De Karolingische Renaissance: slot

De Dom van Aken, met achteraan het graf van Karel de Grote

[Dit is het slot van een blogreeks over de Karolingische Renaissance. Het eerste van de vier blogjes was hier.]

De naam “Karolingische Renaissance” is eigenlijk wat misleidend. Het woord “renaissance” betekent immers zoiets als “wedergeboorte” en het is overdreven te zeggen dat de antieke cultuur herleefde. De kloosterscholen waren een noodoplossing omdat het onmogelijk was het aloude onderricht in de steden een nieuwe impuls te geven. Het stedelijk leven was immers in verval geraakt. Wat in de abdijen mogelijk was aan onderwijs, was bovendien erg beperkt. Feitelijk werden van zeven vrije kunsten er slechts vier beoefend: sterrenkunde en de triviale vakken. Over arithmetica, geometria en musica vernemen we weinig. Het wiskundeonderwijs zou nog eeuwen stiefmoederlijk worden bedeeld.

Johannes Scottus

Desondanks wist Karel de Grote het scholingspeil te verhogen, al bleef het niveau lager dan het was geweest in de tijd van Boëthius en Cassiodorus, de vroege zesde eeuw. Uitzonderingen daargelaten waren de Karolingische geleerden vooral bezig zich het oude Latijnse materiaal opnieuw eigen te maken. Bijna niemand beheerste het Grieks en vertalers stonden daarom in hoog aanzien. Illustratief is de negende-eeuwse filosoof Johannes Scotus. Deze publiceerde enkele oorspronkelijke ideeën, maar daarin waren slechts weinigen geïnteresseerd; dat zijn naam niet werd vergeten, is vooral te danken aan zijn vertaling van enkele Griekse neoplatoonse werken.

Lees verder “De Karolingische Renaissance: slot”

De Karolingische Renaissance (3)

Misschien wel de beste representatie van de Karolingische Renaissance: geleerden presenteren een nieuw leerboek

[Dit is het derde blogje over de Karolingische Renaissance. Het eerste deel was hier.]

De Karolingische geleerden, die ik in mijn vorige stukje introduceerde, beperkten zich niet tot het toezicht op de monniken. Ze vervaardigden ook nieuwe leermiddelen, stortten zich onbesuisd op de neoplatoonse filosofie en bestudeerden het Latijn.

Leermiddelen

Eerst de leermiddelen van de Karolingische Renaissance. Voor het eerst in ruim twee eeuwen werden die weer vervaardigd. Zo kwamen er bloemlezingen uit het oeuvre van de kerkvaders, waaruit de leerling geacht werd de Latijnse spelling te leren en de juiste wijze om een betoog te ordenen. Als de leerling hiervan kennis had genomen, kon hij zich richten op de argumentatieleer. Daarbij moest hij op vragen antwoorden door passages aan te halen uit erkende autoriteiten als Martianus Capella, Boëthius, Cassiodorus en Isidorus van Sevilla. Alcuinus schreef enkele leerboekjes en verzamelde bovendien vraagstukken om de leerlingen te oefenen in logisch denken, zoals ons raadsel van de wolf, de kool en de geit.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (3)”

De Karolingische Renaissance (2)

Karel de Grote, de initiator van de Karolingische Renaissance (Louvre, Parijs).

[Dit is het tweede blogje in een reeks over de Karolingische Renaissance. Het begin vindt u hier.]

De “Karolingische Renaissance”, zoals historici de culturele ambities van Karel de Grote noemen, had tot doel van de Europeanen een gens sacrata te maken, een “geheiligd volk”. Daar zat een somber mensbeeld achter, namelijk dat de mensen niet in staat waren op eigen kracht het goede te doen. Volgens de kerkvader Augustinus was het daarom een van de belangrijkste taken van de overheid de ingezetenen te behoeden voor de alomtegenwoordige zonde en hen te helpen op het moeizame pad der deugd. Een tweede reden om de heiliging van het Frankische volk ter hand te nemen was dat een aan God gewijd volk mocht hopen op Zijn steun. Steun die hard nodig was. De christelijke volken hadden immers veel terrein verloren aan de Arabieren met hun nieuwe geloof, de islam. Dat kon alleen betekenen dat God ontevreden was over zijn christenen.

Misstanden?

