De Saksen

Luit van der Tuuk, die u wellicht kent van zijn boeiende boeken over de Franken, Dorestad, de Friezen (e-book), Bonifatius en de Vikingen, heeft alweer een mooi boek geschreven. Het heet gewoon De Saksen, en dat is, zoals hij in de inleiding al aangeeft, een kneedbaar begrip. Eeuwenlang waren de Saksen vooral degenen die door anderen werden aangeduid als de Saksen.

De eerste Saksen

Het probleem is niet eens zozeer dat de Saksen lange tijd “people without history” zijn geweest, die zelf geen bronnen schreven. Zeker, we kennen ze aanvankelijk vooral uit de beschrijvingen van Romeinse en Frankische auteurs, die hun beschouwden als barbaarse tegenstanders. Maar het feitelijke probleem is wezenlijker. De Romeinse en Frankische bronnen zijn namelijk niet alleen vooringenomen, ze zijn voor heel schaars en heel ambigu.

Lees verder “De Saksen”

Wie waren de Langobarden?

Langobardisch kruis (Trezzo sull’Adda, Museo civico, Milaan)

Alsof we nog niet genoeg lectuur hebben over Ǧibrīl ibn Nūḥ, nog even een blogje n.a.v. aantrekkelijk onderzoek naar de migratie van de Langobarden. Dat is een goed bekende groep die in de zesde eeuw in noordelijk Italië – kort daarvoor Byzantijns geworden – een koninkrijk stichtte. Daarvandaan breidden de Langobarden geleidelijk hun macht naar het zuiden uit. De paus voelde zich onvoldoende beschermd door de keizer en voldoende bedreigd door zijn noorderburen om  de hulp in te roepen van de Franken.

Het traditionele verhaal, te vinden bij Paulus de Diaken, is dat de Langobarden in de loop der eeuwen vanaf de benedenloop van de Elbe naar Hongarije zijn getrokken en daarvandaan naar Italië. Dat is echter een verhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan: volk komt van de randen der aarde naar het centrum van de Middellandse Zee en wordt steeds beschaafder, christelijker. Wetenschappers weten al heel lang dat de aantallen migranten klein waren en hooguit een nieuwe elite waren boven de bestaande bevolking. Simpel gezegd: de Byzantijnse elite maakte plaats voor een Langobardische.

Lees verder “Wie waren de Langobarden?”

De Baiuvaren: herintegratie

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

In het vorige stukje over de Baiuvaren noemde ik al een lange reeks bevolkingsgroepen: de oorspronkelijke Romeinse bevolking, achtergebleven Hunnen, Sueben, immigrerende Alamannen, Gotische troepen. Al met al een behoorlijke mix. Grafvondsten bewijzen ook de aanwezigheid van immigranten uit het Oostzeegebied en mensen uit het noordwesten, die we wellicht Franken mogen noemen. Ik voeg de Hunse bruiden uit het oosten toe, waarover ik zes jaar geleden al eens blogde. En uit deze mix moeten de Baiuvaren zijn ontstaan. Hun naam documenteert nóg een groep landverhuizers, want de Germaanse vorm van hun naam, *Bajawarjōz, verwijst naar Bohemen.

Het archeologisch bewijs

Het historisch en naamkundig bewijs lijkt dus te suggereren dat een groep die ooit had gewoond aan de bovenloop van de Elbe, naar Raetia is getrokken, de macht heeft overgenomen en een zekere stabiliteit geschapen. Daarna is men het gebied en alle bewoners naar hen gaan vernoemen. Dit is natuurlijk wat speculatief, maar de archeologische data wijzen in dezelfde richting. In het huidige Tsjechië verdwijnt namelijk in de loop van de vijfde eeuw het zogeheten Friedenhain-Přešťovice-keramiek, terwijl dat langs de Donau steeds vaker opduikt.

Lees verder “De Baiuvaren: herintegratie”

De Baiuvaren: desintegratie

Laat-Romeinse mantelspeld (Archäologische Staatssammlung, München)

Ik heb het onlangs gehad over de Baiuvaren, zeg maar de voorgangers van het Duitse Beieren. De schakel tussen de Baiuvaren en de deelstaat is het middeleeuwse hertogdom. Wat ooit een stam – ik gebruik deze term even met een slag om de arm – was geweest, werd onder een eigen hertog (dux) opgenomen in het Frankische Rijk. Toen dat later uiteenviel en het Duitse rijk ontstond, bleef dit stamhertogdom intact, en daaruit is dus het huidige Beieren ontstaan. De continuïteit is er – maar hoe begon die? Wie waren die Baiuvaren of Baiovaren?

