
Het is absurd als een voormalige staatssecretaris van Defensie en gewezen brigadegeneraal van een verslagen leger zich aandient in de hoofdstad van een bevriende natie, en daar aankondigt in zijn eentje de strijd te willen voortzetten tegen een onoverwinnelijk lijkende vijand. Het wordt nog absurder als hij zijn doelen ook haalt. Dat is het verhaal van Charles de Gaulle tussen 1940 en 1944 en het verhaal van de twee Franse speelfilms die momenteel in de Nederlandse bioscopen zijn te zien.
Laten we eerlijk zijn: ze tuimelen weleens over het randje van het pathetische. Als tegen het einde van deel II de poëzie het overneemt, denk ik alleen maar “ik wou dat we snel door kunnen naar de volgende scène”. Gelukkig zijn de pathetische scènes kort en staat er veel tegenover. Er is duidelijk geld geïnvesteerd om iets moois te maken, en dat is ook gelukt. En een verhaal over een man die in z’n eentje de wereld bestormt én wint, is natuurlijk niet stuk te krijgen.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.