De slag bij het Joodse Kamp

Edict uit de tijd van Kleopatra over het asiel in joodse heiligdommen (Neues Museum, Berlijn)

Het was 15 maart in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls later hun naam zouden geven. Ik reken het even voor u om: 25 januari 47 v.Chr. op onze kalender. En u weet: dit is weer een blogje over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden deed.

En opnieuw gaat het niet over Caesar zelf, die nog altijd in Alexandrië is ingesloten door het Egyptische leger. Het ontzettingsleger van Mithridates van Pergamon heeft echter, zoals we een week geleden hebben gezien, voet aan de grond gekregen in Egypte en het voorlaatste bedrijf in de tragedie staat op het punt te beginnen: de catastrofale vernietiging van het Egyptische leger, de dood van de jonge koning Ptolemaios XIII en de val van Alexandrië. Het slot zal dan bestaan uit de herordening van het koninkrijk van Kleopatra.

Lees verder “De slag bij het Joodse Kamp”

De slag bij Pelousion

Romeinse munt uit het jaar 47 v.Chr. (Teylers Museum, Haarlem)

Als ik u zeg dat het 6 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls nog hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 16 januari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de niet geheel accuraat als “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” aangeduide reeks blogjes.

Ik schrijf “niet geheel accuraat” omdat ook vandaag Caesar geen hoofdrol speelt. We laten hem, met de zwangere Kleopatra VII en haar broertje Ptolemaios XIV, achter in het koninklijke paleis in Alexandrië, waar hij wacht op de versterkingen die hij heeft gevraagd. En het is naar die versterkingen, die Caesar eind september (onze kalender) had ontboden, dat we gaan kijken.

Lees verder “De slag bij Pelousion”

Ammon, een Libische god voor de export

Zeus-Ammon (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Van de minder bekende goden uit de Oudheid is Zeus Ammon wellicht een van de bekendere. U herkent hem aan de ramshoorns op zijn hoofd en weet wellicht dat Alexander de Grote zich beschouwde als zoon van Ammon. Maar ook al gaat om een van de bekendere onbekenden, er is veel onduidelijk.

Wat wél zeker is: Ammon had zijn vereerders aanvankelijk onder de Libische woestijnstammen, bijvoorbeeld in de oase van Siwa. Daar bezat hij een beroemd orakel. Mogelijk was Ammon dezelfde als de Karthaagse god Baäl-Hammon, maar dat is alleen gebaseerd op de naamovereenkomst. Een naamovereenkomst die zwakker is dan ze lijkt, want de Libiërs schreven helemaal niet en de Karthagers noteerden alleen medeklinkers. Het is alleen in het Grieks dat de namen op elkaar lijken en het kan zijn dat de Grieken één godsnaam herkenden waar feitelijk twee godheden bestonden.

Lees verder “Ammon, een Libische god voor de export”

Het hellenisme

Hellenisme: de Macedonisch-Egyptische koning Ptolemaios XI met Griekse baard en Egyptische kroon (Louvre, Parijs)

In het handboek waarover ik op donderdag schrijf, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, zijn we aanbeland bij het hellenisme. Een sterk hoofdstuk. Ik heb het dilemma van de handboekauteur al eens aangegeven: je moet enerzijds een standaardverhaal vertellen en anderzijds mensen die nooit méér informatie krijgen over de Oudheid, de correcte inzichten tonen. Het standaardverhaal is echter in wezen negentiende-eeuws, waardoor correcte inzichten niet aansluiten bij wat wat maatschappelijk bekend is. Dit keer varen de auteurs tussen Skylla en Charybdis door.

Er wordt vaak gesuggereerd dat in de hellenistische tijd grote monarchale rijken [Ptolemaïsch Egypte, Antigonidisch Macedonië, Seleukidisch Azië en Attalidisch Pergamon] de plaats innamen van de kleine zelfstandige stadstaten (poleis) van de klassieke tijd. Dat is maar ten dele waar.

