Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

Lees verder “Joden en christenen in Rome”

Romeins Nîmes

Maison Carrée, Nîmes

Omdat ik een reis aan het voorbereiden ben naar de Provence, fris ik vandaag mijn kennis eens op van een stad die ik hoop aan te doen: Nîmes, het antieke Nemausus. De stad lag in het zuiden van de vallei van de Rhône, aan de rand van de Cevennen, en was de hoofdstad van de Gallische stam van de Volcae. De stad was vernoemd naar een oude godheid die dus ook Nemausus heette en werd vereerd bij een heilige bron in de stad. De tempel functioneerde ook nog in de Romeinse tijd.

De Romeinen verwierven dit deel van Gallië tijdens de Tweede Punische Oorlog, maar ontwikkelden het gebied pas een kleine eeuw later, rond 118 v.Chr. Toen verhardden en verbeterden ze de aloude weg naar Spanje: wat ooit de Weg van Herakles had geheten, was voortaan de Via Domitia. Volgens de Grieks-Romeinse geograaf Strabon was de weg “makkelijk te bereizen in de zomer, maar in de winter en lente erg modderig door rivierwater”. Dit kan betrekking hebben op allerlei delen van de weg, en ook op de weg bij Nîmes, waar de wateroverlast van de Rhône een geducht probleem vormde.

Lees verder “Romeins Nîmes”

Thermoluminescentie (en wat dat betekent)

Sao-sculptuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

Oudheidkundigen hebben diverse dateringsmethoden. Terugwerkend: eerst is er de gangbare kalender, wat verder terug hebben we de Romeinse keizers en hellenistische koningen, nog wat dieper zijn er de Mesopotamische sterrenkundige dateringen. Daarnaast biedt de archeologie een stoer werkpaard: de koolstofdatering. Alleen: dat werkpaard heeft soms kuren. Elke datering behoeft kalibratie en daarnaast zijn er reservoireffecten en andere complicaties. En nog een probleem: organisch materiaal mineraliseert, en in sommige regio’s gaat dat erg snel.

Zoals de gebieden ten zuiden van de Sahara. De Romeinen ontmoetten kooplieden uit die regio, maar wisten daar – als we de route langs de Nijl even buiten beschouwing laten – maar weinig van. Het enige wat de klassieke auteurs ons aan informatie hebben nagelaten, zijn geruchten over goudbewakende gorgonen en amazones: een echo van de situatie in de Bambouk. Omdat archeologen dus  dateringsmoeilijkheden hebben, is er, vergeleken met bijvoorbeeld de Maghreb, een gat in onze kennis. Dit is een van de redenen dat subsaharaal Afrika een beetje wordt genegeerd. Zelfs Zenab Badawi, die in haar recente An African History of Africa licht wil werpen op dit werelddeel, besteedt er geen aandacht aan.

Lees verder “Thermoluminescentie (en wat dat betekent)”

