Nog eens: de val van Tyrus

De kerk van Willem van Tyrus

Onlangs blogde ik over de val van Tyrus: hoe het leger van het Koninkrijk Jeruzalem de belangrijke havenstad wist te bemachtigen. De auteur van de Damascuskroniek, Ibn al-Qalanisi, oordeelde dat zowel de landsheer van Tyrus, de Fatimidische kalief, als de Seljukische emir Toghtekin van Damascus, die had toegezegd de stad te zullen verdedigen, tekort hadden geschoten. Uiteindelijk hadden de verdedigers zich moeten overgeven. Ze mochten op 8 juli 1124 de stad met hun roerende goederen verlaten.

Hetzelfde verhaal is te vinden bij Willem van Tyrus (ca.1130-ca.1185), die later aartsbisschop was in de stad en een beroemde kroniek van de Kruistochten heeft geschreven. De Nederlandse vertaling is van Gust de Preter en is hier in haar geheel te downloaden.

Lees verder “Nog eens: de val van Tyrus”

De val van Tyrus

De toren waarlangs de verdedigers van Tyrus de stad verlieten

Een van de belangrijkste bronnen over de Kruistochten is de zogeheten Damascuskroniek, samengesteld door de Arabische auteur Ibn al-Qalanisi (1070-1160). Die beschrijft hoe de Kruisvaarders, nadat ze Jeruzalem in 1099 hadden ingenomen, zich wendden tegen de havensteden waar ze, op hun weg naar het Heilig Land, in ijltempo aan voorbij waren gegaan. Toen de Kruisvaarders eenmaal vaste grond aan de voet hadden, keerden ze zich alsnog tegen deze steden. Ik vertelde al over de inname van Tripoli in 1109.

In 1124 stonden de legers van het Koninkrijk Jeruzalem voor de muren van Tyrus – lees hier hoe die eruit zagen. De Fatimidische kalief in Egypte was niet in staat iets te ondernemen en droeg de verdediging over aan de Seljukische atabeg van Damascus, emir Toghtekin. Qalanasi laat duidelijk merken dat de Arabische leiders onvoldoende deden om Tyrus te redden.

Lees verder “De val van Tyrus”

Sidon en Tyrus in 1047

Sidon, Vrijdagsmoskee

Zoals ik al eens vertelde, kwam de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. Ik vertelde al over zijn bezoek aan Tripoli en Beiroet. Vandaag gaan we verder naar het zuiden.

Sidon

Van Beiroet gingen we verder naar de stad Sidon, eveneens aan zee. Ze verbouwen daar veel suikerriet. De stad heeft een goed gebouwde stenen stadsmuur met vier poorten. Er is een mooie Vrijdagsmoskee, zeer aangenaam gelegen. Het interieur is helemaal bedekt met matten met allerlei gekleurde motieven.

Lees verder “Sidon en Tyrus in 1047”

Ibn Battuta in Libanon

Een van de middeleeuwse torens van Tyrus

Shams al-Din Abu Abdallah Muhammad ibn Abdallah ibn Muhammad ibn Ibrahim ibn Muhammad ibn Yusuf Lawati al-Tanji ibn Battuta, kortweg Ibn Battuta (1304-1369), was een Arabische wereldreiziger. Zijn reisverslag, met de fantastische titel Een geschenk aan al wie de wonderen van de steden en de wonderen van het reizen overweegt, beslaat de hele islamitische wereld en méér. Of hij werkelijk alles heeft bezocht dat hij claimt met eigen ogen te hebben gezien, is een onderwerp van discussie. Fascinerend is het wel en ik dacht dat ik eens moest vertellen wat hij zo rond 1325 zag in het huidige Libanon.

Tyrus

Deze stad, Tyrus, is spreekwoordelijk onneembaar, aangezien de zee haar aan drie kanten omringt en ze slechts twee poorten heeft, één aan de landzijde en één naar de zee. Die aan de landzijde wordt beschermd door vier buitenmuren, elk voorzien van borstweringen, terwijl de toegang naar de zee staat tussen twee grote torens.

Lees verder “Ibn Battuta in Libanon”

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

Nieuws uit Tyrus

De zogenaamde Mozaïekstraat in Tyrus

Dit is leuk, dit is leuk, dit is leuk. De Egyptische Haven in Tyrus is gelokaliseerd.

Om te begrijpen waarom dat zo leuk is, moet ik u eerst even iets vertellen over die havenstad in zuidelijk Libanon. Die bestaat grosso modo uit twee delen. In het oosten is een enorm grafveld met een hippodroom; in het westen (op het voormalige eiland) is een kleine opgraving van Romeinse gebouwen. Die bestaat weer uit twee helften. Als u vanuit de stad binnenloopt, heeft u voor u een dubbele colonnade, die wel aangeduid wordt als de Mozaïekstraat. Aan de rechterzijde liggen wat gebouwen met onduidelijke functies, aan de linkerzijde ligt een Romeins badhuis. En aan het einde is de zee. De resten van een Romeinse pier liggen er ergens in de branding.

