Culturele toe-eigening

Monet, La Japonaise

Culturele toe-eigening: ineens was die term er, althans voor mij, twaalf jaar geleden, toen een Nederlandse zangeres een Indiaanse verentooi wilde dragen bij het Eurovisie-songfestival. Ze zou zich iets hebben toegeëigend uit een cultuur die niet de hare was. Het was een soort klacht waarvan ik nooit eerder had gehoord.

Daar zijn verklaringen voor. De eerste is: er zijn machtige en minder machtige culturen en omdat ik behoor tot een wat machtigere cultuur, ben ik er minder op gespitst dat het verkeerd is als iemand uit een machtige cultuur iets toe-eigent uit een minder machtige cultuur. Vandaar dat ik er nooit van had gehoord. Met die verklaring neem je de constatering serieus, maar ik vind het wat makkelijk aan te nemen dat machtigere culturen per se insensitief zijn. Makkelijk vind ik ook een andere verklaring voor mijn onwetendheid: dat je zegt dat het overnemen van dingen uit andere culturen het wezen is van beschaving. Dan maak je je met een dooddoener af van het verwijt. Dat is dus ook wat al te gemakkelijk.

Lees verder “Culturele toe-eigening”

Musea in München

Dionysos (door Exekias) (Antikensammling, München)

De Duitse deelstaat Beieren is bezig zijn oudheidkundige collecties te reorganiseren: het Pompejanum in Aschaffenburg, het fenomenale Keltenmuseum in Manching, het archeologisch park van Kempten en de musea van Würzburg, Augsburg, Weissenburg en München. Het is in die laatste stad dat ik dit nu zit te schrijven, want ik ben hier om de diverse musea te bekijken. Ik was hier in 2012 voor het laatst en er is nogal wat veranderd.

Koning Lodewijk I (r.1825-1848) was een van de grootste filhellenen die de wereld ooit heeft gezien en spaarde kosten noch moeite om Beieren een Grieks uiterlijk te geven. Hij bouwde het Walhalla bij Regensburg, de Befreiungshalle in Kelheim en schonk München de Antikensammlung met de Glyptothek aan de Königsplatz. Koning Lodewijk had ook nog een zoon die koning werd in Griekenland, Otto I. De relatie tussen beide gekroonde hoofden deed de gestage aanvoer van Griekse oudheden uiteraard geen kwaad. München is dus een paradijs voor wie belangstelling heeft voor Griekse en andere oudheden.

Lees verder “Musea in München”

Verzamelgeschiedenis in Leiden

Tentoonstelling over verzamelgeschiedenis (RMO, Leiden)

Toen Egypte aan Nederland de Taffeh-tempel schonk, was een van de voorwaarden dat het antieke gebouw voor iedereen te bekijken moest zijn. Het gebouwtje staat nu opgesteld in de ontvangstzaal van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waar je inderdaad binnen kunt zonder kaartje. Er is ook een cafetaria waar ik graag met mensen afspreek, en de wand achter het tempelgebouw is in gebruik voor een vitrine waarin het museum recente aanwinsten toont, alsmede kleine exposities.

De huidige tentoonstelling, die deze zaterdag is begonnen, is gewijd aan de geschiedenis van twee voorwerpen uit de collectie en heet Hoe Twee Oudheden Egypte Verlieten. Het ene is het beeldje van een vrouw die graan aan het malen is, het andere is een portret van koning Amenhotep III, die u moet plaatsen tussen 1390 en 1353 v.Chr. of wat later. Ik heb het chronologische probleem al eens uiteengezet. De expositie legt dus uit hoe die voorwerpen in het museum zijn gekomen.

Lees verder “Verzamelgeschiedenis in Leiden”

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Lees verder “Het Ptolemaïsche Rijk”

Na de Zeevolken (2)

[Tweede deel van een bespreking van Eric Cline, After 1177 BC. The Survival of Civilizations; het eerste deel was hier.]

Data, informatie, interpretatie, model

Het oudheidkundig wetenschappelijk proces bestaat, grosso modo, uit vier stappen. We beginnen met het verzamelen van data. Die worden in verband gebracht met andere data en zo veranderen ze in informatie. Dan volgt een eerste interpretatie, waarna we tot slot de grote synthese kunnen schrijven vanuit een vaak sociaalwetenschappelijk model. Dat is ook wat Cline doet. Bij het beschrijven van de tijd na de Zeevolken gebruikt hij resilience theory, ofwel inzichten over de veerkracht van een samenleving. Daarmee is hij de enige niet. Kyle Harper deed het in The Fate of Rome (2017).