Precolumbiaanse culturen

Tijdvak: 1500 v.Chr. - 1525 na Chr.
1500-1400 v.Chr.1400-1300 v.Chr.1300-1200 v.Chr.1200-1150 v.Chr.1150-1100 v.Chr.1100-1050 v.Chr.1050-1000 v.Chr.1000-0950 v.Chr.0950-0900 v.Chr.0900-0850 v.Chr.0850-0800 v.Chr.0800-0775 v.Chr.0775-0750 v.Chr.0750-0725 v.Chr.0725-0700 v.Chr.0700-0675 v.Chr.0675-0650 v.Chr.0650-0625 v.Chr.0625-0600 v.Chr.0600-0575 v.Chr.0575-0550 v.Chr.0550-0525 v.Chr.0525-0500 v.Chr.0500-0475 v.Chr.0475-0450 v.Chr.0450-0425 v.Chr.0425-0400 v.Chr.0400-0375 v.Chr.0375-0350 v.Chr.0350-0325 v.Chr.0325-0300 v.Chr.0300-0275 v.Chr.0275-0250 v.Chr.0250-0225 v.Chr.0225-0200 v.Chr.0200-0175 v.Chr.0175-0150 v.Chr.0150-0125 v.Chr.0125-0100 v.Chr.0100-0075 v.Chr.0075-0050 v.Chr.0050-0025 v.Chr.0025-0001 v.Chr.0001-0025 na Chr.0025-0050 na Chr.0050-0075 na Chr.0075-0100 na Chr.0100-0125 na Chr.0125-0150 na Chr.0150-0175 na Chr.0175-0200 na Chr.0200-0225 na Chr.0225-0250 na Chr.0250-0275 na Chr.0275-0300 na Chr.0300-0325 na Chr.0350-0375 na Chr.0375-0400 na Chr.0400-0425 na Chr.0425-0450 na Chr.0450-0475 na Chr.0475-0500 na Chr.0500-0525 na Chr.0525-0550 na Chr.0550-0575 na Chr.0575-0600 na Chr.0600-0625 na Chr.0625-0650 na Chr.0650-0675 na Chr.0675-0700 na Chr.0700-0725 na Chr.0725-0750 na Chr.0750-0775 na Chr.0775-0800 na Chr.0800-0825 na Chr.0825-0850 na Chr.0850-0875 na Chr.0875-0900 na Chr.0900-0925 na Chr.0925-0950 na Chr.0950-0975 na Chr.0975-1000 na Chr.1000-1025 na Chr.1025-1050 na Chr.1050-1075 na Chr.1075-1100 na Chr.1100-1125 na Chr.1125-1150 na Chr.1150-1175 na Chr.1175-1200 na Chr.1200-1225 na Chr.1225-1250 na Chr.1250-1275 na Chr.1275-1300 na Chr.1300-1325 na Chr.1325-1350 na Chr.1350-1375 na Chr.1375-1400 na Chr.1400-1425 na Chr.1425-1450 na Chr.1450-1475 na Chr.1475-1500 na Chr.1500-1525 na Chr.
Olmeeks portret (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Deze blog begon ruim dertien jaar geleden als een algemeen medium, zeg maar als een soort dagelijkse krant, en veranderde al snel in een blog over de Oudheid. Ik heb Rome, Griekenland, Egypte, Mesopotamië en Perzië altijd gepresenteerd in samenhang met Centraal-Eurazië en met Afrika; de Indusbeschaving en China kregen wat minder aandacht omdat ik er wat minder van weet. En Precolumbiaans Amerika kreeg pas de laatste jaren wat aandacht.

Eén reden daarvoor is dat ik meende dat de Precolumbiaanse culturen niet goed pasten bij de definitie van de oude wereld: de periode waarover we naast het archeologische bewijs al geschreven bronnen hebben, maar niet zó veel bronnen dat we aan echte geschiedvorsing kunnen denken. Eigenlijk, dacht ik, bestaat deze situatie in de Amerika’s alleen in de ruime eeuw vóór Cortés en Pizarro. Maar er zijn veel meer teksten, oudere ook, dan ik dacht. Een tweede reden: voor de op deze blog behandelde materie over de Oude Wereld kan ik zonder de Azteken en Inka’s uit de Nieuwe Wereld. En ook daarover ben ik anders gaan denken.

Lees verder “Precolumbiaanse culturen”

De mythe van Adonis

De bron van de rivier de Adonis

Hoewel uitgeverij Athenaeum in de jaren negentig heeft geprobeerd de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata (ca.125 – ca.180) onder de aandacht van het grote publiek te brengen, is zijn oeuvre nooit echt aangeslagen. En dat is jammer, want het is een grappige auteur met een brede belangstelling. Wie De ontmaskering van de charlatans nog kan bemachtigen, zal meer dan eens bulderen van de lach om de manier waarop Lucianus afrekent met religieuze oplichters. Of beter: wat hij beschouwt als oplichters. Die nuance doet echter niet af aan ons leesplezier.

In De Syrische godin is Lucianus serieuzer van toon. Hij verkent de religie van de Levant, die hem vreemd is, maar die hemt desondanks (of juist daarom) fascineert. In mijn onlangs begonnen reeks blogjes met vertaalde teksten over Libanon, mag de volgende beschrijving van de eredienst in Byblos niet ontbreken – en eerlijk gezegd vraag ik me af waarom ik dit verhaal pas nu online plaats.

Lees verder “De mythe van Adonis”

Romeins Andalusië

Een Iberisch-Romeinse dame (Archeologisch Museum, Córdoba)

Toen de Romeinse troepen rond 208 v.Chr. aankwamen in het huidige Andalusië, betraden ze een wereld waarop niets hun had voorbereid. Er waren steden en heuvelforten, er waren metaalmijnen, er waren uitgestrekte akkers en boomgaarden, en langs de kust lagen havensteden, waar kooplieden aankwamen en vertrokken naar alle plaatsen langs de Middellandse Zee. Ergens achteraan, niet ver van de monding van de Guadalquivir, lag Cádiz, waar schepen aanlegden met goud uit de Bambouk en tin uit Armorica. De Romeinen zouden dit gebied, dat ze eerst Hispania Ulterior (“het verre Spanje”) en later Baetica noemden, nooit meer opgeven.

