De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae

De Thesaurus Linguae Latinae, het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal, kent ook een Onomasticon: een lijst van in het Latijn overgeleverde eigennamen. Het is bijgehouden tot de letter D en dus is er ook een vermelding van de Baiovarii ofwel Baiuvaren ofwel “Beieren”. Dat is vooral leuk omdat we weinig weten over de oorsprong van dit volk.

Zoals het plaatje hierboven toont zijn de Baiovarii blijkbaar een gens Germanica, een Germaans volk, wat op zich waarschijnlijk correct is, maar verder weinig zegt. De eerste, en dus oudste, vermelding is in een tekst die de TLL aanduidt als de GENER. reg. Franc. Volgens de index van de TLL is dit de generatio regum Francorum, ook wel bekend als de “Frankische Volkentabel”. Jona noemde die al eens.

Lees verder “De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae”

Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Hoezo Grote Volksverhuizingen?

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

In het vorige stukje in deze reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek vatte ik beknopt het standaardbeeld van de Grote Volksverhuizingen samen. Ook legde ik uit dat de groep die de auteurs aanduiden als de Visigoten, feitelijk een Romeins leger was onder leiding van Alarik.

Alarik

Alarik had Gotisch bloed en stond aan het hoofd van een leger dat bestond uit diverse groepen: Greutungi, Tervingi, Hunnen, maar ook Thracische boeren, soldaten van het Romeinse leger van de Beneden-Donau. Theodosius had Alarik in dienst genomen en hij streed voor deze keizer tijdens de slag aan de Frigidus (394). Toen zijn broodheer begin 395 overleed, stonden diens twee opvolgers (Arcadius in het oosten en Honorius in het westen) zwak, en Alarik gebruikte zijn troepen om het opperbevelhebberschap in het westen op te eisen. De plundering van Rome in 410 was het ultieme pressiemiddel, maar Honorius gaf geen krimp en daarmee was Alariks carrière uitgelopen op een mislukking.

Lees verder “Hoezo Grote Volksverhuizingen?”

De Grote Volksverhuizingen

Kaartje van de Grote Volksverhuizingen (uit het behandelde handboek)

Laten we er niet omheen draaien: het landkaartje van de Grote Volksverhuizingen dat Luuk de Blois en Bert van der Spek hebben opgenomen in Een kennismaking met de oude wereld, het handboek waarover ik op donderdag blog, kan écht niet. Twee hoogleraren oude geschiedenis behoren te weten hoe misleidend het is op één kaart volksbewegingen te tonen die zich voltrokken over een periode van een eeuw of vier, ja die mogelijk niet eens hebben plaatsgevonden. Ik beschreef de problematiek al eerder. Dit is het topografische equivalent van de zaken waarvoor de grafiekpolitie waarschuwt.

Het kaartje is natuurlijks slechts één aspect van de beschrijving die De Blois en Van der Spek geven van de Grote Volksverhuizingen. Ik denk echter dat ze dit keer onhandig omgaan met het dilemma waarvoor handboekauteurs zich bij elke zin gesteld zien: een handboek moet enerzijds de wetenschappelijke consensus samenvatten, want dat is wat de studenten moeten weten, maar moet anderzijds algemene noties weergeven, want dat biedt de studenten een aanknopingspunt. De Blois en Van der Spek hebben dit keer gekozen voor alleen het laatste. Het was mijns inziens beter geweest als ze, zoals ze deden in het hoofdstuk over het hellenisme, de algemene noties wel weergaven maar meteen schreven waarom die niet meer klopten.

Lees verder “De Grote Volksverhuizingen”

De slag bij Adrianopel

Het slagveld van Adrianopel, bezien vanuit het zuidwesten

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de eerste, over de slag bij Adrianopel op 9 augustus 378, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Als u vandaag last heeft van de zomerhitte, denk dan even aan de soldaten die op deze dag in 378 na Chr. streden bij Adrianopel. Het Oost-Romeinse leger onder leiding van keizer Valens leed een vreselijke nederlaag tegen Gotische groepen die twee jaar eerder asiel hadden aangevraagd.

