Het verdronken klooster van Stavoren

Kaart uit 1853/56 van Stavoren, met links “De steenen” en rechts daarvan de begraafplaats.

Stavoren is een van de trotse elf steden van Friesland, of Fryslân zoals men ter plekke zegt, maar het hoge woord moet eruit: het is alleen een stad in de zin dat het middeleeuwse stadsrechten bezit. Tegenwoordig is Stavoren vooral een jachthaven, een aanlegplaats van de veerpont naar Enkhuizen en een tussenstop in de Elfstedentocht. Stavoren is een schaduw van wat het ooit is geweest.

Hanzestad Stavoren

In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo en de naam, Oud-Fries voor “bij de palen”, zal betrekking hebben gehad op het grote palenscherm bij de vroegere haven aan de Vlie (de verbinding tussen de Waddenzee en de Almere). Door de golven te breken zorgde dit scherm ervoor dat schepen veilig konden aanmeren.

Lees verder “Het verdronken klooster van Stavoren”

Geliefd boek: Kenko

Sei Shonagons Hoofdkussenboek, waaraan in de rubriek “geliefde boeken” drie jaar geleden aandacht is besteed, is door de Belgische vertaler Jos Vos meesterlijk vertaald en becommentarieerd. De auteur leefde tussen ongeveer 966 en 1017 en was tussen ongeveer 993 en 1000 in dienst van de Japanse keizerin Teishi. Het hoofdkussenboek biedt geen doorlopend verhaal. Het zijn losse invallen en observaties, vaak in de vorm van lijstjes, over wat Sei Shonagon zoal bezighield aan het hof: rituelen, spelletjes, feestdagen, gedichtjes en minnaars. Het is verbluffend hoe goed we sommige van haar opmerkingen van duizend jaar geleden nog kunnen herkennen.

Toen in 2020 Kenko. De kunst van het nietsdoen verscheen, eveneens vertaald door Jos Vos, en als tekst duidelijk geïnspireerd door Het hoofdkussenboek, heb ik het meteen gelezen. Het boek bestaat eveneens uit bespiegelingen en observaties. Yoshida Kenko (1284-1350) was aanvankelijk verbonden aan het keizerlijke hof, trok zich na de dood van zijn keizer in 1303 terug en werd in 1313 monnik. Dat geeft hem bij zijn teksten een ruimere blik op de wereld dan de schrijfster van Het hoofdkussenboek. Volgens de vertaler heeft Kenko grote invloed op de Japanse literatuur gehad. Kenko is goed thuis in de Chinese klassieken. Destijds niet ongewoon, maar het behoeft toelichting en die geeft de vertaler ook.

Lees verder “Geliefd boek: Kenko”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Het Jaar 1000 (2): Crisis?

Rond het jaar 1000 gemaakt reliëfje van Otto II, Christus en Theophanu (Musée de Cluny, Parijs)

Kort voor het jaar 1000, waarover ik gisteren een korte reeks begon, ontving Gerbert van Aurillac (de latere paus Sylvester II) een kort geschrift van de Brabantse edelman Adelbold. Die vertelde dat volgens hem het volume van een bol altijd verachtvoudigde als men de straal verdubbelde. Brugklasstof tegenwoordig, maar let wel: Adelbold was een geleerd man – hij noemt zichzelf scholasticus – en zou het mede daardoor nog brengen tot bisschop van Utrecht. Het is niet helemaal eerlijk dat de eerste bij naam bekende wiskundige uit de Lage Landen tegenwoordig wel eens wordt genoemd om te illustreren hoe laag het peil van het middeleeuws onderwijs was. Adelbold zocht tenminste naar antwoorden. Maar het is waar: de onderwijshervormingen van Karel de Grote hadden bitter weinig uitgehaald.

Autoriteitsgeloof

Ondertussen realiseerden de West-Europese politici zich, zoals we al zagen, dat het Romeinse Rijk werkelijk voorbij was. Geestelijken constateerden dat de ideeën van de kerkvaders inmiddels zo ver van hen afstonden, dat ze eigenlijk onbegrijpelijk waren. Bovendien was evident dat de mensheid er ook fysiek slechter aan toe was dan in het verleden: de Bijbel bewees zonneklaar dat mensen ooit zo oud werden als Metusalem, maar in de elfde eeuw lag de gemiddelde levensduur aanzienlijk lager. En aangezien wijsheid met de jaren pleegt te komen, vonden de elfde-eeuwers zichzelf intellectueel de minderen van de oude Joden, Grieken, Romeinen en kerkvaders.

Lees verder “Het Jaar 1000 (2): Crisis?”

Het Jaar 1000 (1): Politiek

Otto III, keizer in het jaar 1000; links van hem Gerbert van Aurillac

De grenzen van de Oudheid zijn niet arbitrair en liggen bij pakweg 3000 v.Chr. en 650 na Chr. Tussen die twee data bestonden ruwweg vergelijkbare economische en sociaal-culturele structuren. Daarvóór beschikken we over alleen archeologische data, in de Oudheid hebben we daarnaast ook geschreven informatie maar nog altijd te weinig, en na 650 na Chr. krijgen we eindelijk redelijk wat geschreven informatie. In West-Europa bereiken we dat punt van voldoende geschreven informatie pas later, ergens rond het jaar 1000. Op de ene plek in Europa wat vroeger, op de andere wat later, maar de Oudheid was definitief voorbij.

