Oxyrhynchos (1)

Een bewoner van Oxyrhynchos, afgebeeld met schrijfgerei (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Nou blog ik afgelopen laatst over de Kopten en noem ik in dat stukje Oxyrhynchos, maar ik heb nog nooit over Oxyrhynchos geblogd! Tijd voor wat background repair.

Geschikte plek

Ik noemde al dat de Oxfordgeleerden Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) er vanaf 1896 een soort noodopgraving deden. Ze wilden, voordat plunderaars het materiaal unprovenanced op de markt gooiden, papyri bergen. Unprovenanced papyri hebben immers geen wetenschappelijke waarde. Papyri zijn eenvoudig te vervalsen – ik schreef er elders meer over – en zulk materiaal kan dus vals zijn. De waarde ervan is even groot als die van een laboratoriumproef waarvan de opstelling niet is genoteerd.

Lees verder “Oxyrhynchos (1)” →

De Kopten (2)

Het witte klooster in Sohag

Vandaag ga ik verder met mijn verhaal over de Kopten; het eerste deel was hier. Ik heb het vooral over de christenen van laatantiek en vroegmiddeleeuws Egypte, maar er zijn natuurlijk nog altijd Kopten.

Christendom

Het christendom is vrij vroeg aangekomen in Egypte, maar hoe dat is gebeurd, is een van de grootste raadsels uit de oudheidkunde. We hebben geen idee. Dat de evangelist Marcus de eerste bisschop van Alexandrië zou zijn geweest, is een verzinsel. (Het roept wel de vraag op wie er begraven ligt in de San Marco in Venetië.)

Lees verder “De Kopten (2)” →

Geliefde boeken: de Zijderoute

Langs de Zijderoute werd van alles verhandeld. Let op de kleine aap op de rug van de dromedaris. (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Er waren al vroeg contacten tussen Europa en Centraal-Azië. Zo drong Alexander de Grote door tot in Centraal-Azië en veroverde het oasestadje Marakanda, nu Samarkand geheten. De bloeitijd van de grootste en rijkste marktplaats, en het centrum van islamitische geleerdheid en astronomie, begon echter vele eeuwen later, na de komst van de Islam naar Centraal-Azië.

De Romeinen kenden peper en zijde afkomstig van handelsroutes uit het Oosten. Een kostbaar zilver peperpotje, gemaakt tussen 350 en 400 na Chr. en gevonden in Engeland, getuigt daarvan. Het potje laat ook duidelijk zien dat alleen welgestelden zich peperkorrels konden veroorloven.

Lees verder “Geliefde boeken: de Zijderoute” →

Ammon, een Libische god voor de export

Zeus-Ammon (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Van de minder bekende goden uit de Oudheid is Zeus Ammon wellicht een van de bekendere. U herkent hem aan de ramshoorns op zijn hoofd en weet wellicht dat Alexander de Grote zich beschouwde als zoon van Ammon. Maar ook al gaat om een van de bekendere onbekenden, er is veel onduidelijk.

Wat wél zeker is: Ammon had zijn vereerders aanvankelijk onder de Libische woestijnstammen, bijvoorbeeld in de oase van Siwa. Daar bezat hij een beroemd orakel. Mogelijk was Ammon dezelfde als de Karthaagse god Baäl-Hammon, maar dat is alleen gebaseerd op de naamovereenkomst. Een naamovereenkomst die zwakker is dan ze lijkt, want de Libiërs schreven helemaal niet en de Karthagers noteerden alleen medeklinkers. Het is alleen in het Grieks dat de namen op elkaar lijken en het kan zijn dat de Grieken één godsnaam herkenden waar feitelijk twee godheden bestonden.

Lees verder “Ammon, een Libische god voor de export” →

Het badhuis van Tyrus

Rechts de Mozaïekstraat van Tyrus

Door de corona was ik de afgelopen drie jaar niet in Tyrus geweest – sorry voor dit blasé begin – en in die tijd is er allerlei archeologisch onderzoek gedaan. Dat heeft een leuke conclusie opgeleverd die in elk geval ik niet zag aankomen. Maar eerst even iets over die site. Die bestaat uit twee delen: enerzijds de hippodroom en het grafveld ten oosten van de dam die Alexander de Grote heeft laten bouwen om de eilandstad in te nemen, en anderzijds de opgraving op dat eiland.

Op dat eiland (overigens sinds de vloedgolf van 365 na Chr. grotendeels verzwolgen door de zee) zijn enkele Romeinse ruïnes te zien. Afgezien van een overwoekerd tempeltje is er weinig dat herinnert aan de Fenicische tijd. De toerist loopt over de Mozaïekstraat en passeert links een glasatelier, een badhuis en de palaestra, d.w.z. het sportveld waar mensen zich in het zweet werkten alvorens naar het badhuis te gaan. Tegenover die gebouwen liggen aan de andere zijde van de Mozaïekstraat een vierhoekige arena en cisternen.

Lees verder “Het badhuis van Tyrus” →

De niet-canonieke evangeliën

Gnostische teksten (Neues Museum, Berlijn)

Elke bijbel bevat vier evangeliën: Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Die gelden als canoniek, wat alleen wil zeggen dat ze voor christenen grote religieuze waarde hebben. Het zegt niets over hun kwaliteit als historische bron. Voor de oudheidkundige is er alle reden om te kijken of er ooit meer informatie is geweest.

