Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China” →

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Lees verder “Lucius Verus versus de Parthen” →

Turkse TV (2) Malik Shah

Malik Shah

Uyanış: Büyük Selçuklu, Awakening: Great Seljuk, is een Turkse historische dramaserie en richt zich op het leven van Malik Shah I en zijn zoon, Ahmad Sanjar. De serie vertelt het verhaal van de structuur van het Seljukenrijk, politieke gebeurtenissen en hoe het een islamitische staat werd.

Jalal ad-Dawlah Malik Sjah I was de sultan van de Seljuken van 1072 tot 1092. Onder zijn bewind bereikte het Seljukenrijk het toppunt van zijn macht en reikte het van Khorasan in het noordoosten van het huidige Iran, tot de Golf van Iskenderun. Alhoewel hij tot een Turks volk behoorde, is zijn naam een combinatie van de Arabische en Perzische woorden voor koning. Hij veroverde geheel Klein-Azië, nadat zijn voorganger Alp Arslan, waarover ik gisteren blogde, de Byzantijnen al had verslagen in de Slag bij Manzikert in 1071. De Seljuken bereikten zo ook de Bosporus en vormden daarmee een directe bedreiging voor Constantinopel.

Lees verder “Turkse TV (2) Malik Shah” →

Gudea van Lagash

Gudea van Lagash (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb weleens geblogd over de klimaatcrisis die bekendstaat als het 4,2 ka BP event: een periode van droogte die in Egypte het einde van het Oude Rijk markeert en in Mesopotamië het einde van het Rijk van Akkad. In Irak was er een periode zonder centraal gezag, tot de Derde Dynastie van Ur het tweestromenland opnieuw verenigde. Uit die tussentijd kennen we één koning vrij goed: Gudea, heerser van de Sumerische stadstaat Lagash. Het is ietwat verwarrend dat de voornaamste nederzetting in zijn koninkrijkje de tempelstad Girsu was. Beide steden liggen in het oosten van Sumerië.

We moeten de regering van Gudea plaatsen tussen 2144 en 2124 v.Chr.noot Dit is volgens de bewezen correcte middenchronologie; de Engelse Wikipedia, die door wetenschappers die de discussie hebben verloren is gevandaliseerd, vermeldt ook de weerlegde korte chronologie. Het lijkt een bloeiperiode te zijn geweest. Er zijn in Lagash, Girsu en elders duizenden inscripties gevonden, waaronder de langst-bekende Sumerische tekst, een cilinder uit Girsu.

Lees verder “Gudea van Lagash” →

De poorten van Tell Balawat

Een van de reliëfs uit Balawat: de capitulatie van Tyrus (British Museum, Londen)

Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.

Hormuzd Rassam

Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.

Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.

Lees verder “De poorten van Tell Balawat” →

Een Arabische Uriabrief

Decoratie uit Al-Hira (Archeologisch Museum van Basra)

Al-Mutalammis was een pre-islamitische Arabische dichter, die verkeerde aan het hof van de christelijke koning ‘Amr ibn Hind (r.554-569) in het Iraakse al-Hīra, even ten zuidoosten van Najaf. Ook zijn neef Tarafa ibn ‘Abd was daar. Dat was een veel belangrijkere dichter, die tot vandaag de dag beroemd is gebleven, terwijl Mutalammis maar een klein oeuvre had, dat ook nog voor een groot deel handelde over zijn traumatische ervaring met koning ‘Amr en de zogenoemde Mutalammisbrief (sahīfat al-Mutalammis).

Hofdichter

Hofdichters hadden indertijd de taak de koning en diens stam te bezingen in lofdichten en diens vijanden of andere minderwaardige personen of stammen uit te schelden in scheld- of smaadgedichten. Soms liep dat echter anders: wanneer een dichter bij voorbeeld slecht gehumeurd was, een kater had, zichzelf overschatte, in ongenade viel, of als de vorst erg treuzelde met het uitkeren van eregelden werd er ook wel eens een smaaddicht op de goedgunstige heer zelf gedicht. De dichters maakten royaal gebruik van hun vrijheid van meningsuiting en scholden dat het een aard had.

Lees verder “Een Arabische Uriabrief” →

Het Parthische Rijk (4): Het einde

Hatra was omstreden tussen Rome en het Parthische Rijk

Ik schreef in het vorige blogje over het Parthische Rijk dat het met het Romeinse keizerrijk een compromisvrede had bereikt over Armenië. De koning van die bufferstad zou een Parthische prins zijn uit de Arsakidische dynastie, maar had de goedkeuring nodig van de Romeinse keizer. Er was echter niets geregeld voor de afzetting van een koning.