Alle reden om nog eens naar dat roemruchte an mil te kijken, zeker nu het Rijksmuseum van Oudheden over dat onderwerp een expositie organiseert die op vrijdag 13 oktober begint. Die gaat vooral over Nederland. Ik wilde nog eens kijken naar West-Europa in zijn geheel. Hoe zat het ook alweer met de Volle Middeleeuwen? Waarom is het culturele leven van de Late Middeleeuwen zo anders dan in de Vroege Middeleeuwen / Late Oudheid? De transitie is interessant, maar ik heb er al jaren niet meer naar omgezien. Kortom, tijd voor een aantal blogjes. Bloggen is immers heerlijk om je geheugen op te frissen.

Lees verder “Het Jaar 1000 (1): Politiek”

Het jaar 1000: vroege globalisering?

Zoals ik zojuist beschreef, toont Daan Nijssen in Alle wegen leiden naar Babel hoe de grote handelswegen in het oude Nabije Oosten en de Mediterrane wereld groeiden. De Chinezen hoefden alleen maar in te pluggen in een bestaand netwerk. Dat is waar Nijssens verhaal eindigt. Het boek van Valerie Hansen, The Year 1000, pakt de draad een ruim millennium later op als de ontstane handelsnetwerken een schaalvergroting zouden hebben ondergaan.

In de woorden van Hansen, die geschiedenis doceert aan de Yale-universiteit, begon de globalisering rond het Jaar 1000. Dat is een samengestelde bewering die haar dwingt twee dingen te bewijzen:

  1. er was zoiets als globalisering,
  2. die begon rond 1000.

Dat laatste is natuurlijk slechts een nummer. Historici hebben vanouds een ambigue houding ten opzichte van l’an mil, waarvan ze enerzijds weten dat het geen keerpunt was, maar dat ze anderzijds graag gebruiken als signaalwoord om aandacht te trekken. “Globalisering” is ook geen fijn woord. Hansen focust op handel en heeft het soms ook over geweld, maar haar essentialistische beeld van religie laat haar geen ruimte voor wederzijdse beïnvloeding tussen de wereldgodsdiensten, die toch ook hoort bij het algemene culturele proces. Zelfs als we haar conceptuele vaagheid accepteren, is The Year 1000 echter mislukt. Hansen kan het eerste deel van haar stelling illustreren, niet méér, en bewijst het tweede geheel niet.

Lees verder “Het jaar 1000: vroege globalisering?”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

Mozaïek uit de Hagia Sofia

[Tweede van drie blogs over het Byzantijnse Rijk. Het eerste was hier.]

De Byzantijnse geschiedenis begint op het moment dat de Romeinse keizers Constantinopel in gebruik namen als voornaamste keizerlijke residentie. Wie een datum zoekt, zou 11 mei 330 kunnen noemen, maar iedereen begrijpt dat het niet op een dag eerder of later steekt. De geschiedenis eindigt in elk geval op een heel precies moment: op 29 mei 1453. Toen veroverde de Ottomaanse sultan Mehmet II de stad. Ik blogde er al eens over. Historici verdelen het tussenliggende millennium in drie perioden.

Justinianus

De eerste daarvan, van 330 tot 867, is te typeren als ontstaan, crisis en voortbestaan. Tijdens de regering van Justinianus (r.527-565) deden de Byzantijnen een laatste poging de westelijke provincies van het voormalige Romeinse Rijk te heroveren. Dit plan slaagde grotendeels: generaal Belisarius heroverde de rijke provincies in Italië en Afrika, de steden in Libië verjongden (de Ananeosis) en Byzantijns goud kocht invloed in Frankisch Gallië en Visigotisch Spanje. De hervonden eenheid werd gevierd met de bouw van de kerk van de Heilige Wijsheid, de Hagia Sofia, in Constantinopel. De prijs voor de hereniging was echter hoog. Justinianus moest de Sassanidische Perzen afkopen en kreeg te maken met stevig verzet, bijvoorbeeld in Ostrogotisch Italië.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei”

Kort Irakees (1): Al-Haytham

Al-Haytham

Ik kan over het reizen in Irak natuurlijk allerlei spannende verhalen vertellen. Over onze bewapende begeleider of over ons escorte. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar de simpele waarheid is dat reizen in Irak zo avontuurlijk niet is. Hotels zijn goed, sanitair functioneert, eten is prima. weer is lekker, mensen zijn vriendelijk. En vooral: de mensen vinden het leuk dat je belangstelling toont voor hun land. Mooi zou ik het vlakke, vervuilde en verstedelijkte gebied tussen Eufraat en Tigris niet willen noemen, boeiend is het echter wel. Ik wil wat stukjes schrijven over alledaagse zaken die me opvielen. Gewoon, om tegenover het vele nare nieuws over Irak eens wat positiefs te zetten.

Al-Haytham

Eerst maar eens iets over het bovenstaande bankbiljet van 10.000 dinar, een kleine zes euro. Daar kun je met z’n tweeën prima van lunchen in de plaatselijke horeca. De afgebeelde persoon is de Irakese geleerde Al-Haytham, die leefde van 965 tot 1039. Op andere bankbiljetten staan beroemde gebouwen en de Wetten van Hammurabi (waarover binnenkort meer). Zoals zoveel landen gebruikt Irak zijn geld om mensen iets te tonen waarop elke ingezetene trots kan zijn. En Al-Haytham, die in West-Europa bekendstaat als Alhazen, verdient de onderscheiding dubbel en dwars. Hij is de grondlegger van de optica. Maar er is meer.

Lees verder “Kort Irakees (1): Al-Haytham”