Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Samoerai versus Azteken

Harnas van een samoerai (Wereldmuseum, Leiden)

Vanouds letten historici op de interactie van culturen: wereldgeschiedenis is een achttiende-eeuws genre dat in de tijd van de Dekolonisatie de wind in de zeilen kreeg. Als zodanig is het vieux jeu. Het actuele, nog nauwelijks verkende front in de wetenschap is nu het kentheoretisch aspect van wereldgeschiedenis: de herijking van de hermeneutiek dus, noodzakelijk geworden door het inzicht dat mensen en ideeën hypermobiel zijn geweest. Evengoed zijn culturele contacten leuk voor blogjes, en vandaag gaan we naar de Filipijnen.

De Grote Ontdekkingen

Maar eerst iets anders. In 1488 rondde Bartolomeu Dias Kaap de Goede Hoop en zo’n tien jaar later bereikte Vasco da Gama India. Zo vond Europa aansluiting bij de handelsnetwerken rond de Indische Oceaan. Uiteraard waren er concurrenten: de handel met het Sultanaat Gujarat was tot dan toe een monopolie geweest van de Mammelukken uit Egypte, maar in 1509 maakten de Portugezen daarmee korte metten.

Lees verder “Samoerai versus Azteken”

Euhemeros van Messina

Het is bizar maar waar: ik bestelde onlangs op zaterdagmorgen een boek bij een uitgever in Parijs, en het was er op maandagavond, tegen een alleszins schappelijk posttarief. Voor het boek betaalde ik ook al een prijs die je vrijwel redelijk zou kunnen noemen. Ik heb het over de nieuwe tekstuitgave van de hellenistische auteur Euhemeros. Het boek, Évhémère de Messène: Inscription sacrée (2022), gaat terug op het proefschrift waarmee Sébastien Montanari in Tours promoveerde bij Bernard Pouderon.

Euhemeros

En het was een feest om te lezen! In een uitgebreide introductie vernemen we de voornaamste biografische details over Euhemeros: hij kwam uit Messina, schreef De heilige inscriptie en sleet begin derde eeuw v.Chr. zijn oude dagen in Alexandrië. Montanari en Pouderon menen dat Euhemeros, zoals deze zelf schrijft, aan het hof van koning Kassandros van Macedonië verbleef en werkelijk een tocht over de Indische Oceaan heeft gemaakt. Dit overtuigde mij niet maar is verder onbelangrijk, omdat het verslag sowieso grotendeels erkende fictie is.

Lees verder “Euhemeros van Messina”

Alexander de Grote: de laatste jaren

Alexander als wereldheerser (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Dit is het laatste van vier stukjes over Alexander de Grote. Het eerste vindt u hier en een poging de veroveringstocht te contextualiseren vindt u daar.]

Zoals we zagen in het vorige stukje was Alexander gedwongen terug te keren. Zijn soldaten wilden niet verder. En dus begon de terugreis. Met een grote vloot voeren de Macedoniërs naar het zuiden. Alexander gebruikte zijn normale strategie, waarbij hij eerst vluchtelingen en niet-strijders aanviel, om zo de soldaten te terroriseren. Vooral de Malliërs, die hun naam gaven aan het moderne Multan, kregen het zwaar te verduren. Alexander raakte zwaar gewond, maar herstelde en trok verder naar het zuiden, tot hij de Indische Oceaan bereikte.

Lees verder “Alexander de Grote: de laatste jaren”

Nogmaals de Zijderoute

Al een paar keer heb ik geblogd over de Zijderoute, over de handelsnetwerken rond de Indische Oceaan, over wat China wist van Rome en over wat Rome wist van China. Otto Cox vergeleek het bestuur van de twee wereldrijken. Ik besprak het boek van Beckwith (waar ik gemengde gevoelens bij had) en het boek van H.J. Kim c.s. (waar ik ook gemengde gevoelens bij had). Vandaag heb ik het over Empires of Ancient Eurasia van de Australisch-Amerikaanse auteur Craig Benjamin (2018).

Vier staten

Het verhaal gaat natuurlijk over vier grote staten: Han-China, de Kushana’s in Centraal-Eurazië en India, de Parthen en de Romeinen. De nomaden spelen ook een rol: de Yuezhi, die naar het westen migreerden en de Zijderoute openden, en de oostelijke, die ook bekendstaan als de Xiongnu. Uit de eerste groep zouden de Kushana’s voortkomen. De oorlogen tegen de tweede groep bracht de Chinezen ertoe contacten te leggen in het mysterieuze westen.

