M10 | Jonathan de Makkabeeër

Balas (Louvre, Parijs)

[Tiende aflevering van een zestiendelige reeks rond Chanoeka; het eerste deel was hier.]

Zoals ik gisteren aangaf, was Bakchides, de generaal die namens Demetrios I Soter was uitgezonden tegen Judas de Makkabeeër, erin geslaagd de opstand te onderdrukken. Judas was gesneuveld en zijn broer Jonathan ging verder als bandietenleider.

Er volgden meer Seleukidische successen. In 154 annexeerde men Cyprus, een eiland waarop ook koning Ptolemaios VI Filometor van Egypte zijn zinnen had gezet. Deze zond daarom een rebel tegen Demetrios in het veld, Alexandros Balas, die al snel steun verwierf binnen de Seleukidische koninklijke familie. De opstandeling arriveerde in Ptolemaïs met een strijdmacht die zó groot was dat de soldaten van de Seleukidische garnizoenen in Judea er meteen het bijltje bij neergooiden. Dit was het begin van een burgeroorlog die in 150 eindigde met Demetrios’ definitieve nederlaag.

Lees verder “M10 | Jonathan de Makkabeeër” →

Titianos, Tatianos, Tattanay

Zomaar een standbeeld uit Hatra (Nationaal Museum, Bagdad)

Toen ik het stukje over Maës schreef, de man over wiens reis richting China we dankzij Ptolemaios iets weten, viel me iets geks op. De man heette voluit Maës Titianos en voor zover ik kan overzien heeft elke moderne auteur hem geïdentificeerd als Romein. Inderdaad bestaat er een Romeinse naam Titianus. Op Sicilië zijn zelfs Maesii Titiani gedocumenteerd. Als onze Maës bij die familie had gehoord, had je weliswaar verwacht dat zijn naam als Μαες of Μαις zou zijn gespeld en niet als Μαης, maar toch. Er zijn weinig redenen om niet aan te nemen dat Maës geen Romein zou zijn geweest. Maar ik aarzelde.

Twijfels

Punt één: de publicaties die ik erop nasloeg, hadden erg geforceerde verklaringen voor de manier waarop Maës aan zijn Romeinse naam was gekomen. Craig Benjamin opperde in Empires of Ancient Eurasia, waarover ik het eerder had, dat Maës de naam Titianus te danken had aan keizer Titus. Dan zou hij echter Titus Flavius Maesus hebben geheten. Iets plausibeler is een verband met een door Marcus Antonius benoemde Romeinse gouverneur van Syrië, Marcus Titius. Maar als dit degene was aan wie Maës zijn naam te danken had, zou hij Marcus Titius Maesus hebben geheten. Kortom, ik kwam geen overtuigende verklaring tegen.

Lees verder “Titianos, Tatianos, Tattanay” →

Maës, de antieke Marco Polo (2)

Een priester en een kind (Dalvarzintepa; Uzbeekse Academie van Wetenschappen, Tasjkent)

In het eerste stukje vertelde ik dat Maës was begonnen aan een reis die hem naar de Stenen Toren zou brengen, ergens in Centraal-Azië. Het einddoel was de hoofdstad van China.

Het Parthische Rijk

Ptolemaios noemt in 1.12 diverse plaatsen die Maës heeft aangedaan. Na het oversteken van de Eufraat was hij in het Parthische Rijk. Het reisgezelschap trok eerst door Mesopotamië, waar het de steden Edessa en Nisibis moet hebben aangedaan. Vervolgens bezocht het de Aramees-sprekende bevolking van Assyrië. Dat Ptolemaios niet de later populaire naam “Adiabene” gebruikt voor Noord-Irak, suggereert een vroege datering van Maës’ reis.

Lees verder “Maës, de antieke Marco Polo (2)” →

Armenië, de Parthen en Rome

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

De Romeinen en de Parthen voerden een “asymmetrische oorlog”, wat wil zeggen dat ongelijksoortige vijanden tegenover elkaar stonden. Ze streefden verschillende doelen na en bedienden zich van uiteenlopende tactieken.

De Parthen, die een rijk hadden gebouwd in Irak en Iran, waren goede ruiters. Ze konden overal toeslaan en bedreigden daarom de aanvoerlijnen van de Romeinse legers. Wat ze daarentegen niet konden, was een stad belegeren. Cavalerielegers kunnen immers niet zo makkelijk de materialen meenemen om belegeringswerktuigen te bouwen. Parthische oorlogen waren daardoor nooit op één plek gelokaliseerd en waren niet gericht op verovering. Het waren in feite grootschalige plundertochten, waarbij de ruiters het liefst weidse vlakten opzochten.

