Sadduceeën (2)

Maquette van de tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

[Tweede deel van een stuk over de sadduceeën. Het eerste ging een uur geleden online en is hier.]

Hypothesen op hypothesen stapelen

Als de hogepriester Ananos II inderdaad een sadducee was, en het lijkt me niet zinvol dat te betwijfelen, is het niet al te ver gezocht aan te nemen dat ook zijn vader Ananos I (de Annas uit Handelingen 4.6), zijn vijf broers, zijn neef en zijn zwager Kajafas sadduceeën waren. Dat betekent dat de sadduceeën in vijfendertig van de zestig jaren tussen 6 en 66 na Chr. in Jeruzalem het hoogste religieuze gezag uitoefenden.

Het kunnen er zelfs meer zijn als het waar is dat ook de families van Boethos, Kathros en Fiabi sadduceeën waren. Dan hadden de sadduceeën het hogepriesterschap in feite gemonopoliseerd, maar het bewijs voor deze families is zwakker dan dat voor de familie van Ananos. We dreigen, met andere woorden, hypothesen op hypothesen te gaan stapelen.

Lees verder “Sadduceeën (2)”

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Ananos I medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Ester niet te hebben erkend.

Lees verder “Sadduceeën (1)”

Filon van Byblos over de berg Kasios

El op een stèle uit het museum in Aleppo

Een tijdje geleden blogde ik over de Grieks-Romeinse auteur Filon van Byblos, een tijdgenoot van keizer Hadrianus. Samenvattend: Filon schreef een achtdelige Geschiedenis van Fenicië, die we kennen uit citaten bij latere auteurs, zoals de Voorbereiding tot het Evangelie van bisschop Eusebios. Hierdoor weten we dat Filon gebruik maakte van een oud overzicht van de oosterse mythologie, dat zou zijn geschreven door ene Sanchouniathon.

Filon van Byblos of Sanchouniathon?

Wat Filon over die bron vertelt, geeft ons reden om te aarzelen. Sanchouniathon zou bijvoorbeeld hebben geleefd vóór de Trojaanse Oorlog en aan de oeroude verhalen een rationele uitleg hebben gegeven. Die rationalisering bestond uit euherisme, dat wil zeggen dat Sanchouniathon de goden presenteerde als koningen van vroeger. Dit is een in de vierde eeuw v.Chr. doorgebroken manier om te kijken naar inmiddels vreemd geworden oude mythen. Zo kon Alexander de Grote de Indische goden moeiteloos gelijkstellen aan Dionysos en Herakles. Dat waren in deze visie koningen als hij, die ook waren getrokken door de Indusvallei.

Lees verder “Filon van Byblos over de berg Kasios”

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

De Vierde Grot van Qumran ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen van die tekst en het natrekken van parallellen in de joodse literatuur, maar ik heb er de laatste tijd de rust niet voor. Vandaag heb ik echter wel een verwant stukje. Er is namelijk een nieuwe – zegt men – theorie over Qumran, dat wil zeggen het gebouw bij de grotten waarin de Dode-Zee-rollen zijn gevonden. U vindt het artikel hier en in elk geval Ha’aretz is enthousiast: “New Study Solves the Mystery of the Dead Sea Scrolls”. De Israëlische krant legt uit:

Scholars have struggled how to explain the lack of more permanent residences at Qumran, but a new theory suggests that the grounds served as a religious competitor to Jerusalem.

Ik denk dat ik de drie eerste woorden voor mijn rekening kan nemen. Het vergt wat uitleg dat scholars have struggled.

Lees verder “Nieuws of geen nieuws uit Qumran”

Josephus over Johannes de Doper

Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

De afgelopen weken heb ik op zondag geblogd over Johannes de Doper. We hebben diverse bronnen over het optreden van de mentor van Jezus van Nazaret.

  • Ik beschreef de aankondiging van Johannes’ geboorte, zoals beschreven in Lukas 1, in het stukje over de hoorn der redding.
  • Ik behandelde Marcus2-9 in de context van de joodse rituele baden, een handeling waarmee iemand steeds weer zijn rituele reinheid kon herstellen; Johannes’ doopsel leek erop maar gebeurde maar één keer.
  • Uit de bron Q is er het overzicht van Johannes’ prediking , die bekendstaat als het “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Lukas’ weergave bevat een inlas met een verrassend universalistische strekking.
  • Uit  Q komt ook Jezus’ oordeel over zijn leermeester: het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19)., waarover ik vorige week al schreef.
  • Het verhaal van de executie (Marcus 6.14-29) heb ik al eens behandeld in een stukje over Salome, die niet de wulpse verleidster was die de westerse traditie ervan heeft gemaakt, en in een stukje over het ongebruikelijke Latijnse woord speculator. (Ik vind dit laatste een van de aardigste stukjes die ik ooit schreef.)
  • Volgende week wil ik ingaan op de ontmoeting tussen Jezus en de Doper zoals beschreven in het evangelie van Johannes (Johannes 1.19-42), op een staartje uit het tweede Baptist Block en op de relatie tussen de leerlingen van de twee mannen nadat beide waren geëxecuteerd (Handelingen 19.1-7).

