Ptolemaïsche tempels

“Philosophers’ Court”, Saqqara

Het hellenisme is weleens getypeerd als mengcultuur van Griekse en andere vormen, maar dat is nogal ongenuanceerd. De diverse culturen konden op allerlei manieren met elkaar in wisselwerking treden. In hellenistisch Babylonië bestond apartheid. Je had daar voor de diverse talen papierschrijvers en tabletschrijvers, terwijl in de kunst de artistieke tradities lang gescheiden bleven. Toch zien we daar later combinaties ontstaan, mengvormen. In Ai Khanum wisselden de bewoners voortdurend van rol: je sprak Grieks en gedroeg je als Griek op de ene plek en was Baktriër op de andere. Ook Jeruzalem kende dubbele identiteiten: mensen die in de ene context Jason heetten en in een andere Jozua. Alles was mogelijk.

Hoe zat dat in Egypte? Ik sprak er onlangs over met Geert Ham, die werkt aan een proefschrift over de manieren waarop Griekse en Egyptische kunst en architectuur zich tot elkaar verhielden in tempels in hellenistisch Egypte. Zoals bekend was in dat land een Griekssprekende dynastie aan de macht, de Ptolemaiën, die zich ook graag presenteerde als Grieks. Er was daarnaast een vitale Egyptische traditie die door de Ptolemaïsche en Romeinse tijd heen nog invloed had op de Koptische christenen. In de derde en tweede eeuw v.Chr. stonden deze twee tradities naast, tegenover, bij elkaar, in steeds andere combinaties en wisselwerkingen. Ham is momenteel bezig met het opstellen van een inventaris over vier heiligdommen, waarvan de informatie vooralsnog verspreid ligt.

Lees verder “Ptolemaïsche tempels”

Het vroegste Palmyra

De gedomesticeerde dromedaris was cruciaal voor de bloei van Palmyra (Archeologisch Museum, Palmyra)

Ik heb, naar aanleiding van het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, de afgelopen weken geblogd over de Crisis van de Derde Eeuw. Het Romeinse klimaatoptimum liep ten einde, er was een economische crisis, de stammen buiten het Romeinse Rijk werden gevaarlijk en in het oosten was er vaak oorlog met de Sassanidische Perzen. Rond het midden van de derde eeuw was er een epidemie (mogelijk ebola) en in de volgende kwart eeuw viel het wereldrijk uiteen in drie delen: naast het centrale rijk van keizer Gallienus regeerde Postumus in het westen over Gallië en omstreken, terwijl de oostelijke provincies onder keizerin Zenobia van Palmyra voor zichzelf begonnen.

De geschiedenis van Palmyra begint echter niet in de derde eeuw. Evenmin eindigt ze als keizer Aurelianus orde op zaken stelt. De geschiedenis van Palmyra begint in de Bronstijd en loopt door tot de Vroege Middeleeuwen. Ik zal er vijf blogjes aan wijden.

Lees verder “Het vroegste Palmyra”

Castor en Pollux in Rome (2)

De tempel van Castor en Pollux op de Forma Urbis Romae (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige stukje vertelde ik dat een generaal genaamd Postumius de tempel voor Castor en Pollux beloofde en dat zijn zoon die inwijdde. Archeologen hebben restanten teruggevonden van het heiligdom dat de Postumii bouwden. Ze hebben vastgesteld dat het podium waarop het heiligdom stond ongeveer even groot was als het enorme podium dat nu is te zien. Verder groeven ze een deel van de decoratie op, waarvan aannemelijk is dat het behoorde tot deze eerste bouwfase. Het moet voor Latijnse bezoekers, die ongetwijfeld vaak in Rome kwamen, pijnlijk zijn geweest te zien dat hun nederlaag met zo’n grandioos bouwwerk werd herdacht.

De bouwers gaven een vergelijkbaar politiek signaal af aan de Romeinse bevolking: dit was immers een cultus van aristocraten, die de massa’s duidelijk maakten dat zij sinds de val van de monarchie de macht in handen hadden. Het volk vergat het niet: de Postumii werden met dodelijke haat verafschuwd en we kennen anekdotes over generaals die werden gestenigd door hun manschappen. Het is maar een detail uit het conflict dat in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. woedde en bekendstaat als de Standenstrijd.