Oudste vermeldingen

Je kunt natuurlijk kijken naar de oudste naamsvermelding. Die vinden we in een rond 520 na Chr. geschreven tekst die bekendstaat als de Frankische Volkentabel, een soort stamboom van de Germaanse volken. Hierin staat dat de Baiuvaren afstamden van ene Boguar. Als ik toevoeg dat de Saksen volgens de auteur van dit werkje de nakomelingen zijn van ene Saxo, de Vandalen van ene Wandalus, de Franken van Francus en de Britten van Britto, dan heeft u al voldoende beeld van de kwaliteit van de Volkentabel. Desondanks leren we dat de Baiuvaren golden als Germaans volk.

Lees verder “De Baiuvaren: desintegratie”

Archäologische Staatssammlung, München

Sieraden van een Baiuvaarse dame (Archäologische Staatssammlung, München)

Diluviale regens in zuidelijk Duitsland, ook in München, en de meteorologische dienst had een waarschuwing afgegeven: “Gefahr für Leib und Leben durch Überflutungen von Straßen/Unterführungen sowie gewässernahen Gebäuden; mögliche Erdrutsche.” Volmaakt museumweer dus. En daarom bezochten mijn betere helft en ik afgelopen zaterdag de Archäologische Staatssammlung. Het museum met de nationale collectie van Beieren is een maand geleden na een verbouwing heropend.

En het is een triomf. Zeg maar iets in de orde van het Akropolismuseum. De verzameling zelf is indrukwekkend, er zit een heldere visie achter de opstelling en die visie is ook effectief uitgewerkt. Het museum is nog niet helemaal klaar, overigens. De toelichting in het Engels en Beiers is nog niet overal aanwezig en er zijn nog geen tentoonstellingen. Althans niet in het museumgebouw; op verschillende plekken in de stad is aangegeven wat daar is opgegraven. Wie bijvoorbeeld vanaf de Odeonsplatz de Hofgarten binnenloopt, kan daar ontdekken dat hier ooit een Romeins reliëfje is opgegraven. Maar ook al is er nog geen tentoonstelling in het museum zelf, de collectie is klaar en staat prachtig opgesteld. Het personeel heeft er zin in en je voelt je welkom.

Lees verder “Archäologische Staatssammlung, München”

De zwerftocht van de Vandalen

Reliëf met afbeelding van het paleis van Córdoba uit de Vandaalse tijd (Archeologisch Museum, Córdoba)

Een nieuwe donderdag, een nieuw stukje over Een kennismaking met de oude wereld, het handboek van De Blois en Van der Spek dat ik de afgelopen maanden heb becommentarieerd. We zijn inmiddels aanbeland bij de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen, en omdat ik momenteel ben in Tunesië, moeten we het maar eens hebben over de Vandalen.

Germaanse en Iberische Vandalen

Het in deze reeks al besproken landkaartje in het handboek suggereert dat de Vandalen vanuit Germaans Polen deels naar het zuiden trokken en deels naar het westen. Onze bronnen vermelden bij de groepen die in de vroege vijfde eeuw de Rijn overstaken, inderdaad Vandalen, samen met de Alanen. Ze trokken dwars door Gallië en bereikten [V]Andalusië, waar ze zich vestigden. De handboekauteurs schrijven:

Lees verder “De zwerftocht van de Vandalen”

Etniciteit in de Romeinse Maasvallei

Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik blogde gisteren over Al-‘Ula, de oase aan de rand van de antieke wereld. Ik vertelde dat oudheidkundigen het pluriforme karakter van de toenmalige samenleving reconstrueerden aan de hand van het gebruik van diverse talen. Ook de vereerde goden, afkomstig uit de hele regio van Syrië tot en met Jemen, vormden een aanwijzing. Wat geldt voor Saoedi-Arabië, geldt ook voor de andere uithoek van de oude wereld: de Lage Landen. Omdat volgende week in Leiden een expositie begint over de villa’s van Romeins Limburg, gaan we eens kijken in de Maasvallei.