Daar moet ergens de Egyptische Haven hebben gelegen. Die heette zo omdat ’ie lag in de richting van Egypte. De noordelijke haven is vernoemd naar Sidon en is nog steeds in gebruik voor vissersschepen en pleziervaart. Maar de Egyptische Haven was dus zoek.

Lees verder “Nieuws uit Tyrus”

Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas”

Romeins Recht (3): Justinianus

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het eerste stukje legde ik uit dat het Romeins Recht uiteenlopende bronnen had en in het tweede stukje toonde ik hoe rechtsgeleerden steeds meer zochten naar systematiek. Rond het midden van de derde eeuw na Chr., toen het Romeinse Rijk door een crisis ging, kwam er een tijdelijk einde aan deze rechtspraktijk. Wat dit in feite betekende, is moeilijk te achterhalen, maar het is opvallend hoe weinig documentatie we hebben uit deze periode. Vermoedelijk dateren de eerste codices, privéverzamelingen voor deze of gene provincie, uit deze tijd. Het was pas keizer Constantijn die zich weer om het Romeins Recht bekommerde en enkele rechtsgeleerden aanwees wier adviezen voortaan rechtskracht hadden. Dit staat bekend als de Citeerwet maar feitelijk was het een constitutie of, zo u wil, een decreet.

De vierde en vijfde eeuw

De tweede helft van de vierde eeuw is wel getypeerd als een renaissance en inderdaad werden allerlei oude teksten gekopieerd. Dat gold ook voor rechtsgeleerde teksten: ze werden, soms als samenvatting en altijd met aanpassingen (bijvoorbeeld aan het vernieuwde muntstelsel), opnieuw gepubliceerd. Sommige compendia hebben we over, zoals de Sententiae (“adviezen”) van Julius Paulus van Emesa en de Epitome (“samenvatting”) van Ulpianus van Tyrus. Deze laatste was overigens juridisch adviseur geweest van de keizers Caracalla (r.211-217) en Severus Alexander (r.222-235). We hebben zijn werk dus over in een vierde-eeuwse vorm. Ongetwijfeld zijn die benut in de rechtsscholen, zoals de beroemde instelling in Beiroet, dat zich tot op de huidige dag presenteert als nutrix legum, “de voedster van de wetten”.

Lees verder “Romeins Recht (3): Justinianus”

Musa as-Sadr

Musa as-Sadr in Tyrus

Ik vertelde eergisteren over de familie As-Sadr, die in de sji’itische wereld een vooraanstaande rol speelt: vermogend, geleerd, open voor de moderne wereld en voldoende gekeerd tegen illegale machthebbers om enkele dodelijke slachtoffers in de gelederen te hebben. Het meest opvallend is de executie van broer en zus Muhammad Baqir en Amina in 1980. Twee jaar eerder was het de beurt geweest van hun familielid Musa as-Sadr.

Geboren in 1928 en opgeleid in Qom en Najaf, kwam Musa as-Sadr in 1959 aan in de Libanese havenstad Tyrus, waar hij in de moskee een functie had als imam, voorganger. Een geschoold man met internationale contacten in een deel van de sji’itische wereld dat we mogen typeren als achtergebleven. Zuidelijk Libanon had nauwelijks meegeprofiteerd van de economische groei van de rest van het land. Als Beiroet in de jaren zestig het Parijs van het Midden-Oosten was, waren de sji’itische gebieden de banlieu. De zuidelijke sji’ieten waren vaak ook niet goed geschoold. Het was in dit achterstandsgebied dat Musa aankwam. En deze geestelijke was niet bereid tot inschikkelijkheid.

Lees verder “Musa as-Sadr”

Raymond III van Tripoli (3)

Hattin: Saladin en Guy strijden om het Ware Kruis (Raymond III is niet afgebeeld)

Vandaag het laatste stukje in mijn reeks over de graven van Tripoli. Korte inhoud van het voorafgaande: de dynastie is in de nasleep van de Eerste Kruistocht gesticht door Raymond van Saint-Gilles, kreeg zijn hoofdstad dankzij graaf Raymond I (r.1105-1112), werd onafhankelijk dankzij graaf Pons (r.1112-1137), maar moest zijn verdediging uitbesteden aan de Hospitaalridders en Tempeliers ten tijde van graaf Raymond II (r.1137-1152). Hij werd door Assassijnen vermoord.

Zijn zoon en opvolger, Raymond III, verwierf als leenman van de koning van Jeruzalem de heerschappij in Galilea en schopte het tot regent voor de minderjarige koning Boudewijn IV de Melaatse. Toen die in 1176 meerderjarig werd, keerde Raymond III terug naar het noorden. In het daarop volgende jaar versloegen de jonge koning en zijn adjudant Reinoud van Châtillon in de slag bij Montsigard de inmiddels gevreesde Saladin.

Lees verder “Raymond III van Tripoli (3)”