Hatra

De buitenmuur rond de stad en de binnenmuur rond het heiligdom van Hatra

De naam “Hatra” is Aramees en betekent waarschijnlijk zoiets als “omheining”. Het moet verwijzen naar de muur (temenos) rond de tempel van de zonnegod Šamaš. De Hatrenen zelf noemden de stad Beit Elaha, “huis van god”. Er is geen bewijs voor bewoning van de plaats vóór de Parthische tijd (c.140 v.Chr. – c. 225 na Chr.), al kunnen verscheidene beelden uit de daaraan voorafgaande eeuw dateren, toen het gebied behoorde tot het Seleukidische Rijk.

Gelegen tussen enerzijds de vruchtbare vlakten van Assyrië in het oosten en de vallei van de Eufraat in het westen, was Hatra een belangrijk handelscentrum, vergelijkbaar met Palmyra. Handel was destijds vaak gecentreerd rond heiligdommen – denk aan de Wierookroute over het Arabische Schiereiland – en ook de tempel van Šamaš zal zo hebben gefunctioneerd. Hatra had hierdoor contacten met de hele wereld. Het verbaast niet dat er allerlei mensen woonden: afstammelingen van de oude Assyriërs en Babyloniërs, Arameeërs uit Syrië, Griekse en Macedonische veteranen, Iraniërs, en dit alles onder een Arabische dynastie. Hatra geldt daarom als de eerste Arabische stadstaat, maar je mag de vraag stellen wat daarmee is bedoeld.

Lees verder “Hatra”

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Lees verder “De troonzaal in Babylon”

Irak kort (8): Borsippa

Je weet zeker dat bezoekers aan Irak je een keer zullen zeggen dat de enige zekerheid in Irak is dat je geen zekerheid hebt. Wat op de ene dag nog een duidelijk reisprogramma lijkt, kan de volgende dag totaal anders zijn. Plekken waar de paus dit voorjaar op bezoek is geweest, zijn enerzijds prachtig opgeknapt en aangepast voor bezoekers. In Ur betekent dat dat delen die in 2019 nog toegankelijk waren, nu afgesloten zijn. Soms ontmoet je archeologen, zoals in Hatra, Nineveh en Girsu, die er merkbaar plezier in hebben je rond te leiden. (Noot: in Uruk pleurden ze de halve site op slot, alsof wetenschappers de voornaamste belanghebbenden zouden zijn). Het museum in Bagdad, dat een enorme subsidie kreeg om open te zijn voor bezoekers, is inderdaad open geweest om te tonen dat het Gilgameš-tablet terug in Irak was en toen weer gesloten. En overal waar je komt vind je iets dat je niet had verwacht maar dat leuk is. Zoals in Borsippa. Of Birs Nimrud, zoals de moderne naam is.

Borsippa

We gingen naar Borsippa om  de ziggurat te zien, een plomp monument waar je allerlei tichels ziet liggen, gestempeld met spijkerschriftinscripties. Het monument is, net als de minaret van Samarra, weleens genoemd geweest als de Toren van Babel. Ernaast ligt de tempel Ezida, gewijd aan de god van de wijsheid en schrijfkunst, Nabu. Kortom: we liepen er met plezier rond, te meer omdat de ruïne van de tempeltoren in gebruik bleek als speeltuin. Sommige mensen skiën van een berg af, hier renden de kinderen van een kunstmatige berg tichels naar beneden.

Lees verder “Irak kort (8): Borsippa”

Hunebedden van de dag: D17 en D18 (Rolde)

Hunebed D17 bij Rolde

Even ten noordoosten van het oeroude kerkje van Rolde liggen twee hunebed D17 en hunebed D18. Heel toepasselijk ligt er tussen deze twee monumenten en het kerkje een recenter grafveld. Ik zou er niet van opkijken als iemand nog eens ontdekte dat er ook in de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen mensen begraven zijn geweest. Het staat immers van veel hunebedden vast dat ze ook na de tijd van de hunebedbouwers, zoals dat heet, funeraire activiteiten aantrokken. Die strekt zich meestal niet uit tot in de christelijke tijd, maar op die regel kan best een uitzondering bestaan.