Baetica is vernoemd naar de rivier de Baetis, die wij Guadalquivir noemen. Dat is een arabisme: het betekent Grote Rivier. Maar ook Baetis was al een semitische naam. Net als Guad is Baetis afgeleid van een woord dat rivier betekent, denk maar aan wadi. Het eerdere semitisme illustreert de vroege aanwezigheid van Fenicische kolonisten en Karthaagse heersers. Ook een naam als Málaga, “zoutstad”, is Fenicisch, terwijl het eerste element in Córdoba het Fenicische woord qrt weergeeft, “stad”. De Feniciërs dreven al sinds de negende eeuw v.Chr. handel met een lokaal IJzertijd-koninkrijk, dat we gewoonlijk Tartessos noemen. Deze naam leeft voort in die van het volk dat woonde op de vruchtbare vlakte bezuiden de Guadalquivir, de Turdetaniërs.

Lees verder “Romeins Andalusië”

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (2)

De martelaren bij Christus (Catacomben, Rome)

En dat brengt me op het eigenlijke thema van dit stukje: langs elkaar heen praten. Voor Plinius sloegen de twee christinnen wartaal uit. Ook de kloof tussen Saturninus en de Noordafrikaanse christenen die hij voor zich heeft wordt niet overbrugd. In een in 2021 verschenen commentaar op deze martelaarsakte gaat Vincent Hunink ervan uit dat de hier ondervraagde christenen met opzet uitspraken doen die de overheidsfunctionaris niet kan begrijpen. Het is in zijn visie moedwil om misverstand te vergroten, omdat deze christenen er gewoon op aansturen de marteldood te mogen ondergaan. De studie van Hunink is zeer informatief en goed doordacht, maar op dit punt ben ik het niet met hem eens. Vervolging is niet het doel van het volgen van Christus, maar een gevolg. Er bestaan zeker aanwijzingen dat er kamikazechristenen geweest zijn, maar die vormen eerder een uitzondering – niet de regel.

Mysterie

Als u uw oren kalm te luisteren legt, vertel ik een mysterie van eenvoud.

Dat zegt de christelijke woordvoerder tegen Saturninus. Het is geen toonbeeld van duidelijke communicatie. Vermoedelijk biedt de christen aan te onthullen wat de christelijke leer is en bedoelt hij dat die gemakkelijk te begrijpen is. Maar zijn woordkeus zet Saturninus op het verkeerde been. Die maakt eruit op dat de christen hem wil inwijden in deze voor hem afstotelijke cultus.

Lees verder “Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (2)”

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)

Paulus (Catacomben van Domitilla, Rome)

“Verwerpelijk bijgelovig geraaskal.” In woorden van die strekking typeert Plinius, Romeins provinciebestuurder, in een brief aan keizer Trajanus de uitspraken van twee christelijke vrouwen. Van hun geloofspraktijk en ethische code kan Plinius nog wel iets begrijpen, maar wat het christelijke geloof zelf inhoudt, daar kan deze gezagsdrager niets mee.

We weten dat Plinius’ aanpak van christenen in zijn provincie Bithynië uitmondde in executie, maar kunnen niet nagaan wat de vrouwen tegen Plinius zeiden toen hij ze de duimschroeven aandraaide. Van een soortgelijk verhoor van later in de tweede eeuw is echter wel iets bewaard gebleven in de vorm van een martelaarsakte.

Dankbetuiging

“We hebben niets verkeerd gedaan,” zegt de woordvoerder van deze groep tegen gouverneur Saturninus, achter gesloten deuren in Carthago. Dat zal de overheidsbeambte ook andere gevangenen hebben horen zeggen, maar wat hem erg vreemd in de oren moet klinken is wat de christen daarna zegt:

Lees verder “Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)”

Medische instrumenten

Medische instrumenten (Archeologisch museum, Pafos)

Soms zie je iets dat je nooit eerder zag. Dat maakte ik vandaag mee in het nieuwe museum van Pafos, in het zuidwesten van Cyprus. Zie bovenstaande vitrine. Op de tekening van een menselijk lichaam zijn bruine terracotta’s gelegd: op de oren, op de borstkas, op een elleboog, op de genitalia, op de handen, op een bovenbeen, op een knie, op een scheen, op de voeten. Het zijn wat vreemd gevormde waterflessen.

Ze dateren uit de Romeinse tijd en zijn gevonden in het plaatselijke heiligdom van de genezende godheid Asklepios. De archeologen die ze opgroeven, denken dat er heet water of warme olie in werd gedaan. Ze werden dan gelegd op de corresponderende lichaamsdelen. Misschien hielp zo’n warme kruik om pijn te verlichten. Althans, dat is de interpretatie die het museum eraan geeft.

Lees verder “Medische instrumenten”