Zo kan het dus ook: je noemt het standaardbeeld en legt uit dat het ongenuanceerd is. De auteurs kiezen positie. Het leidt tot een fijn, helder hoofdstuk. Het is beter dan het voorafgaande, dat veel te vaak de bronnen volgde en daardoor uit balans was.

Lees verder “Het hellenisme”

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Een van uw vragen ging over Echnaton (Museum August Kestner, Hannover)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Dat heb ik geweten! Ik kreeg ruim veertig vragen, waarvan een kwart onbeantwoordbaar was, althans voor mij. Ik had verwacht dat ik vandaag en morgen alles zou kunnen beantwoorden, maar we zullen nog een eind het nieuwe jaar in gaan. Wat natuurlijk leuk is. Ik beantwoord dertig vragen in ruwweg chronologische volgorde, dus beginnend in de Bronstijd en eindigend bij de Late Oudheid.

1. Via de blog: Een korte serie over de Babylonische proto-astronomen zou ik geweldig vinden.

Gaan we doen, maar het zal wel maart worden.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

De zeeslag bij Kanopos

Romeinse zeeslag (Museum für Abgüsse Klassischer Bildwerke, München)

Als ik u zeg dat het 6 februari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 19 december 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zat nog steeds in het koninklijk paleis van Alexandrië, samen met Kleopatra VII en haar broertje Ptolemaios XIV. Ze werden daar belegerd door Ptolemaios XIII, die sinds kort stond aan het hoofd van het leger dat tot dan toe was gecommandeerd door Arsinoë IV en Ganymedes. Caesar had al wat versterkingen toegezegd gekregen en had gevraagd om méér, maar vooralsnog zat hij opgesloten en verliep de Alexandrijnse Oorlog niet naar zijn wens. Zijn aanvoerlijn was na de verovering van Faros weliswaar redelijk veilig, maar nog altijd precair. De auteur van De Alexandrijnse Oorlog, wiens naam we niet kennen, legt dat eens te meer uit.

Lees verder “De zeeslag bij Kanopos”

De vrijlating van Ptolemaios XIII

Een Ptolemaïsche koning, niet per se Ptolemaios XIII (Archeologische Musea, Istanbul)

Als ik u zeg dat het 1 choiak was in het vijfde regeringsjaar van koningin Kleopatra VII en koning Ptolemaios XIII, en als ik dat omreken naar 1 december 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zat nog steeds in het koninklijke paleis van Alexandrië, met niet alleen Kleopatra, maar ook haar broer Ptolemaios XIII, alsmede hun jongere broer Ptolemaios XIV. Ze werden belegerd door hun zus Arsinoë IV, die met generaal Ganymedes leiding gaf aan het nationale Egyptische verzet tegen de Romeinse aanwezigheid. Caesars positie was onlangs iets verbeterd doordat hij, toen het Zevenendertigste Legioen was aangekomen, het eiland Faros had veroverd en zijn aanvoerlijnen had veilig gesteld, maar verder leek zijn wereld in te storten. De republikeinen verzamelden zich in wat wij Tunesië noemen en in Dalmatië, Andalusië was onrustig, en koning Farnakes II had bij Nikopolis Caesars gouverneur Gnaeus Domitius Calvinus verslagen. Het was tijd concessies te doen en het Alexandrijnse wespennest te verlaten. Zo komen we bij een van de vreemdste gebeurtenissen uit de Alexandrijnse Oorlog: de vrijlating van Ptolemaios XIII.

Lees verder “De vrijlating van Ptolemaios XIII”

Een reliëf van de god Chnoem

Chnoem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In 2015 kocht het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een Egyptisch reliëf. De presentatie moest destijds op zich laten wachten, omdat direct na de aankoop een Duits museum het voorwerp in bruikleen vroeg voor een tentoonstelling. Maar dat was toen. Het reliëf is alweer enige tijd te zien op de Egyptische afdeling.

