijderoute. Toen de Kushana’s heersten over Centraal-Azië, tussen de eerste eeuw v.Chr. en de vierde eeuw na Chr., verspreidde het Mahayana-boeddhisme zich vanuit de Punjab naar Afghanistan, Oezbekistan en door de Fergana-vallei over de Pamir naar Xinjiang. En met het boeddhisme kwam kunst als deze mee. We noemen het weleens Gandara-kunst en daar zit een flinke scheut hellenistische invloed in.

Lees verder “Herakles in Xinjiang”

2x Animal Style

“Animal Style” uit Siberië (Musée Guimet, Parijs)

Wie begint op de Hongaarse poesta en de Donau volgt, komt bij de Zwarte Zee. Daar begint de Pontische vlakte. Die strekt zich uit naar het oosten, tot voorbij de Kaspische Zee, tot aan het Altaigebergte. Even verderop begint de Siberische steppe, die zich uitstrekt tot in Manchurije. Anders geformuleerd: er is een vrijwel onafgebroken, eindeloos lange zone van grasland dwars door Azië en oostelijk Europa.

Steppenomaden

In de Oudheid was dit het gebied van de steppenomaden. Als we het hebben over Centraal-Eurazië, heet dat “centraal” omdat de nomaden het centrum vormden van een wereld waarin de schrijvende volken de periferie vormen: China, Tibet, India, Perzië, Anatolië, Griekenland, het Romeinse Rijk. Steeds opnieuw ontstonden in dit centrum nieuwe groepen, die doorgaans van oost naar west trokken. De verklaring daarvoor is dat de regio van Manchurije en Mongolië erg droog is, en dat de weiden naar het westen toe steeds groener werden. De Altaj is de enige hindernis, en ik heb me laten vertellen dat de valleien groen en vruchtbaar zijn en makkelijk te passeren.

Lees verder “2x Animal Style”