Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Kunst uit Xinjiang

Boeddhistisch “halffiguur” uit Shorchuk, Xinjiang (Humboldtforum, Berlijn)

Ik heb wel vaker geschreven over de Zijderoute: de handelsweg door Centraal-Azië die de Mediterrane wereld, Mesopotamië en Iran verbindt met Xinjiang en China. De reiziger die vanaf het westen komt, trekt over de Pamir en bereikt Kashgar, waar zich vanuit India een tweede handelsweg bij de Zijderoute voegt. In Kashgar heeft de reiziger de keuze tussen een zuidelijke en een noordelijke route om de Taklamakanwoestijn heen richting Dunhuang, waar de hoofdweg naar China begint. Langs beide routes moet de reiziger van oase naar oase trekken. Enkele oases langs de noordrand staan bekend als die van de Turfan-laagte. Hier liggen de Kizil-grotten, beroemd om hun laatantieke wandschilderingen.

De vondsten uit Turfan

Ik wist dat Duitse onderzoekers hier ooit allerlei vondsten hadden gedaan: teksten in het Tochaars en Sogdisch, boeddhistische objecten, documentatie over het manicheïsme en het nestoriaanse christendom. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn vanuit Berlijn, met steun van de keizer en de firma Krupp, namelijk vier expedities richting Turfan vertrokken. Die keerden terug met kisten vol archeologische vondsten. Ze waren niet de enige ontdekkingsreizigers, overigens. De Kizil-grotten zijn bijvoorbeeld ontdekt door Japanse archeologen. In dezelfde tijd keerde ook Aurel Stein naar Europa terug met kisten vol manuscripten.

Lees verder “Kunst uit Xinjiang”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

Mozaïek uit de Hagia Sofia

[Tweede van drie blogs over het Byzantijnse Rijk. Het eerste was hier.]

De Byzantijnse geschiedenis begint op het moment dat de Romeinse keizers Constantinopel in gebruik namen als voornaamste keizerlijke residentie. Wie een datum zoekt, zou 11 mei 330 kunnen noemen, maar iedereen begrijpt dat het niet op een dag eerder of later steekt. De geschiedenis eindigt in elk geval op een heel precies moment: op 29 mei 1453. Toen veroverde de Ottomaanse sultan Mehmet II de stad. Ik blogde er al eens over. Historici verdelen het tussenliggende millennium in drie perioden.

Justinianus

De eerste daarvan, van 330 tot 867, is te typeren als ontstaan, crisis en voortbestaan. Tijdens de regering van Justinianus (r.527-565) deden de Byzantijnen een laatste poging de westelijke provincies van het voormalige Romeinse Rijk te heroveren. Dit plan slaagde grotendeels: generaal Belisarius heroverde de rijke provincies in Italië en Afrika, de steden in Libië verjongden (de Ananeosis) en Byzantijns goud kocht invloed in Frankisch Gallië en Visigotisch Spanje. De hervonden eenheid werd gevierd met de bouw van de kerk van de Heilige Wijsheid, de Hagia Sofia, in Constantinopel. De prijs voor de hereniging was echter hoog. Justinianus moest de Sassanidische Perzen afkopen en kreeg te maken met stevig verzet, bijvoorbeeld in Ostrogotisch Italië.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei”

Friese vikingen

Detail uit het Fivelgoër en Oldambtster landrecht landrecht

In het Fries Museum in Leeuwarden is momenteel een expositie over het Noord-Nederlands kustgebied in de Vroege Middeleeuwen, “Wij Vikingen”. De boodschap is vrij simpel samen te vatten: de Noormannen hebben in de negende eeuw behoorlijk huis gehouden in de Lage Landen, maar er waren mensen in wat nu Friesland en Groningen heet die zich bij de plunderaars aansloten en meededen.

Het bewijs voor die stelling valt archeologisch moeilijk te leveren. Je kunt natuurlijk het skelet van een slachtoffer tonen – en het Fries Museum toont een skelet – maar de dode zal je niet melden wie hem heeft vermoord. Het bewijs zal uit de geschreven bronnen moeten komen, maar doorgaans vermelden die alleen dat de Noormannen tekeer zijn gegaan op deze of gene plaats. Of het Noren of Denen waren, staat er niet bij, laat staan dat erbij staat of het Friezen waren, dus mensen uit het gebied van Vlaanderen tot Noord-Duitsland. Gelukkig bieden de Friese rechtsteksten aanwijzingen en nog gelukkiger is dat het Fries Museum de manuscripten ook toont.

Lees verder “Friese vikingen”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Ani

De oude Armeense hoofdstad Ani, nu in Turkije, gezien vanaf de Armeense grens

De Armeniërs waren er eeuwenlang in geslaagd buiten het Seleukidische, Parthische, Romeinse en Sassanidische Rijk te blijven, maar eind vierde eeuw begonnen de Romeinen en de Sassanidische Perzen met de geleidelijke annexatie van het oeroude koninkrijk. In 428 was de Armeense deling voltooid, al zijn de Armeniërs nog enkele keren in opstand gekomen, ook tegen de opvolgers van de Romeinse en de Perzische rijken: Byzantium, het kalifaat van Damascus en het kalifaat van Bagdad.

Eén van die opstanden leidde in 884 tot het herstel van de onafhankelijkheid onder leiding van koning Ashot I de Grote, die erkenning afdwong door de kalief en de keizer. Zijn dynastie staat bekend als die van de Bagratiden en hun hoofdstad was vanaf 952 Ani, gelegen in Turkije, in het niemandsland richting Armenië. Hoewel het Bagratidische koninkrijk intern verdeeld was en uiteenviel in vijf deelrijkjes, bleef Ani gelden als de mooiste en belangrijkste stad van de Armeniërs. Het was de plek waar kunstenaars naartoe trokken.

Lees verder “Ani”

Een bijzondere khachkar

Khachkar uit de Astvatsatsin-kerkin Sevanavank

Ik blogde gisteren over de khachkars van Armenië, de middeleeuwse “kruisstenen” die vooral veel op begraafplaatsen staan: stèles met daarop een kruis en verder propvol met allerlei complexe motieven. De bovenstaande is te zien in de kerk in Sevanavank die bekendstaat als Astvatsatsin, “de moeder van god”. Het is een heel bijzondere, want hier is een lijdende Christus afgebeeld: op de overgrote meerderheid van de khachkars is het kruis een abstracte vorm. Waarom de gekruisigde is afgebeeld met lange vlechten, heb ik niet kunnen ontdekken. Het zal wel geen weergave zijn van de pijpenkrullen die zo typerend zijn voor de Oost-Europese joden.

Helemaal bovenaan zijn wat hemelse scènes: linksboven de engelen, midden bovenaan een boom des levens (die in het Paradijs had gestaan en dus voor middeleeuwse kunstenaars ook in de hemel viel te lokaliseren) en rechts bovenaan de symbolen van de vier evangelisten. Met de wijzers van de klok mee gaand hebben we in de rechterkolom Maria met kind, een os en ezel die een praatje zitten te maken, en de drie wijzen.

Lees verder “Een bijzondere khachkar”