Cline benut als leidraad het IPCC-rapport uit 2012, gewijd aan de wijze waarop de mensheid zich kan aanpassen aan veranderend klimaat. Daaraan ontleent hij een helder begrippenapparaat. De Assyriërs, Babyloniërs en Egyptenaren hadden het vermogen om tegenslagen te absorberen, wellicht doordat ze een stabiele agrarische sector hadden (Eufraat, Tigris, Nijl). Voor hun waren de problemen iets waarmee viel om te gaan. (Het onvertaalbare Engelse woord is coping.) De Neo-Hittieten pasten zich aan (adapting) en de Feniciërs en Cyprioten transformeerden zichzelf. De crisis van de een is de kans van de ander. En dat is een aanzienlijk genuanceerder beeld dan het eenzijdige “instorting”.

Lees verder “Na de Zeevolken (2)”

Na de Zeevolken (1)

De Mykeense “warrior vase” uit de twaalfde eeuw; deze mensen zwierven als piraten uit (“Zeevolken”) (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In 2014 publiceerde de Amerikaanse archeoloog Eric Cline een boek over de instorting van het Bronstijdsysteem: 1177 BC. The Year Civilization Collapsed. De titel verwijst naar het jaar waarin farao Ramses III een groep migranten versloeg die oudheidkundigen sinds de negentiende eeuw aanduiden als Zeevolken. Als ik pedant constateer dat het jaartal vermoedelijk niet klopt, is dat om te illustreren dat we over deze periode heel veel niet weten. De dataschaarste die het centrale thema is van de geschiedtheorie, is nog groter dan anders voor de transitie van Bronstijd naar IJzertijd. Desalniettemin kon Cline in 1177 BC vertellen dat klimaatveranderingen, droogte, veranderingen in de economie en migratie een rol speelden, en ook hypercoherentie: de diverse delen van de Bronstijdwereld waren zó intensief met elkaar verbonden dat problemen in pakweg Griekenland gevolgen hadden in Kanaän.

Sterke en zwakke punten

1177 BC was te lezen als antwoord op 2008, toen wereldwijd de hedendaagse, verstrengelde economieën gelijktijdig een crisis indoken. Clines boek werd dan ook een bestseller, vertaald in diverse talen (ook Nederlands). Terecht, want wat Cline over de Late Bronstijd vertelde, was uitstekend gedocumenteerd. En de Late Bronstijd is nu eenmaal fascinerend. Dit zijn sterke punten. Tegelijk: we kunnen geen lessen trekken uit een periode waarover we onvoldoende data hebben. Natuurlijk, in de Oudheid hadden ze ook klimaatverandering, I.D.O.H.Z.O. droogtes, I.D.O.H.Z.O. economische aanpassingen, I.D.O.H.Z.O. migratie – de data staan toe te constateren dát ze er zijn geweest, maar wie het huidige tijdsgewricht wenst te begrijpen, profiteert meer van hedendaagse data dan van de niet-robuuste data die we hebben over de Vroege IJzertijd.

Lees verder “Na de Zeevolken (1)”

Vijf misverstanden over de Oudheid

De Oudheid biedt meer dan Grieks en Latijn (Louvre, Parijs)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. U vindt het programma hier. Het thema is dit jaar de relatie tussen de antieke mens en zijn natuurlijke leefomgeving, en als u cynisch aanneemt dat “in de Oudheid dachten ze ook over natuur” weer eens een gemakzuchtig I.D.O.H.Z.O.-tje is, dan hebt u het mis. Lees nog even wat ecokritiek is en u herkent dat er een wetenschappelijke innovatie schuilt achter deze thematiek.

De klassieken doen ertoe, althans in potentie, en oudheidkunde is wél interessant. Voor degenen die het desondanks niet geloven willen, presenteer ik hier vijf smoezen om zich er niet in te hoeven verdiepen. Plus uitleg waarom dat drogredenen zijn. Dat ook.