Gedurende zijn ruim vijfenveertigjarige regering deed Karel de Grote daarom verscheidene pogingen misstanden te corrigeren. De kopieeractiviteit waarover ik al schreef, was slechts één aspect. In het voorwoord van de Algemene vermaning (789) vergeleek hij zich met de bijbelse koning Josia, die een ethisch reveil onder zijn volk had bewerkstelligd. Vervolgens gaf Karel een overzicht van tweeëntachtig bepalingen die de kerkelijke concilies en synodes hadden uitgevaardigd. Allerlei praktijken werden hiermee buiten de wet gesteld, en daarbij moeten we niet alleen denken aan zaken als bloedwraak maar ook aan het verzinnen van namen voor aartsengelen.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (2)”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

Het verdronken klooster van Stavoren

Kaart uit 1853/56 van Stavoren, met links “De steenen” en rechts daarvan de begraafplaats.

Stavoren is een van de trotse elf steden van Friesland, of Fryslân zoals men ter plekke zegt, maar het hoge woord moet eruit: het is alleen een stad in de zin dat het middeleeuwse stadsrechten bezit. Tegenwoordig is Stavoren vooral een jachthaven, een aanlegplaats van de veerpont naar Enkhuizen en een tussenstop in de Elfstedentocht. Stavoren is een schaduw van wat het ooit is geweest.

Hanzestad Stavoren

In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo en de naam, Oud-Fries voor “bij de palen”, zal betrekking hebben gehad op het grote palenscherm bij de vroegere haven aan de Vlie (de verbinding tussen de Waddenzee en de Almere). Door de golven te breken zorgde dit scherm ervoor dat schepen veilig konden aanmeren.

Lees verder “Het verdronken klooster van Stavoren”

Tunesië onder de Aghlabiden

Moskee van Kairouan

In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.

Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.

Lees verder “Tunesië onder de Aghlabiden”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Geliefd boek: River Kings

Het begint met een kraal. Een kraal van carneool, afkomstig uit Gujarat in India. En teruggevonden in een graf uit het eind van de negende eeuw in Repton in Midden-Engeland. Bio-archeoloog Cat Jarman van de Universiteit van Bristol gebruikt de kraal in River Kings als rode draad om de Vikingen te volgen van Engeland via Scandinavië en Oekraïne naar Constantinopel en verder. Dat doet ze niet met een fictieverhaal, maar door het oplossen van archeologische en historische puzzels.

Jarman beschrijft de vondsten en de antwoorden – als die er zijn – en legt ook het proces en de methoden helder uit. Zo leer je ook als historisch onderlegde lezer veel nieuws over de Vikingen en over de snelle ontwikkelingen in de onderzoeksmethoden. Want Jarman staat met haar werk aan het front van wat Jona de DNA-revolutie noemt.

Lees verder “Geliefd boek: River Kings”

Kunst uit Xinjiang

Boeddhistisch “halffiguur” uit Shorchuk, Xinjiang (Humboldtforum, Berlijn)

Ik heb wel vaker geschreven over de Zijderoute: de handelsweg door Centraal-Azië die de Mediterrane wereld, Mesopotamië en Iran verbindt met Xinjiang en China. De reiziger die vanaf het westen komt, trekt over de Pamir en bereikt Kashgar, waar zich vanuit India een tweede handelsweg bij de Zijderoute voegt. In Kashgar heeft de reiziger de keuze tussen een zuidelijke en een noordelijke route om de Taklamakanwoestijn heen richting Dunhuang, waar de hoofdweg naar China begint. Langs beide routes moet de reiziger van oase naar oase trekken. Enkele oases langs de noordrand staan bekend als die van de Turfan-laagte. Hier liggen de Kizil-grotten, beroemd om hun laatantieke wandschilderingen.

De vondsten uit Turfan

Ik wist dat Duitse onderzoekers hier ooit allerlei vondsten hadden gedaan: teksten in het Tochaars en Sogdisch, boeddhistische objecten, documentatie over het manicheïsme en het nestoriaanse christendom. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn vanuit Berlijn, met steun van de keizer en de firma Krupp, namelijk vier expedities richting Turfan vertrokken. Die keerden terug met kisten vol archeologische vondsten. Ze waren niet de enige ontdekkingsreizigers, overigens. De Kizil-grotten zijn bijvoorbeeld ontdekt door Japanse archeologen. In dezelfde tijd keerde ook Aurel Stein naar Europa terug met kisten vol manuscripten.

Lees verder “Kunst uit Xinjiang”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”