Pottenbakker Chnoem

De toenmalige conservator Maarten Raven had van zijn directeur al iets mogen kopen op de kunstbeurs Brafa in Brussel, toen hij nóg iets bijzonders zag. In een ruim dertig centimeter hoog brok zwart graniet was een bijzondere voorstelling uitgeklopt: de Egyptische scheppergod Chnoem met zijn karakteristieke ramskop was bezig om uit een amorfe brok klei op een pottenbakkerswiel de wereld of een nieuwe heerser te creëren.

Lees verder “Een reliëf van de god Chnoem”

Byblos in Leiden

Laat ik eerlijk zijn: objectiviteit is mij vreemd als ik schrijf over de Byblosexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Ik heb immers met David Kertai het publieksboek geschreven en het museum heeft de helft van mijn reiskosten betaald toen ik onlangs naar Libanon ging. Wie een dezer dagen de expositie bezoekt, ziet dat enkele filmpjes die ik daar heb gemaakt, in de tentoonstelling zijn opgenomen. Dat was nooit mijn opzet en ik weet nog steeds niet wat ervan te denken. Maar objectief was ik dus niet toen ik afgelopen vrijdag de tentoonstelling voor het eerst bezocht. In plaats van iets over de expositie te vertellen, vertel ik u liever nog eens waar die om draait.

Relevantie

Het verhaal van Byblos is interessant. Er zijn immers weinig zaken in de Oudheid ontstaan die bewijsbaar relevant voor ons zijn in de zin dat ze ons beïnvloeden. Ik schrijf “bewijsbaar”. Je kunt invloed vermoeden, maar bewijzen is iets anders. Voor je zulke relevantie aan de Oudheid toeschrijft, moet je bijvoorbeeld uitsluiten dat iets tweemaal is uitgevonden. Zoals democratie: de onze heeft niets met de Atheense van doen. Zo zijn er meer complicaties waarover je moet nadenken vóór je relevantie claimt. Het lukt zelden dat je de sociaalwetenschappelijke claim dat er invloed is van de oude cultuur op de onze, sociaalwetenschappelijk kunt bewijzen. We hebben immers te maken met dataschaarste.

Lees verder “Byblos in Leiden”

Alexander de Grote: de eerste veroveringen

Alexander de Grote: de Azara-herme is het enige tijdens zijn leven gemaakte portret. Nu te zien in het Louvre, Parijs.

Het is met Alexander de Grote zoals met elke biografie: we moeten beginnen bij de ouders van de gebiografeerde. Wie daar iets over weet, begrijpt de achtergronden van het leven waarover je begint te lezen. Zeker bij Alexander is nuttig te weten dat zijn vader Filippos koning was van Macedonië. Hij had dit achtergebleven gebied gemoderniseerd en veranderd in een sterke staat met een machtig leger. Dat hij al vroeg de goudmijn van Amfipolis had bemachtigd, hielp daarbij buitengewoon. Verder had hij een agressieve buitenlandse politiek gevoerd. Ik noemde zijn interventie in de Derde Heilige Oorlog al. Ieder jaar trok hij ten strijde, steeds keerde hij terug met buit en daar liet hij de Macedonische aristocraten in delen. De gouden voorwerpen in het archeologische museum in Thessaloniki zijn de erfenis. Simpel samengevat: externe expansie garandeerde interne consolidatie, waardoor een achtergebleven regio veranderde in een sterk koninkrijk. Kortom, een “vroege staat”, om de term van Hans Claessen te gebruiken.

Het begin van de oorlog

In 340 v.Chr. was een conflict ontstaan met de Perzen. Filippos zag een kans, zeker toen twee jaar later koning Artaxerxes III Ochos overleed. Een burgeroorlog tussen Artaxerxes IV Arses en de satraap van Armenië was het gevolg, met hier en daar lokale opstanden. Uiteindelijk zou de Armeense satraap onder de naam Darius III Codomannus de oorlog winnen, maar zover was het nog niet. Filippos stuurde zijn voorhoede dus naar Azië, maar hij werd vermoord voordat hij zelf kon vertrekken (336).

Lees verder “Alexander de Grote: de eerste veroveringen”