Lees verder “Nogmaals de Zijderoute”

Rotsreliëfs aan de Indus

Reliëf langs de Indus

Ooit probeerde ik de Leidse archeologe Marike van Aerde te interviewen. Die doet onderzoek naar handelsnetwerken op de antieke Indische Oceaan. Eén van de redenen waarom die ook interessant kunnen zijn voor de lezers van een blog over de Mediterrane Oudheid, is dat over de Indische Oceaan het Verre Oosten en het Romeinse westen contact maakten. Van Aerde wil dus alles weten over zeeroutes tussen India en de Hoorn van Afrika, kan ook vertellen over nationalistische Chinese claims over mensen langs de Zijderoute en maakte onlangs deze documentaire.

Dat soort dingen. Toen ik haar daarover probeerde te interviewen, overdonderde ze me met een zó enthousiast verhaal dat ik alleen ademloos kon luisteren. Ik kwam thuis met bladzijden vol onbruikbare aantekeningen. Maar zulke enthousiasme, dat is heerlijk.

Lees verder “Rotsreliëfs aan de Indus”

Alexander in India (3)

In de Oudheid meenden Alexanders biografen dat de Macedonische koning was gecorrumpeerd door zijn aanhoudende succes. Vaak vergastten deze auteurs hun lezers op naargeestige beschrijvingen van de wreedheden waarin Alexander zich had verlustigd. De historicus Arrianus is terughoudender, maar ook zijn relaas is gruwelijk.

De terugkeer naar het westen, die ik gisteren al vermeldde, begon met een simpele mars naar de Hydaspes, waar al een vloot in gereedheid was gebracht. Daarmee wilde Alexander naar de Indische Oceaan varen, terwijl op de oevers van de rivier twee legers zouden marcheren. Nog nooit hadden de Macedoniërs een operatie van vloot en leger samen ondernomen, maar de rivieren boden een goede gelegenheid tot oefenen alvorens de troepen, eenmaal aangekomen aan de kust, een soortgelijke maar veel gewaagder operatie zouden uitvoeren door langs de kust van de Oceaan en de Perzische Golf terug te keren naar Babylonië.

Lees verder “Alexander in India (3)”

Layards grote project

Door Layard gemaakte reconstructie van Nineveh

Austen Henry Layard is een van de invloedrijkste oudheidkundigen uit de negentiende eeuw. Hij is de ontdekker van de hoofdsteden van Assyrië. En zoals het met de geleerden uit die tijd gaat: hij was een van de grondleggers van het vakgebied, samen met halfgoden als Friedrich August Wolf, Caspar Reuvens, Jean-François Champollion, Henry Rawlinson, Johann Gustav Droysen, Heinrich Schliemann, Osman Hamdi, Oscar Montelius, Theodor Mommsen en Ulrich von Wilamowitz. Maar waar dit negental allang is beschreven in fatsoenlijke biografieën, is Layard eigenlijk wat onbekend gebleven. Mogens Trolle Larsen presenteert in The Conquest of Assyria de ontdekker van Nineveh en Kalach als een soort Indiana Jones – en dat is een karikatuur.

Akkoord, Layard was een avonturier in de beste Victoriaanse traditie. En die traditie is er niet alleen een van stiff upper lip en wetenschappelijk optimisme, maar ook van genadeloos imperialisme. Het is in die sfeer dat we Layard óók moeten plaatsen.

Lees verder “Layards grote project”

Factcheck: Romeinen in Japan?

Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)
Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)

Okinawa is een Japans eiland maar het is misschien wat misleidend het zo te noemen. Daarmee bedoel ik dat het eigenlijke Japan bestaat uit twee heel grote eilanden en twee reeksen kleine eilandjes, waarvan de een in noordoostelijke richting loopt naar Siberië en de ander in zuidwestelijke richting naar Taiwan. In die tweede reeks, de Ryukyu-eilanden, ligt Okinawa halverwege (landkaart).

Onlangs zijn daar Romeinse munten gevonden, daterend uit de vierde eeuw. Uiteraard gehypet als “Romeinen in Japan”, hoewel het dus eigenlijk meer “Romeinen richting Japan” zou moeten zijn. Of nog beter: “Romeinse handelsartikelen richting Japan”. Zouden de munten zijn aangeboden in de antiquiteitenhandel, ze zouden zijn genegeerd. Deze vondst kán immers eigenlijk niet zijn gedaan. De munten zijn echter opgegraven in wat “gecontroleerde omstandigheden” heet: in een professionele, wetenschappelijke opgraving. Hoe komen die munten daar?

Lees verder “Factcheck: Romeinen in Japan?”