1. Het is alleen maar Griekenland en Rome

De Oudheid is de periode waarin we, anders dan in de Prehistorie (waarvoor alleen de archeologie informatie levert), wél geschreven bronnen hebben, maar waarvoor we, anders dan voor de Middeleeuwen, onvoldoende bronnen hebben om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. In jaartallen: het is de periode tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 of 800 na Chr. Geografisch bezien: de regio vanaf Iran en Centraal-Azië tot aan de Atlantische Kust.

Lees verder “Vijf misverstanden over de Oudheid”

Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

Abraham Kuyper beschreef het Griekse landschap als voornaam (en in Delfi begrijp je waarom)

[Tweede deel van een artikel van Hans Overduin over de reis van Abraham Kuyper rond het Middellandse Zee-gebied. Het eerste deel was hier.]

Naar Griekenland

We schrijven inmiddels januari 1906. Hoewel Kuyper West-Anatolië had bezocht, stak hij van vanuit Smyrna niet direct over naar Athene. Hij nam een omweg via Egypte en Soedan (na eerst nog in Libanon, Syrië en Palestina te zijn geweest), waar hij met name de overblijfselen van de aloude Egyptische beschaving bezocht. Zijn reactie is opmerkelijk. Hoewel hij onder de indruk was van de ruïnes, bleven deze massieve resten volgens hem ver achter bij de overblijfselen van de klassiek Griekse beschaving.

Hier wordt de toon gezet van Kuypers mening over Griekenland. Vervolgens moest Noord-Afrika het ontgelden. Het sleutelwoord hierbij is “lelijkheid” (Kuyper hanteert zelf de term “affreus lelijk”) en dat sloeg zowel op het landschap als op zijn bewoners. Hij vergeleek de ongenuanceerde Maghreb met de fijne lijnen en de edele trekken van het Griekse landschap en zijn bewoners. Zo’n opmerking zou tegenwoordig ondenkbaar zijn en voor racistisch worden versleten, maar in die tijd was dit slechts een objectieve observatie.

Lees verder “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)”

Een fonteinleeuw uit Wallonië

Fonteinleeuw (Espace gallo-romain, Ath)

Ik was vandaag even in Ath, waar in het charmante archeologisch museum een al even charmante expositie is over Romeinse tuinen. Mijn aandacht werd getrokken door bovenstaande leeuw. Of beter: fonteinleeuw, want het dier is bedoeld om water te spuwen en het museum heeft het beeld zelfs in die functie hersteld. Het oogt puntgaaf, alsof het gisteren uit een beeldhouwersatelier is gekomen. Maar ik begrijp dat het geen replica is.

Deze fonteinleeuw stond ooit op een binnenplaats van de tweede-eeuwse Romeinse villa van de Grand Bon Dieu in Anthée (een kilometer of tien ten westen van Dinant), die rond 1870 door Charles Grosjean is opgegraven. Qua vorm is het een landgoed waarvan er dertien in een dozijn gingen: een hoofdgebouw met een brede galerij, aan weerszijden torenachtige zijvleugels, ervóór een rechthoekige tuin en het geheel omgeven door een lage muur. Wat de villa bijzonder maakt is de omvang: het ommuurde deel mat niet minder dan twaalf hectare. En er waren fonteinen.

Lees verder “Een fonteinleeuw uit Wallonië”

Post uit Alashiya

Late-Bronstijd-rhyton uit Alashiya (Cyprus Museum, Nicosia)

Alashiya was de naam waaronder Cyprus (of een stad op dat eiland) bekendstond in de Late Bronstijd. We komen de naam tegen in teksten uit Alalach, Egypte, Ebla, Mari en Babylonië. De koningen van Ugarit en van de Hittieten stuurden ballingen naar Alashiya. Omdat de tekst vaak de handel in koper ter sprake brengen, weten we echt heel zeker dat het gaat om het koperrijke Cyprus.

In de Amarna-brieven, een verzameling diplomatieke correspondentie uit de veertiende eeuw v.Chr. die is gevonden in Egypte, duidt de koning van Alashiya zich aan als de “broeder” van de farao. Het moet dus een machtig man zijn geweest, wat de oude theorie dat Alashiya alleen maar een stad als Enkomi is geweest, wat minder plausibel maakt. Een van die brieven, EA 34 om precies te zijn, toont hoe de verhoudingen waren.

Lees verder “Post uit Alashiya”