Lees verder “Armenië, de Parthen en Rome” →

Nogmaals de Zijderoute

Al een paar keer heb ik geblogd over de Zijderoute, over de handelsnetwerken rond de Indische Oceaan, over wat China wist van Rome en over wat Rome wist van China. Otto Cox vergeleek het bestuur van de twee wereldrijken. Ik besprak het boek van Beckwith (waar ik gemengde gevoelens bij had) en het boek van H.J. Kim c.s. (waar ik ook gemengde gevoelens bij had). Vandaag heb ik het over Empires of Ancient Eurasia van de Australisch-Amerikaanse auteur Craig Benjamin (2018).

Vier staten

Het verhaal gaat natuurlijk over vier grote staten: Han-China, de Kushana’s in Centraal-Eurazië en India, de Parthen en de Romeinen. De nomaden spelen ook een rol: de Yuezhi, die naar het westen migreerden en de Zijderoute openden, en de oostelijke, die ook bekendstaan als de Xiongnu. Uit de eerste groep zouden de Kushana’s voortkomen. De oorlogen tegen de tweede groep bracht de Chinezen ertoe contacten te leggen in het mysterieuze westen.

Lees verder “Nogmaals de Zijderoute” →

Hellenistisch Armenië

Artashat/Artaxata (op de heuvels), hoofdstad van Armenië. De berg achteraan is de Masis, de zogenaamde Ararat

[Tweede van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

In 336 v.Chr. voerde de toenmalige Perzische gouverneur van Armenië, Artašata, een succesvolle staatsgreep uit. Eenmaal koning van Perzië nam hij de naam Darius aan, “de hersteller van het goede”, en erfde hij een oorlog tegen de Macedoniërs. Hun koning, Alexander de Grote, versloeg Darius en onderwierp het volledige Perzische rijk, maar Armenië lijkt in deze tijd onafhankelijk te zijn geworden.

De eerste Yervandiden

Van tijd tot tijd duiken de namen van Armeense leiders op in onze bronnen. Anders gezegd: de schijnwerper flitst een aantal keren achter elkaar aan. Zo vernemen we van een tweede Yervand. Deze zal nog door de laatste Perzische koning zijn aangesteld als gouverneur, kan een door Alexander gezonden generaal hebben weten af te weren en speelde na de dood van Alexander (323 v.Chr.) een rol in de burgeroorlogen tussen de Macedonische generaals.

Lees verder “Hellenistisch Armenië” →

Domitianus (33): Via Domitiana

Reliëf langs de Via Domitiana (Castello di Baia, Italië)

Bovenstaand reliëf, doorgaans te zien in het Castello di Baia op 25 kilometer ten westen van Napels, is momenteel aanwezig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, deel uitmakend van de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). Het is afkomstig uit Puteoli (het huidige Pozzuoli aan de Baai van Napels) en komt van een monument voor de aanleg van de Via Domitiana.

Dat klinkt heel chique en zo’n monument suggereert dat het ook werkelijk iets chiques was, maar zo speciaal was het niet. Wie Rome verliet over de Via Appia, bereikte op een gegeven moment het havenstadje Sinuessa, waar de weg het binnenland inkronkelde, richting Capua, en daarvandaan verder over de Abruzzen naar Brindisi. Van Sinuessa liep ook een oeroude weg langs de kust, richting Puteoli. Domitianus heeft die weg laten verharden. Niet meer.

Lees verder “Domitianus (33): Via Domitiana” →

Ktesifon

De iwan (schaduwboog) van het Sassanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Sousa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon” →

Het oosterse wereldrijk

Akkadisch overwinningsreliëf (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag de vraag: kan het niet simpeler met al die rijken uit de Brons- en IJzertijd? De Egyptische geschiedenis is vrij overzichtelijk verdeeld in drie “rijken”, wat tussentijden en nog een Late Periode, maar het Nabije Oosten is een vrij complexe afwisseling van Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sassanidische Perzen. En daarna dus de Kalifaten van Damascus en Bagdad. Nogal complex.

Het oosters wereldrijk

Bij inleidend onderwijs zeg ik altijd “het oosters wereldrijk” en dat lijkt me een toegestane vereenvoudiging, vergelijkbaar met de “vier vegen” om de geschiedenis van alle volken van Centraal-Azië samen te vatten. Het idee dat er één koning voor de hele wereld moest zijn, heeft eerbiedwaardig oude wortels; de stedelijke infrastructuur bleef eeuwenlang bestaan; literatuur en talen waren al even duurzaam. Het is niet verkeerd al die “rijken” op te vatten als dynastieën in hetzelfde grote koninkrijk. (Eigenlijk zijn het etnoklassen die toevallig niet aan de onderkant maar aan de bovenkant van de samenleving zitten; ik laat dit even wat het is.) Tot de enorme etnische veranderingen ten tijde van de Mongolenstorm was er nogal wat continuïteit.

Lees verder “Het oosterse wereldrijk” →

Zware cavalerie

Zware cavalerie in het Romeinse leger (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie” →