Herman Clerinx wijst er in Een paleis voor de doden op dat “in de christelijke Middeleeuwen grafheuvels en hunebedden een slechte reputatie hadden en als duivels werden beschouwd, en daarom moesten verdwijnen”. In Rolde lijken de priesters toch anders gedacht te hebben over het op achttien en negentien na noordelijkste hunebed van Nederland. Misschien is het wel omdat dit tweetal, dat blijkens een landkaart uit 1642 bekendstond als de Reuzenstien bekendstond, “gewoon” werd toegeschreven aan de hunen (giganten). Dat waren niet per se duivels.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D17 en D18 (Rolde)”

Ktesifon

De iwan (schaduwboog) van het Sassanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Sousa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo

Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die hunebedden een beetje saai vond. Ik kon me daar eigenlijk wel iets bij voorstellen. Het lukt me wel om over elk van die prehistorische grafmonumenten iets te vertellen, maar de eigenlijke informatie is zo spectaculair niet. Neem hunebed D16, tussen Assen en Balloo, het op zeventien na noordelijkste hunebed van Nederland. Het is 15½ meter lang en bijna vier meter breed. Aan de lange kant, maar geen ongebruikelijke afmetingen. Het is gebouwd langs een oost-west-as, zoals de meeste hunebedden. Er liggen nog negen dekstenen, er is een portaal en er liggen nog wat stenen in een krans omheen. Kortom: een goed bewaard hunebed zonder noemenswaardige bijzonderheden.

Het bordje met uitleg dat bij elk hunebed staat, vertelt dat de Deense archeoloog Petersen in 1987 in een van de dekstenen van hunebed D16 zes “cup marks” heeft ontdekt die blijkbaar nog niet eerder waren gezien. Cup marks zijn die onbegrepen kuiltjes die ik ook noemde bij hunebed D12 op de Eexteres. Op een andere deksteen zijn er nog eens drie. Misschien dateren ze uit de Bronstijd en dan is het de zoveelste aanwijzing voor wat u inmiddels al weet: dat de hunebedden ook na de tijd van de hunebedbouwers nog werden bezocht en gebruikt.

Lees verder “Hunebed van de dag: D16 (Balloo)”

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York)

In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven over Mesopotamië in de tijd na Alexander de Grote: een stad als Babylon bleef gewoon bestaan, Alexander vernieuwde Charax, en zijn opvolgers stichtten eveneens nieuwe steden. Een daarvan was Seleukeia, gesticht door Seleukos Nikator. De stichtingsdatum is onbekend, maar het moet zijn geweest na de Babylonische Oorlog (311-309 v.Chr.). De jaren 308-304 wijdde Seleukos aan oostelijke veldtochten, zodat de stichting alleen in de tweede helft van 309 en na 304 kan hebben plaatsgevonden.

Stad van het koningschap

In spijkerschriftbronnen heet Seleukeia de hoofdstad van het rijk (al šarruti, “stad van het koningschap”). De stad lag tegenover het oude Opis, niet ver van de plek waar een belangrijk kanaal de Tigris verbond met de Eufraat. De ruïnes van Seleukeia zijn geïdentificeerd in Tell Umar, ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Bagdad, en zestig ten noorden van Babylon, dat een deel van zijn inwoners naar de nieuwe stad zag verhuizen.

Lees verder “Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia”

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw na Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Lees verder “Hellenistisch Babylon”

Charax, een stad van Alexander de Grote

Charax

In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige heuvel tussen de monding van de rivier de Tigris in het westen en de gezamenlijke loop van de Eulaeus en de Pasitigris in het oosten. Dit Alexandrië in Susiana was geen totaal nieuwe stad. Er was al een Achaimenidische nederzetting met de naam Durine. De Macedonische kolonisten waren veteranen die een speciale wijk kregen in de vernieuwde stad, die ze Pella noemden, naar de hoofdstad van hun vaderland.

Seleukidische tijd

De stad stond al spoedig bekend als Charax (van het Aramese Karkâ, “kasteel”) en bloeide in de Seleukidische tijd. De belangrijke haven aan de kop van de Perzische Golf beheerste de handel over de Indische Oceaan beheerste. De bewoners doken ook naar parels.

Lees verder “Charax, een stad van Alexander de Grote”

Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)

Hunebed D14 bij Eext

Tot 1975 leidde een spoorlijntje van Assen via de hunebedden bij Rolde (D17 en D18) en het hunebed D14, met een kronkel over Gasselte naar Stadskanaal. Eext lag niet aan die spoorlijn, maar had wel een stationnetje, een half uurtje wandelen bezuiden het dorp. Er liggen nog altijd wat rails en de Eexterhalte bestaat nog als hoofdgebouw van een camping. En even verderop ligt ’s Neêrlands op zestien na noordelijkste hunebed.

Hunebed D14 is enigszins te dateren: het oudste aardewerk stamt uit 3250-3125 v.Chr. Het is een opvallend groot grafmonument, want het is achttien meter lang en 4½ meter breed. Bovendien is het redelijk intact, compleet met kransstenen. Al met al een reden is om er eens langs te gaan. D14 schijnt ooit bekend te zijn geweest als de “dikke stenen”. Een begrijpelijke bijnaam.

Lees verder “Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)”