2. We weten niet precies wat de stammen der Greutungi en Tervingi ertoe had gebracht om in 376 te verzoeken de Donau te mogen oversteken. Wellicht motiveerde een combinatie van stammentwisten en de eerste berichten over de nadering van de Hunnen over de steppen ten noorden van de Zwarte Zee, de leiders om toestemming te vragen.

3. Er moet nadrukkelijk op worden gewezen dat dit geen massale migratie van alle Gotische stammen is geweest. Sommige stammen zullen nog vele generaties in hun oorspronkelijke gebieden wonen. De Gotische taal is tot ver in de Vroegmoderne Tijd gesproken op de Krim.

Lees verder “De slag bij Adrianopel”

Migratie in de Arabische wereld

Rotstekeningen als deze, met een ruiter met een kudde, documenteren Arabisch nomadisme en migratie (Wadi Rum).

Het verhaal van de Arabische migraties is steeds hetzelfde: een groep nomaden trekt van het zuiden van het Arabische Schiereiland langs de Wierookroute naar het noordwesten en vestigt zich in de Levant. Wellicht kent u de Midjanieten die (volgens het Bijbelboek Rechters) de tegenstanders waren van Gideon. Die verjoeg ze. Latere migraties waren succesvoller. De Nabateeërs vestigden zich rond Petra en verdreven de Edomieten naar de randen van de Negevwoestijn. De Itureeërs vonden nieuwe woonplaatsen in de Bekaavallei. In de Late Oudheid kwam uit Jemen een stam aan die zich in Syrië bekeerde tot het christendom en nog steeds bestaat in de vorm van de Libanese maronieten.

Migratie volgde op migratie. Een beetje voorspelbaar. Ook de verhalen zijn vaak hetzelfde. Steeds is er een natuurramp in Jemen waardoor steeds mensen op drift raken. Die verlaten dan steeds het Arabische Schiereiland op zoek naar een beter woongebied. Het is een standaardverhaal, een sjabloon. Wat de vraag oproept wat er feitelijk waar is.

Lees verder “Migratie in de Arabische wereld”

Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)

Munt van Sponsianus (© The Hunterian, University of Glasgow)

[Ik blogde eergisteren dat het bestaan van een Romeinse keizer Sponsianus, gedocumenteerd op enkele doorgaans als vervalsing beschouwde munten, voldoende serieus te overwegen viel om het bij wijze van blogje te signaleren. Helaas zijn er kanttekeningen te plaatsen. Forse zelfs. Hieronder zijn zeven punten van kritiek te lezen die Koen Verboven van de Universiteit Gent opsomde n.a.v. publicaties in The Guardian, het NRC Handelsblad en De Standaard, die zich baseerden op een artikel in het peer-reviewed wetenschappelijke tijdschrift PLOS-ONE. Verhoeven publiceerde dit eerder op Facebook en ik heb het iets aangepast. Hier is een soortgelijk artikel.]

1) De auteurs stellen vast dat de samenstelling van het goud sterk verschilt met dat van authentieke munten uit dezelfde periode. Toch zien ze hierin een “bewijs” dat de Sponsianus-munten echt zijn omdat andere gouden voorwerpen uit de eerste eeuw (200 jaar ouder en vóór de Romeinse verovering!) uit dezelfde regio een gelijkaardige samenstelling hebben. Maar de goudmijnen in Transylvanië werden in de vroegmoderne tijd nog altijd ontgonnen, dus dat betekent niets. Een vergelijking met gouden voorwerpen uit de zeventiende of achttiende eeuw werd niet gemaakt, een vergelijking met “barbaarse imitaties” uit de Oudheid evenmin.
Lees verder “Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)”

Sponsianus: een nieuw-ontdekte Romeinse keizer?

Munt van Sponsianus (© The Hunterian, University of Glasgow)

U weet het: de bestudering van de Oudheid is een wetenschap met een uniek gebrek aan data. Het echte nieuws zit daarom niet in de ontdekkingen, want die vormen niks anders dan normale wetenschap. Het nieuws zit in de veranderende methoden, waardoor nieuwe soorten inzicht ontstaan. Dat neemt niet weg dat ontdekkingen, hoe triviaal ook, voor bloggers leuk zijn om over te schrijven.