Eerste constatering: na de genocidale campagne waarmee Julius Caesar de Eburonen had uitgeroeid, was het landschap betrekkelijk leeg. Er zullen heus wel wat mensen zijn geweest, maar pollenonderzoek toont dat akkers werden opgegeven en bossen terrein wonnen. Het voorbeeld dat ik ken is Jülich en hoe representatief dat is weet ik eigenlijk niet. Hoe dat ook zij: er was ruimte voor nieuwkomers. En die kwamen inderdaad.

Lees verder “Etniciteit in de Romeinse Maasvallei”

Siegfried, held van Nederland

Hagen doodt Siegfried, muurschildering uit Xanten

Een klein berichtje dat gisteren mijn aandacht trok: in Xanten wordt het Siegfriedmuseum (waarover ik wel vaker heb geschreven) bedreigd met sluiting. Nu eet men de soep doorgaans niet zo heet als die wordt opgediend. Vooralsnog wordt sluiting alleen maar onderzocht en museale collega’s uit Bocholt, aan de overzijde van de Rijn, schieten het Siegfriedmuseum te hulp, maar het is toch ietwat verontrustend. Er zijn wereldwijd slechts twee musea gewijd aan het middeleeuwse Nibelungenlied en zijn helden. En straks resteert misschien wel alleen het museum in Worms.

Toegegeven, het Siegfriedmuseum is het Louvre of het Vaticaan niet. Gevestigd in het oude gebouw van het archeologisch museum, is het vrij klein en wat onoverzichtelijk. En het gaat meer over het gebruik – en, zo u wil, misbruik – van de sage dan over de sage zelf. Daarvoor moet u in Worms zijn. Ik had in Xanten de indruk dat de loop er nooit echt in is gekomen. Maar toch. Xanten is wel de stad van Siegfried en de hoofdstad van wat in het Nibelungenlied “Nederland” heet: het noordelijke van twee koninkrijken aan de Rijn. Net als de Zwaanridder, die in zowel Nijmegen als Kleef aan land zou zijn gestapt, behoort tot Siegfried tot het gedeelde Duits-Nederlandse erfgoed. Frankisch, om zo te zeggen.

Lees verder “Siegfried, held van Nederland”

Albiobola, of: het Nachleben van een soepkapel

De stenen waarop “Albiobola” staat vermeld

In 1826 maakte de sloophamer een eind aan het “soeplokaal” van de stad Utrecht. In de volksmond heette het gebouwtje op het Domplein (waar inderdaad soep aan behoeftigen werd verstrekt) de “Soepkapel”. En met reden: het was in de tiende eeuw z’n leven begonnen als “Heilig-Kruiskapel”, later ook wel “Thomaskapel” genoemd, gebouwd van sloopmateriaal van een nog door Willibrord (ca. 700) gestichte kerk. De inmiddels bouwvallige kapel had al eeuwen geen religieuze functie meer en werd nu dus opgeruimd, samen met de brokstukken van het in 1674 ingestorte schip van de Domkerk. Op de plaats waar de laatste stenen van de Soepkapel uit de grond werden gehaald kwam een grote gedenksteen met “Hier stond de Kapel van St. Thomas”.

Lees verder “Albiobola, of: het Nachleben van een soepkapel”

Het Teutoburgerwoud: drie perspectieven

Kalkriese, waar sporen zijn gevonden van de slag in het Teutoburgerwoud

Wat er in een antieke tekst staat: het is maar hoe je gewend bent te lezen. Een archeoloog leest anders dan een classicus, die weer anders leest dan een oudhistoricus. Ik bedoel nu niet dat de classicus de tekst leest in de originele taal en nuanceringen herkent die zijn collega’s niet zien. Het gaat me om een wezenlijker punt. Ik zal het illustreren met een voorbeeld uit de Romeinse geschiedschrijver Tacitus.

In zijn Annalen, gepubliceerd rond 120 na Chr., blikt hij terug op de regering van keizer Tiberius, een eeuw daarvoor. Generaal Germanicus was bezig met enkele expedities om de veldtekens te heroveren die de Germanen hadden buitgemaakt tijdens de slag in het Teutoburgerwoud:

Ze waren nu niet ver van het Saltus Teutoburgiensis waar, naar men zei, de overblijfselen van Varus en zijn legioenen nog onbegraven lagen.noot Tacitus, Annalen 1.60.3.

Lees verder “Het Teutoburgerwoud: drie perspectieven”