Lees verder “Josephus over Johannes de Doper”

WvdK | De val van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

Over de ondergang van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. heb ik vorig jaar uitgebreid geblogd en ik wil er nu niet al teveel over schrijven. U leest het hier allemaal maar na. Onze voornaamste bron is Flavius Josephus, die geen verschrikking onvermeld laat en desondanks de aandacht weet vast te houden. Josephus is absoluut een van de boeiendste klassieke auteurs en mag zeker niet ontbreken in het reeksje bronnen dat ik hier tijdens de Week van de Klassieken aan u voorleg.

Josephus is echter een auteur met een agenda. Hij presenteert de vernietiging van Jeruzalem als het resultaat van de rebelse houding van mensen die niet wilden luisteren naar de Joodse elite, de Sicariërs. Hun obstinate houding en hun geweld zouden al zijn begonnen aan het begin van de jaartelling en daarna zou het van kwaad tot erger zijn gegaan. Josephus kan echter geen continuïteit van het geweld documenteren voor de eerste decennia van de eerste eeuw, wat voldoende is om zijn theorie terzijde te schuiven. Hoe het wel zit, is voor een andere gelegenheid. In het volgende leest u over de laatste uren van het Joodse Jeruzalem: de nacht van 6 op 7 september 70. Aan het einde geeft Josephus zijn favoriete zondebokken nog even een trap na.

Lees verder “WvdK | De val van Jeruzalem”

Misverstand: Brand in Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

Misverstand: De joodse tempel brandde per ongeluk af

In 66 kwamen de Joden in opstand tegen Rome. De onafhankelijkheid duurde ongebruikelijk lang, maar in de zomer van 70 heroverde de Romeinse generaal Titus, de latere keizer, Jeruzalem. De tempel werd geplunderd en brandde af. Hierdoor moesten de joden hun religie opnieuw vorm geven: een religie zonder tempel, zonder politiek centrum en zonder erkende religieuze autoriteit. Slechts twee joodse groepen kwamen deze klap te boven: vanuit de farizeeën ontstond het huidige rabbijnse jodendom en vanuit de aanhangers van Jezus van Nazaret ontstond het christendom.

De twee religies hebben sindsdien geen al te vriendelijke relatie, en daarmee is de tempelbrand een van de weinige gebeurtenissen uit de Oudheid met nog altijd actuele gevolgen. De geschiedschrijver Flavius Josephus suggereert dat de brand de wil van God was:

Lees verder “Misverstand: Brand in Jeruzalem”

Misverstand: Hangende tuinen

Wat dit beeld van Jacquel Brel in Brussel te maken heeft met de hangende tuinen van Babylon, ontdekt u aan het einde van dit blogje.

Misverstand: In Babylon waren Hangende Tuinen

Terwijl in Italië en Griekenland de eerste steden ontstonden, werden de oeroude steden van het Nabije Oosten verenigd in één wereldrijk, dat aanvankelijk werd bestuurd door de Assyriërs uit het noorden van Irak, en na 612 door de Babyloniërs, die leefden aan de benedenloop van de Eufraat en de Tigris. Hun hoofdstad Babylon gold als de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten. Sommige monumenten zijn beroemd geworden, zoals de stadspoort die tegenwoordig staat in het Vorderasiatisches Museum in Berlijn of de negentig meter hoge tempeltoren die was gewijd aan de oppergod Marduk: de “Toren van Babel”. Niet minder fameus zijn de Hangende Tuinen die koning Nebukadnezar II (r. 605-562) zou hebben laten bouwen voor zijn koningin, een jonge vrouw uit het huidige Iran die terugverlangde naar de bergen van haar vaderland.

Deze tuinen worden genoemd door verschillende Griekse auteurs: de geograaf Strabon, de historicus Flavius Josephus, de ingenieur Filon van Byzantion en Kleitarchos, die een biografie schreef van Alexander de Grote. Dat boek is verloren gegaan maar wordt geciteerd door de Siciliaanse historicus Diodoros en diens Romeinse collega Curtius Rufus. Bronnen genoeg dus. Het beeld dat we krijgen is dat van een tuinencomplex van anderhalve hectare groot, even hoog als de stadsmuren en rustend op zware fundamenten van natuursteen.

Lees verder “Misverstand: Hangende tuinen”

Bar Kochba, het sterrenkind (1)

Masada

Een vijand verslaan is één ding, het gebied pacificeren een ander. Traditioneel werkten de Romeinen in nieuw-verworven gebieden samen met de bestaande elite, die enerzijds het prestige had om haar onderdanen te bewegen Romeinse maatregelen te aanvaarden en anderzijds op de Romeinse steun aangewezen was om aan de macht te blijven.

Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers, zodat de uiterlijke vormen van de romanisering, zoals de beheersing van Latijn of Grieks, al gauw waarneembaar werden. Wie hogerop wilde, nam dit over, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

In Judea faalde dit mechanisme. De elite die de Romeinen in 6 na Chr. had welkom geheten was behulpzaam geweest, maar de hoge belastingdruk had het volk tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. moesten de pacificatie en romanisering opnieuw beginnen, en er was geen elite om mee samen te werken.

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (1)”

Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden”