Paestum

De tempel van Athena in Paestum

Ten zuiden van Napels ligt de grote baai van Napels, met in het westen de Tyrrheense Zee, in oosten de Vesuvius, en in het zuiden het schiereiland van Sorrentino en het eiland Capri. Wie nog iets zuidelijker gaat, komt in Salerno en, nog even verder, in Paestum. In het Grieks heette het Poseidonia, “stad van Poseidon”: geen onlogische naam voor een havenstad. De stad lijkt rond 600 v.Chr. te zijn gesticht door Griekse kolonisten uit de omgeving van de Ionische Zee. Ze waren niet de eerste mensen, want de verering voor diverse godinnen gaat terug op inheemse culten.

Poseidonia

Het lijkt erop dat het plattegrond met langwerpige woonblokken dateert van vrij kort na de stadstichting. Zeg maar de zesde eeuw v.Chr.. Het plattegrond kent een opvallende scheiding van religieuze, bestuurlijke en residentiële delen.

Lees verder “Paestum”

Het Seleukidische Rijk

Seleukos I Nikator (Archeologisch museum, Napels)

Een pagina over de Seleukiden, die was er nog niet op deze blog. Terwijl deze hellenistische dynastie toch lange tijd heeft geregeerd over een immens gebied. Ik heb trouwens ook nog geen blog gewijd aan de Ptolemaiën, hoewel die voor Egypte en Cyprus toch ook belangrijk zijn geweest. Maar goed, eerst de Seleukiden.

Na de dood van Alexander de Grote op 11 juni 323 v.Chr. verdeelden zijn generaals, de Diadochen, zijn rijk. Een daarvan was zijn vriend Seleukos I Nikator (“de overwinnaar”), die zich na een reeks conflicten koning wist te maken van de oostelijke provincies – min of meer het moderne Afghanistan, Iran, Irak, Syrië en Libanon, samen met delen van Turkije, Armenië, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan. Het nieuwe koninkrijk zou twee hoofdsteden hebben, allebei gesticht rond 300 v.Chr. en allebei Seleukeia genaamd. De ene stad lag aan de Middellandse Zee en zou al snel worden overvleugeld door het even verderop gelegen Antiochië; het andere Seleukeia lag aan de Tigris en zou nog eeuwenlang belangrijk zijn.

Lees verder “Het Seleukidische Rijk”

De essenen

Misschien stelt dit portret uit de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen Flavius Josephus voor. Zeker is dat niet.

Ik heb op deze blog al regelmatig melding gemaakt van een joodse groepering die bekendstaat als de essenen. Verschillende auteurs verwijzen ernaar: Flavius Josephus natuurlijk, de Alexandrijnse filosoof Filon en ook de Romeinse officier Plinius de Oudere, die hen plaatst in de omgeving van Ein Gedi aan de Dode Zee. Het Nieuwe Testament noemt ze niet, al is denkbaar dat de auteurs de essenen aanduiden als de herodianen. De Dode-Zee-rollen golden, zolang ze nog niet allemaal waren uitgegeven, als de teksten van de sekte, maar dat is een stuk minder zeker dan men wel aanneemt.

Ik wil nu enkele blogjes aan de materie wijden. Eerst behandel ik wat de bronnen zeggen over de essenen. Volgende week presenteer ik het bewijsmateriaal uit de Dode-Zee-rollen. Tussendoor som ik de voornaamste teksten op. Maar eerst dus de bronnen, en dan beginnen we met de notoir onbetrouwbare Josephus.

Lees verder “De essenen”

De Romeinse Isis

Isis (El Kurru)

Van alle goden uit het oude Egypte is de bekendste vermoedelijk Isis. In een pantheon waar de meeste godheden een dierenkop hebben, heeft zij een mensenhoofd, met als attribuut op haar kruin een kleine troon. Wat dat betekent, weet ik niet. De herkomst van haar naam, die we kennen vanaf pakweg 2400 v.Chr., is ook voor egyptologen een raadsel. De eerste afbeeldingen zijn nog jonger.

Haar mythologie is goed bekend. Ze is een dochter van Nut en de echtgenote van haar broer Osiris. Hun zoon Horus is een enfant du miracle, geboren nadat zijn vader door de god Set is vermoord. In een lange speurtocht zoekt Isis naar de diverse delen van het in stukken gehakte lichaam van haar man; een daarvan vindt ze in het koninklijk paleis van Byblos. Deze associatie met de dood én de hereniging van de lichaamsdelen van Osiris maakte Isis tot beschermvrouwe van het leven.

Lees verder “De Romeinse Isis”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Paideia

Seneca en Sokrates, vertegenwoordigers van twee volken met een gedeelde cultuur (Altes Museum, Berlijn).

Wat is een Romein? Ik heb over die vraag wel vaker geblogd. Je kunt het definiëren als een bewoner van Rome of als iemand die het Romeins Burgerrecht heeft – en daarmee is meteen aangegeven hoe problematisch het is te spreken over antieke steden. De stedelijke gemeenschap woonde immers niet per se op één plek. Ook factoren die wij zelf beschouwen als belangrijk voor identiteitsvorming, zoals taal, speelden nauwelijks een rol als het ging om het definiëren van een Romein. Veel bewoners van de stad Rome spraken Grieks en in de economisch superbelangrijke oostelijke provincies sprak men Aramees. Een handiger manier om een Romein te definiëren is daarom, zo schreef ik al eerder, om te kijken naar paideia.

Paideia

Dat is, volgens het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, de “Latijns-Griekse elitecultuur” van mensen met “dezelfde geestelijke bagage van populaire moralistische noties en allerlei hellenistische filosofische richtingen”. Meer in het bijzonder betekende dit ook dat je, als je op het hoogste stedelijke of provinciale niveau wilde meedraaien, minimaal beschaafd Latijn of Grieks moest spreken, en liever nog allebei. Je moest je klassieken kennen en kunnen citeren.

Lees verder “Paideia”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”

De ideeën van de farizeeën

Zoals Jezus de beroemdste Jood is, zo is Paulus de beroemdste van alle farizeeën (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Ik vertelde twee weken geleden over de geschiedenis van de farizeeën. Het is tijd eens te kijken naar hun opvattingen. Dat is nog niet zo makkelijk want uit het farizeïsme is weliswaar het rabbijnse jodendom voortgekomen, dat farizese opvattingen documenteert, maar ook aanpaste. We kunnen de getuigenissen uit de Mishna, Tosefta en Talmoed niet zo maar gebruiken om de voorgeschiedenis van het rabbijns jodendom te schetsen.

Een complexe voorgeschiedenis. Ik schetste vorig keer fasen van afsplitsing, invloed, oppositie en macht, terwijl van de twee hoofdstromingen alleen het huis van Hillel – ofwel de helft van de farizese ideeën – de catastrofe van 70 na Chr. overleefde.

Lees verder “De ideeën van de farizeeën”

De vuurtoren van Alexandrië

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

De Vuurtoren van Alexandrië is een van de beroemdste bouwwerken uit de oude wereld. Het is een van de zeven wereldwonderen en er is zowaar iets van over, wat je niet kunt zeggen van pakweg het beeld van Zeus in Olympia. Dat de Hangende Tuinen van Babylon zelfs nooit hebben bestaan, ook niet in een andere Mesopotamische stad, zullen we maar buiten beschouwing laten.

De opdracht tot de bouw van het monument in Alexandrië werd in 299 v.Chr. gegeven door koning Ptolemaios I Soter. De architect heette Sostratos. Twintig jaar later wijdde Ptolemaios’ zoon en opvolger Ptolemaios II Filadelfos de vuurtoren in. Het monument wordt vaak de Faros genoemd, naar het eiland waarop het is gebouwd. In allerlei romaanse talen betekent het woord faro nog altijd vuurtoren.

Lees verder “De vuurtoren van Alexandrië”

Een geschiedenis van de farizeeën

Een geleerde met een boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het Nederlands is “farizeeër” een scheldwoord. Dat komt door een donderpreek in het Evangelie van Matteüs 23, waarin Jezus uithaalt naar de farizeeën en schriftgeleerden van zijn tijd, die hij typeert als obstakels, hypocrieten, muggenzifters en huichelaars. Laat “adderengebroed” even op u inwerken om te realiseren hoe beledigend die term is.

Het is al sinds de negentiende eeuw bekend dat de scheldkanonnade nooit in deze vorm kan zijn uitgesproken. Het is materiaal uit Matteüs’ bewerking van de bron-Q. De erop gebaseerde beeldvorming is echter blijven bestaan. De Joodse auteur Flavius Josephus helpt ook al niet: de man had een diepe afkeer van alles wat vies, voos en farizees was en hij laat zich in zijn Joodse Oorlog eigenlijk systematisch negatief over hen uit. Pas later, toen hem duidelijk moet zijn geworden dat het toekomstige jodendom een farizees karakter zou krijgen, konden er een paar aardige woorden vanaf, zoals de opmerking dat hij zich liet inspireren door de farizese voorschriften (Uit mijn leven 12). Hier staat het tegengestelde van wat er lijkt te staan: hij zegt hier dat hij een sadducee was, want zoals Josephus zelf ergens laat vallen volgden de sadduceeën doorgaans de farizese halacha.

Lees verder “Een geschiedenis van de farizeeën”