Tweede- en derde-eeuws christendom

Ja dus. Enkele evangeliën zijn, met nog meer literatuur, eind jaren veertig in een kruik teruggevonden bij de Egyptische stad Nag Hammadi. Ze hebben namen als Evangelie van de Waarheid, Evangelie van Filippos en Evangelie van Thomas. De vinders hebben later de archeologen verschillende vindplaatsen aangewezen, waardoor onduidelijk is wanneer de boeken zijn verborgen. Deze teksten gelden als gnostisch, een stroming die enkele overeenkomsten en vooral veel verschillen heeft met wat later orthodox is genoemd. De oorspronkelijke teksten (dus niet de kopieën uit Nag Hammadi) lijken geschreven in de tweede of derde eeuw na Chr. Historisch betrouwbare informatie over Jezus vinden we er niet in. Wel informatie over het christendom in het toenmalige Egypte, een van de meest creatieve regio’s van wat een wereldgodsdienst zou worden.

Lees verder “De niet-canonieke evangeliën” →

De vallus, de Gallische maaimachine

Vallus (Landesmuseum, Trier)

Het bovenstaande reliëf uit de tweede of derde eeuw na Chr. is een beetje nep. Alleen het wiel middenin is namelijk echt. De rest is reconstructie. Die reconstructie is echter gebaseerd op een half dozijn soortgelijke reliëfs. We weten daardoor vrij zeker wat afgebeeld is geweest: een vallus, de Gallo-Romeinse maaimachine.

Opgegraven zijn ze nooit, maar Plinius de Oudere geeft ergens een beschrijving waardoor we begrijpen hoe het ding functioneerde. Van links duwen een man en een trekdier (dat beter duwdier zou kunnen heten) een bak naar voren met een scherpe rand, waar de man rechts de aren tegenaan duwt. Die worden als vanzelf afgesneden. Een latere auteur, Palladius, prijst de tijdwinst. Het duwdier kan overigens een os zijn of een ezel; allebei zijn weleens afgebeeld.

Lees verder “De vallus, de Gallische maaimachine” →

Alexandrië in Brussel

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

In de loop van het eerste millennium v.Chr. schoof het bestuurlijk zwaartepunt van Egypte steeds verder naar het noordwesten: Memfis, Sais en uiteindelijk, na 331 v.Chr., in toenemende mate Alexandrië. De stad zou nog eeuwenlang de hoofdstad zijn van Egypte. Als antiek cultureel centrum is Alexandrië alleen vergelijkbaar met Babylon, Thebe, Athene en Rome. Ik heb weleens gelezen dat er in de inmiddels alweer vele eeuwen Arabisch sprekende havenstad nog een Griekstalige minderheid is, die een beetje neerkijkt op de parvenu’s in de staat Griekenland. Of het waar is laat ik in het midden, maar historisch bezien is Alexandrië én een stad van diverse culturen én, tussen die culturen, trots Grieks. Al zou een auteur als Appianus liever zeggen: Macedonisch.

Expositie

In Bozar, op de Kunstberg in Brussel, loopt alweer enige tijd de expositie Alexandrië, vervlogen toekomsten. De tentoonstelling is verdeeld over enkele thema’s, waarvan het eerste voorspelbaar is: Alexander de Grote. Nu heeft die meer steden gesticht. Het buitengewone succes van het Egyptische Alexandrië komt natuurlijk vooral doordat het exceptioneel gunstig lag, in het deel van de Nijldelta waar het economische en bestuurlijke zwaartepunt al was. Onderschat ook de rol van de Ptolemaïsche vorsten niet.

Lees verder “Alexandrië in Brussel” →

Driemaal de dronken vrouw van Myron

Terracotta fles in de vorm van de dronken vrouw van Myron (Archeologisch museum van Sousse)

Ik was vandaag in het museum van Sousse, wat de moderne naam is van de antieke stad Hadrumetum. Als u voorwerpen wil zien uit opgemeld museum: hiero.

Ik toon u nu even bovenstaand beeldje: een zeventien centimeter hoog terracotta flesje in de vorm van een dronken vrouw. Het is in 2007 gevonden in een stratum dat wordt geassocieerd met de Severische tijd, dus zeg maar in de kleine halve eeuw voor 235 na Chr.

Lees verder “Driemaal de dronken vrouw van Myron” →

Arabisch schrift

Inscriptie, Grieks en Nabatees, uit Petra; het Nabatese alfabet was de voorloper van het Arabisch schrift

Soms kan ik dat zo ineens hebben, dat ik ergens een opschrift zie en denk: “Die letter is mooi”. Met westerse letters heb ik dat maar zo nu en dan. Met Arabische letters heb ik dat daarentegen bijna altijd. Natuurlijk, ze lijken op vermicelli, maar wat je ook schrijft, het wordt als vanzelf kalligrafie. Alle reden dus om te gaan luisteren toen Marijn van Putten (over wiens Koranonderzoek ik al eens eerder blogde) onlangs een lezing verzorgde over de geschiedenis van het Arabische schrift.

Of beter, over de antieke wortels van het huidige Arabische schrift, want op het Arabische Schiereiland zijn vele soorten schrift ontstaan. De afgelopen tijd zijn letterlijk tienduizenden inscripties gevonden in diverse zogeheten Zuid-Semitische alfabetten. Zo hadden de oases van Tayma, Dumah en Dedan elk een eigen alfabet en kende ook Jemen een eigen schrift. De geschreven rijkdom van Arabië is een van de grote oudheidkundige ontdekkingen van de laatste tijd.

Lees verder “Arabisch schrift” →