Trajanus’ oorlog

Toen de Parthische koning Osroes I gedwongen was een Armeense leider te onttronen, vormde dat voor de Romeinse keizer Trajanus de aanleiding tot een oorlog. In 114 viel hij het Parthische Rijk binnen, gesteund met een betere cavalerie dan de Romeinen ooit eerder hadden kunnen inzetten. De Parthen werden verslagen. De Romeinen annexeerden Armenië en in het volgende jaar marcheerde Trajanus naar het zuiden, waar hij de Parthen dwong het ene na het andere bolwerk te ontruimen. In 116 capituleerde Ktesifon en richtte Trajanus nieuwe provincies in met grandioze namen als Assyria en Babylonia. Dat bleek voorbarig.

Lees verder “Het Parthische Rijk (4): Het einde” →

Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
De lichte cavalerie van het Parthische Rijk bestond uit boogschutters (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het derde van vier blogjes over het Parthische Rijk. Het eerste was hier.]

Het Seleukidische Rijk was ten onder gegaan door versnippering, waar westelijke en oostelijke vijanden van hadden geprofiteerd: de Romeinse republiek en de Parthen. In 69 v.Chr. sloten die twee machten een verdrag, waarbij ze de Eufraat als grens aanvaardden. Zes jaar later annexeerde de Romeinse bevelhebber Pompeius de Grote de laatste restanten van het rijk van de Seleukiden.

Asymmetrische oorlog

Verdrag of niet, in 53 v.Chr. stak de Romeinse generaal Crassus de grensrivier over. Bij Carrhae, dat u ook kent als Harran, werd hij echter verslagen door een Parthische commandant die in de Griekse en Latijnse bronnen Surena wordt genoemd, en die lid moet zijn geweest van de Suren-clan. De oorlog rond Harran vormde het begin van een reeks oorlogen die bijna drie eeuwen zouden duren.

Lees verder “Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen” →

Het Parthische Rijk (2): Bestuur

Portret van een heerser uit het Parthische Rijk uit Aššur (Pergamonmuseum, Berlijn)

Van alle Iraanse dynastieën regeerden de Arsakiden het langst: bijna een half millennium heersten ze over het Parthische Rijk. In mijn vorige stukje beschreef ik hoe ze in de loop van de ruime eeuw tussen 245 en 139 v.Chr. vanuit Hyrkanië hun macht uitbreidden naar Baktrië in het oosten en naar Hyrkanië en Medië in het westen, en tot slot Babylonië en Elam. Deze laatste twee gebieden waren veel verstedelijkter dan de gebieden op de Iraanse hoogvlakte. De veroveraars zouden hun bezittingen moeten gaan organiseren.

In alle gebieden was het bestuur Griekstalig geweest en de nieuwe heersers moesten zich, als ze wilden dat hun heerschappij duurzaam was, daaraan aanpassen. De steden behielden daarom hun oude rechten en het bestuur bleef min of meer hetzelfde. Een interessant detail is de muntslag: de opschriften waren in het Griekse alfabet, ook toen de kennis van deze taal achteruit was gegaan en niemand nog goed wist hoe hij Griekse karakters moest schrijven.

Lees verder “Het Parthische Rijk (2): Bestuur” →

Het Parthische Rijk (1): Ontstaan

Parthische prins (Nationaal museum, Tashkent)

Alexander de Grote had een einde gemaakt aan het rijk van de Achaimenidische Perzen. De macht in Voor-Azië kwam na zijn dood in handen van koning Seleukos I Nikator en zijn afstammelingen, de Seleukiden. Deze Macedonische dynastie beheerste dus ook het gebied in noordoostelijk Iran dat sinds mensenheugenis Parthië heette.

Seleukidische onderdanen

Toen de Seleukiden in 245 v.Chr. in het verre westen verzeild waren geraakt in de Derde Syrische Oorlog kwam in Parthië de gouverneur in opstand, Andragoras. In de verwarring verschenen ook de Parni, een nomadenstam uit het huidige Turkmenistan, op het toneel. Hun voornaamste residentie was Nysa, niet ver van het huidige Ashkhabad. Zeven jaar later veroverden ze een district dat bekendstaat als Astavene en weer drie jaar later, in 235, rondde de leider van de Parni, Tiridates, de verovering van Parthië af.

Lees verder “Het Parthische Rijk (1): Ontstaan” →