De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

Lees verder “De Europese canon (1-5)”

Een Europese canon

Cartoon, gezien in het Huis van de Europese Geschiedenis (Brussel)

Het is vandaag de Dag van Europa. Er zal ongetwijfeld wat officieels gebeuren dat me, ofschoon ik me wel degelijk verbonden voel met iets dat groter is dan Nederland, niet wezenlijk interesseert. Toch leek het me leuk er even aandacht aan te besteden – en wel door een lijstje te maken van zaken die de diverse mensen in Europa verbinden. Het is natuurlijk al eerder gedaan, door de onvergetelijke Pieter Steinz (Made in Europe), maar hij gooide een hele kaartenbak om en bood zo méér dan we konden behappen.

Uiteraard is Europa ondefinieerbaar, al liggen sommige thema’s voor de hand: het Vaticaan, de Académie des sciences, het Britse Parlement en de Preußische Kriegsakademie lijken me onbetwistbaar deel uit te maken van de institutionele kern. Turkije en Rusland liggen in de periferie maar horen er zowel geografisch als cultureel bij. Verschijnselen als stadsvorming, migratie en het neoliberalisme horen weliswaar bij Europa maar zijn ook daarbuiten te vinden. Ik zou niet zo snel een temporele afbakening kunnen geven, maar ik denk dat het moment waarop de eenheid van Latijnse taal en de Romeinse cultuur de pluriformiteit van de IJzertijdtalen en -culturen verving, een redelijk startpunt is.

Lees verder “Een Europese canon”

De Langobardische Cyclus (3): Alboin

Een strijdscène uit een Langobardisch graf (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]

De legende van Alboin, opgenomen in de Langobardische Cyclus, is het meest “waarheidsgetrouwe” deel. Ze gaat dan ook niet terug op het Dresdener Heldenbuch of andere sagen. De voornaamste en eerder geschiedkundige bron hier is de Langobardische geschiedschrijver Paulus de Diaken. Voor zijn Historia Langobardorum putte hij uit de Origo gentis Langobardorum, het Liber Pontificalis (Boek der pausen), de verloren gegane geschriften van Secundus van Trente en de Annalen van Benevento. Hij verwerkte tevens teksten van Beda de Eerbiedwaardige, Gregorius van Tours en Isidorus van Sevilla.

De historische Alboin

De historische Alboin, zoals we die kennen via Paulus de Diaken, was inderdaad koning van de Langobarden, tussen 560 en 572. De Langobarden en hun buren, de Gepiden, bewoonden toentertijd de Pannonische vlakte: zeg maar westelijk Hongarije. Audoin, vader van Alboin, was in oorlog met Thurisind, koning der Gepiden. In de slag bij Asfeld (552) doodde Alboin een zoon van Thurisind, Turismod.noot Er is geen archeologische bevestiging van die veldslag. Asfeld zou niets anders dan “slagveld” betekenen. Men vermoedt dat de slag plaatsvond tussen de Donau en de Sava.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (3): Alboin”

Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

Aan het einde van hun handboek Een kennismaking met de oude wereld bieden De Blois en Van der Spek een korte typering van de regering van keizer Justinianus:

Het Oost-Romeinse (= Byzantijnse) Rijk bleef gedurende de hele Middeleeuwen bestaan. In de zesde eeuw wist de Oost-Romeinse keizer Justinianus (r.527-565) Italië, Noord-Afrika en Zuid-Spanje te heroveren, maar al kort na zijn dood gingen Zuid-Spanje en Noord-Italië weer verloren.

Dit is onhandig geformuleerd. De argeloze lezer kan denken dat Justinianus, net als Trajanus, Marcus Aurelius of Septimius Severus zelf naar het front is gegaan. Hij bleef echter, met zijn keizerin Theodora, in Constantinopel en liet de oorlogvoering over aan zijn vertrouwde generaal Belisarius.

Lees verder “Justinianus”

Relevantie is de vijand van de geschiedenis

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Ieder mens heeft in het leven een zekere mate van pech en geluk, en daarin ben ik niet anders dan u. Beroepshalve leg ik de Oudheid uit, maar voor ik aan het werk kan gaan, moet ik helaas geld verdienen. Dat doe ik als journalist, als reisleider en als docent. In die laatste categorie kwam zo’n anderhalf jaar geleden een verzoek iets te vertellen over de Skythen, terwijl nog onlangs mensen informeerden of ik de Avaren wilde behandelen. Oost-Europa staat immers in brand en als historicus kon ik wellicht licht werpen op de zaak.

Helaas nee. De vraag is op zich niet raar. Als je de eenentwintigste eeuw wil begrijpen, is kennis van de negentiende en twintigste eeuw zinvol. Meer onderwijs over de nieuwste tijd kan bepaald geen kwaad. Maar we hoeven en kunnen voor begrip van onze eigen tijd zelden terug te gaan naar Oudheid.

Lees verder “Relevantie is de vijand van de geschiedenis”

Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

Mozaïek uit de Hagia Sofia

[Tweede van drie blogs over het Byzantijnse Rijk. Het eerste was hier.]

De Byzantijnse geschiedenis begint op het moment dat de Romeinse keizers Constantinopel in gebruik namen als voornaamste keizerlijke residentie. Wie een datum zoekt, zou 11 mei 330 kunnen noemen, maar iedereen begrijpt dat het niet op een dag eerder of later steekt. De geschiedenis eindigt in elk geval op een heel precies moment: op 29 mei 1453. Toen veroverde de Ottomaanse sultan Mehmet II de stad. Ik blogde er al eens over. Historici verdelen het tussenliggende millennium in drie perioden.

Justinianus

De eerste daarvan, van 330 tot 867, is te typeren als ontstaan, crisis en voortbestaan. Tijdens de regering van Justinianus (r.527-565) deden de Byzantijnen een laatste poging de westelijke provincies van het voormalige Romeinse Rijk te heroveren. Dit plan slaagde grotendeels: generaal Belisarius heroverde de rijke provincies in Italië en Afrika, de steden in Libië verjongden (de Ananeosis) en Byzantijns goud kocht invloed in Frankisch Gallië en Visigotisch Spanje. De hervonden eenheid werd gevierd met de bouw van de kerk van de Heilige Wijsheid, de Hagia Sofia, in Constantinopel. De prijs voor de hereniging was echter hoog. Justinianus moest de Sassanidische Perzen afkopen en kreeg te maken met stevig verzet, bijvoorbeeld in Ostrogotisch Italië.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei”

China en Rome

Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassaniden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische buitengrens is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”

De niet zo grote volksverhuizingen

De niet zo grote volksverhuizingen

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dit kaartje van de Grote Volksverhuizingen blijft maar terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt.

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw na Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””