Farizeeër: een lelijk scheldwoord

“Laten we niet op farizeïsche wijze uitleg willen geven aan alles achter elke komma”: met die woorden probeerde minister van Justitie Piet Hein Donner ooit een discussie kort te sluiten die zijns inziens dreigde te verzanden in detailkwesties (bron). Hij was niet de enige die de farizeeën, de erflaters van het hedendaagse jodendom, negatief typeerde. Een liedje uit de Tweede Wereldoorlog typeerde NSB-ers als farizeeërs die hun vaderland verkochten voor zes centen. De online-versie van het Van Dale-woordenboek omschrijft de farizeeër als “schijnheilige, huichelaar”.

Er staat niet bij dat het een scheldwoord is. Maar dat is het wel. En we weten zelfs wie het die betekenis heeft gegeven. Daarvoor moeten we bijna tweeduizend jaar terug.

Lees verder “Farizeeër: een lelijk scheldwoord”

Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

Lees verder “De Palatijn”

Pamfylië

Korakesion

Pamfylië: eigenlijk iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt heeft er wel eens van gehoord, maar het is ook een onbekend gebied. Je rijdt er doorheen als je van oostelijk Turkije langs de kustweg naar het westen gaat. Voor toeristen is Aspendos vermoedelijk de voornaamste plek om te stoppen, wellicht gevolgd door een bezoek aan het museum van Antalya als er in die stad wordt overnacht.

Pamfylië is een kuststrook, gevormd door de afzettingen van drie rivieren: de Kestros, de Eurymedon en de Melas. Ze monden uit in de Middellandse Zee, die hier de Golf van Antalya wordt genoemd. In het westen ligt Lycië, in het noorden liggen nog altijd de dennenbossen van Pisidië en in het oosten gaat Pamfylië over in Cilicië. Het grensfort had een oude Luwische naam waarin de Grieken hun woord Korakesion hoorden, “kraaiennest”. Het is het huidige Alanya.

Lees verder “Pamfylië”

Hellenistisch en Romeins Cilicië

Een van de Hellenistische steden in Cilicië was Olba, het Romeinse Diocaesarea

[Laatste van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]

De Hellenistische periode

Na de dood van Alexander de Grote in Babylon op 11 juni 323 v.Chr., was Cilicië inzet van allerlei conflicten. Die slaan we allemaal over tot we aankomen in het jaar 301 v.Chr., toen een einde kwam aan de diverse oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Cilicië werd verdeeld: de kuststeden kwamen in handen van Ptolemaios I Soter, terwijl Seleukos I Nikator heerste over het binnenland. Er is nog enkele keren om gevochten maar vanaf de Vijfde Syrische Oorlog (202-195 v.Chr.) behoorde heel Cilicië tot het Seleukidische Rijk.

Dat zou nog een eeuw zou blijven. Er kwamen nieuwe steden, die vrijwel allemaal Seleukeia heetten. De opkomst van het Grieks als bestuurlijke taal verliep parallel met de vervanging van het laatste Luwisch door het populaire Aramees, dat nog later, in de Romeinse tijd, eveneens plaats zou maken voor het Grieks.

Lees verder “Hellenistisch en Romeins Cilicië”

De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Lees verder “De Rostra”

De Cypriotische stad Salamis

De stadsgodin van Salamis (Neues Museum, Berlijn)

Ik blogde al eens eerder over Enkomi: in de Late Bronstijd en Vroege IJzertijd een belangrijke havenstad in het oosten van Cyprus. De haven verzandde echter en er was een aardbeving. Er kwam een nieuwe stad, wat oostelijker gelegen: Salamis. Die stad hield het uit van de IJzertijd tot de tijd van de Arabische veroveringen, dus een eeuw of zeventien, achttien.

Salamis in de IJzertijd

Volgens de legende is Salamis gesticht door de Griekse held Teukros, die was verbannen door zijn vader Telamon, de koning van het Griekse eiland Salamis. Teukros was tijdens de Trojaanse Oorlog namelijk niet in staat geweest om de wapenrusting van zijn halfbroer Ajax uit handen van diens rivaal Odysseus te houden. Daarom onterfde Telamon zijn zoon. Dit verhaal is natuurlijk fictie en zal zijn verzonnen om te verklaren waarom de Cypriotische stad dezelfde naam had als het Griekse eiland. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen Griekse migranten in Salamis hebben gewoond.

Lees verder “De Cypriotische stad Salamis”

Messias en Mensenzoon

De Mensenzoon met de Twaalf (Santa Pudenziana, Rome; twee van de Twaalf zijn bij een restauratie verdwenen)

Ik kondigde een stukje aan over de Mensenzoon. Om de crux meteen te benoemen: anders dan in het christendom, waarin Jezus van Nazaret zowel de messias is als de Mensenzoon, gaat het in het joodse denken om gescheiden concepten.

De messias, wiens naam zoiets betekent als “de gezalfde”, was in principe degene die Israël zou herstellen. Het messiaanse genre is ontstaan in het eerste kwart van de eerste eeuw v.Chr. en vormde een reactie op de falende Hasmonese dynastie. Sommige Joden droomden toen van een vorst uit het huis van David. In de meeste messianologieën is de messias iemand met een wereldlijke, politieke missie. Er zijn ook latere messianologieën waarin het herstel van Israël spiritueel van aard is, maar ook dat is geen Mensenzoon.

Lees verder “Messias en Mensenzoon”

Het Maurya-rijk: Ashoka en daarna

Stenen met de Rotsedikten van Ashoka (Shahbazgarhi)

[Dit is het tweede en laatste blogje over het Maurya-rijk; het eerste was hier.]

Teksten uit het zuiden van India vermelden dat de Maurya-strijdwagens het land binnenvielen, als donder komend over het land, met witte wimpels die schitterden als de zon. Ashoka, die in 272 v.Chr. zijn vader Bindusara was opgevolgd, was de eerste die het hele Indische subcontinent verenigde, met uitzondering van het uiterste zuiden.

Hij kreeg echter een hekel aan oorlog nadat hij het bloedvergieten in Kalinga (in het oosten van India) had gezien en bekeerde zich tot het boeddhisme. Hij wilde voortaan overal dhamma vestigen, “de wet van de rechtvaardigheid”. In de rots-edicten liet hij op verschillende plaatsen in zijn rijk achterliet, verklaart de keizer:

Lees verder “Het Maurya-rijk: Ashoka en daarna”

B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

De eerste preek van Boeddha, met onder de toehoorders Brahma en Indra (Kizil-grotten; Humboldtforum, Berlijn)

Het boeddhisme, waarover we het in vijf afleveringen hebben gehad, ontstond in India, en verspreidde zich daarvandaan eerst naar het huidige Pakistan en Afghanistan, met invloeden tot in Iran en vandaar naar Centraal-Eurazië, en aan de andere kant naar Tibet, Nepal en China, en van daaruit weer verder naar Zuid-Oost Azië tot in het huidige Indonesië.

Hellenistisch boeddhisme

Er hebben hellenistisch-boeddhistische rijken bestaan, zoals Baktrië en het Kushana-rijk. Hier vermengde de Griekse vormentaal zich met boeddhistische ideeën. Er zijn beelden gevonden waarin Boeddha wordt afgebeeld als een soort Herakles of staat geflankeerd door Griekse helden als Achilleus. Kunsthistorici wijzen er graag op dat het typische Boeddha-portret een Griekse oorsprong heeft. De proporties en de mantel zijn inderdaad Grieks.

Lees verder “B6: Boeddhisme als oosterse filosofie”