Ik stel u daarom voor aan keizer Sponsianus. Ik had eigenlijk niet willen bloggen vandaag, maar dit is te geinig.

Valse munten

Het verhaal begint in 1713, als diverse munten opduiken van een keizer Sponsianus. Ze komen uit Transylvanië, dus zeg maar het midden van het huidige Roemenië. Momenteel zijn tweeëntwintig exemplaren bekend. Vier daarvan zijn via de verzamelaar van de Britse antiquariër en anatoom William Hunter (1718-1783) terechtgekomen in Glasgow.

Lees verder “Sponsianus: een nieuw-ontdekte Romeinse keizer?”

Traditionskern

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik ben al weken bezig met het lezen van de Getica van de Byzantijnse auteur Jordanes, een tekst over de geschiedenis van de Goten waarvan onlangs een mooie en goed ontvangen becommentarieerde vertaling is verschenen van de hand van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hoof. Er is een hoop over te zeggen, zoals dat de tekst teruggaat op een ouder origineel. Of dat ze begint met verhalen over de vroege geschiedenis van de Goten, die ooit hadden gewoond op “Scandza”, een eiland tegenover de Weichsel, onder leiding van een koning Berig. Er volgen beschrijvingen van migraties naar en langs de Weichsel naar Skythië, waar ze leefden onder een koning Filimer, en vervolgens naar Mysië, Thracië en Dacië. Daarvandaan barstten de Visigoten en Ostrogoten later het Romeinse Rijk binnen.

Oorsprongsgeschiedenis

Dit is een oorsprongsgeschiedenis waarvan we er meer kennen. Een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Franken van Gregorius van Tours. En weer een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Langobarden van Paulus de Diaken. En of het nu gaat om Goten, Franken of Langobarden, ze bewegen allemaal van de randen van de aarde naar de Mediterrane wereld. We hebben diverse van zulke geschiedwerken en ze bevatten allemaal dezelfde curieuze mengeling van bijbelse geschiedenis, citaten uit Griekse en Romeinse auteurs, én eigen tradities van de volken.

Lees verder “Traditionskern”

Antieke migraties en migranten (2)

Het negentiende-eeuwse beeld van de deelnemers aan de Grote Volksverhuizingen (Heldenplatz, Wenen)

[Voor het eerste deel van deze reeks over antieke migratie: hier.]

De migratie van namen

Je kunt niet zeggen dat de verplaatsing van een naam met bijbehorende Traditionskern voldoende bewijs is voor migratie. Het probleem is dat die namen óf niet bijster consistent zijn óf niets zeggen. De naam “Vandalen” betekent zoiets als “zwervers” (vgl. to wander) en deze groep staat eveneens bekend als Lugii, Asdingen, Hasdingen en Silingen. Het is wat moeilijk op deze wijze een scherp beeld te krijgen.

Of neem de Goten. Hun naam migreerde van de Oostzee naar het zuidoosten en dat past bij het archeologisch bewijs. Er zijn namelijk nauwe banden tussen enerzijds de Wielbark-cultuur aan de Weichsel in de eerste twee eeuwen van onze jaartelling en anderzijds de derde/vierde-eeuwse Tsjernjachovcultuur in Oekraïne en de Santana de Mureş-cultuur in Roemenië. Een denkbaar scenario is dat de Goten naar het zuidoosten trokken, dat ze na enkele plundertochten in de derde eeuw werden verslagen, en toen door keizer Aurelianus de Romeinse provincie Dacië kregen toegewezen. Eén groep vestigde zich daar en stond sindsdien bekend als Tervingi (“bosmensen”). De elite liet zich de Vesi noemen, “de edelen” of “de wijzen”. De andere groep bleef achter in Oekraïne en noemde zich “steppemensen” ofwel Greutungi, maar ook Ostrogoti, “de schitterende Goten”. (De “Oost-Goten” en de “West-Goten” die u kent uit Asterix zeggen meer over Fransen die zóveel houden van Duitsland dat ze willen dat er wel twee van zijn.)

Lees verder “Antieke migraties en migranten (2)”