Lees verder “Castor en Pollux in Rome (2)”

Woorden uit het Gallisch (slot)

Hoewel Grannos Gallisch is voor baardig, heeft Apollo Grannus geen baard (Archeologisch museum, Grand)

Een jaar of drie geleden schafte ik het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre aan, waar ik sindsdien enkele keren over heb geblogd: over de wijze waarop taalkundigen het Gallisch reconstrueren, over de Gallische woorden voor diverse kledingstukken, over enkele plaatsnamen en over nog meer plaatsnamen, over Gallische boerderijwoorden, over militaire termen en over nog wat andere woorden. Vandaag wil ik afronden met wat kleingrut.

Eerst wat vogels: de alauda (de Franse alouette) is een leeuwerik, terwijl de singi en de volcos allebei verwijzen naar valken. Waarom het Vijfde Legioen zich naar  heeft vernoemd naar leeuweriken, weet het niet, maar Caesar stelde het dus samen uit Galliërs.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch (slot)”

Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Het Parthische Rijk (1): Ontstaan

Parthische prins (Nationaal museum, Tashkent)

Alexander de Grote had een einde gemaakt aan het rijk van de Achaimenidische Perzen. De macht in Voor-Azië kwam na zijn dood in handen van koning Seleukos I Nikator en zijn afstammelingen, de Seleukiden. Deze Macedonische dynastie beheerste dus ook het gebied in noordoostelijk Iran dat sinds mensenheugenis Parthië heette.

Seleukidische onderdanen

Toen de Seleukiden in 245 v.Chr. in het verre westen verzeild waren geraakt in de Derde Syrische Oorlog kwam in Parthië de gouverneur in opstand, Andragoras. In de verwarring verschenen ook de Parni, een nomadenstam uit het huidige Turkmenistan, op het toneel. Hun voornaamste residentie was Nysa, niet ver van het huidige Ashkhabad. Zeven jaar later veroverden ze een district dat bekendstaat als Astavene en weer drie jaar later, in 235, rondde de leider van de Parni, Tiridates, de verovering van Parthië af.

Lees verder “Het Parthische Rijk (1): Ontstaan”

De sekte van de Dode-Zee-rollen

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

In eerdere stukjes heb ik aangegeven dat er een joodse groep is geweest die we de essenen noemen en dat deze groep misschien wel en misschien niet iets te maken heeft met de Dode-Zee-rollen. Ook heb ik een overzicht van enkele rollen gegeven.

Aan de hand van die teksten kunnen we wél een geschiedenis van de sekte schetsen, al zijn er nog veel onduidelijkheden. We weten echter zeker dat ze is ontstaan door het optreden van een geleerde die wordt aangeduid als de Leraar der Gerechtigheid. We hebben diverse teksten over deze beginfase, maar helaas niet over de verdere ontwikkeling. Om het complex te maken, zijn de teksten vaak cryptisch geformuleerd. We hebben bijvoorbeeld geen idee wie worden bedoeld met de Spotter en de Man van de Leugen, twee tegenstanders van de Leraar der Gerechtigheid. Alleen de identificatie van de Goddeloze Priester met Jonathan de Makkabeeër is plausibel, maar ook niet meer dan dat.

Lees verder “De sekte van de Dode-Zee-rollen”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”

De voornaamste Dode-Zee-rollen

1QSa: een van de Dode-Zee-rollen

Ik liet u vorige week achter met de vraag wat de relatie was tussen de essenen, die we kennen uit diverse geschreven bronnen, en de Dode-Zee-rollen. Dit is een verzameling van een kleine duizend teksten, gevonden in grotten bij Qumran, op de oevers van de Dode Zee. Sommige van deze teksten zijn lang en beslaan een hele boekrol. Andere zijn vrij kort. Sommige zijn in kruiken goed bewaard, andere zijn juist extreem beschadigd. Van sommige teksten is meer dan één exemplaar bewaard. De meeste rollen en fragmenten liggen in Jeruzalem in een afdeling van het Israel Museum die bekendstaat als Shrine of the Book, maar er zijn ook teksten in het Jordan Museum in Amman.

Ongeveer een vijfde van de teksten betreft vertrouwd bijbels materiaal, ongeveer de helft bestaat uit niet-bijbelse joodse literatuur en de rest is te typeren als sektarisch. Onderzoekers duiden de teksten meestal aan met het nummer van de grot waarin ze zijn gevonden, de Q van Qumran en een nummer of de afkorting van de titel.

Voor we verder gaan met de relatie tussen de Dode-Zee-rollen en de essenen, eerst een overzicht van de rollen.  De volgende teksten zijn van belang:

Lees verder “De voornaamste Dode-Zee-rollen”