Zeus en 2x Hera in Paestum

Tempel Hera II in Paestum; helemaal rechts Hera I.

Wie Paestum bezoekt, de stad waaraan het Rijksmuseum van Oudheden vanaf 25 april een expositie wijdt, zal vooral getroffen zijn door de tempels. Ze zijn erg goed bewaard. Voor generaties West-Europese reizigers waren dit de enige tempels die ze kenden in Griekse stijl. Dat wil zeggen dat de gebouwen van alle zijden toegankelijk waren. De andere tempels van de Provence en Italië waren van het Romeinse type: ze stonden op een podium en je kon ze van maar één kant betreden. Voor de Europeanen die de “Grand Tour” maakten, was Paestum zo ongeveer het verste punt dat ze bereikten.

In het zuiden van Paestum staan twee tempels naast elkaar. Er zijn geen inscripties die precies duidelijk maken wie er werden vereerd, maar de wijgeschenken in de omgeving suggereren dat het terrein was gewijd aan de godin Hera, de echtgenote van de oppergod Zeus. Archeologen noemen de twee heiligdommen weleens Hera I en Hera II, waarbij de naam van de godin verwijst naar het terrein waarop ze staan en niet naar de godin die er werd vereerd.

Lees verder “Zeus en 2x Hera in Paestum” →

Het Akitu-festival

Tablet over Akitu (Louvre, Parijs)

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender  heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.

In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Lees verder “Het Akitu-festival” →

Carlo Rovelli over Anaximandros (3)

[Laatste deel van Kees Alders’ bespreking van Carlo Rovelli, Anaximander. De geboorte van het wetenschappelijke denken. Het eerste deel is hier.]

Relativisme onder vuur

De open nieuwsgierige houding die nodig is voor wetenschap ligt in de huidige moderne tijden nogal eens onder vuur. De aanvallen komen niet alleen vanuit religieuze, maar ook uit met ideologische overwegingen, vooral uit conservatieve hoek, maar ook uit extreemlinkse hoek. Al te vaak zien we in het huidige debat dat mensen er zonder blikken of blozen voor kiezen om hele takken van de wetenschap simpelweg “niet te geloven”, omdat dit nu eenmaal niet bij de eigen gekozen politieke overtuiging past.

Kritiek op de wetenschap is niet alleen legitiem, maar ook nuttig en zelfs nodig om de wetenschap te laten functioneren. Maar die kritiek moet dan wel op wetenschappelijke wijze gegeven worden. Dat wil zeggen: door middel van het geven van valide en controleerbare metingen, en/of het geven van valide verklaringen voor meetresultaten die de staande verklaringen kunnen vervangen omdat ze beter bij de gevonden resultaten passen. Dat is hoe wetenschap zich ontwikkelt.

Lees verder “Carlo Rovelli over Anaximandros (3)” →

Carlo Rovelli over Anaximandros (2)

Karl Popper

[Tweede deel van Kees Alders’ bespreking van Carlo Rovelli, Anaximander. De geboorte van het wetenschappelijke denken. Het eerste deel is hier.]

Atheïsme

Toegegeven, ik begon wat vooringenomen aan dit boek. De titel, ondertitel en achterflap lezende vreesde ik dat ik te maken zou krijgen met een wat al te plat betoog over de wetenschapper die zich ontworstelt uit de verstikkende greep van religie. Ik was bang voor een idealisering van de zoveelste op het schild gehesen ‘atheïstische held’, aan wiens individuele vindingrijkheid de volledige ontwikkeling van de mensheid wordt toegeschreven.

Die fout maakt Carlo Rovelli gelukkig niet. Het boek eindigt weliswaar met een beschrijving van de plaats van religie in onze samenleving, maar Rovelli laat daarin zien dat hij heel goed op de hoogte is van de verschillende sociologische beschouwingen van dit verschijnsel. Het platte beeld van de wetenschap die altijd op gespannen voet zou staan met religie wordt gelukkig nogal genuanceerd.

Lees verder “Carlo Rovelli over Anaximandros (2)” →

Carlo Rovelli over Anaximandros (1)

Anaximandros (Capitolijnse Musea, Rome)

Hoe is het mogelijk een heel boek te schrijven over een filosoof waarvan maar vier zinnen overgeleverd zijn? Anaximander van de Italiaanse fysicus Carlo Rovelli doet precies dat, en daarom weet je als lezer van tevoren eigenlijk al dat het boek nooit alléén over Anaximandros kan gaan.

En dat gaat het ook niet. Het werkelijke onderwerp van het boek wordt verraden in de ondertitel: De geboorte van het wetenschappelijke denken. Rovelli gebruikt in zijn boek de filosoof Anaximandros als aanleiding tot een betoog over wetenschapsfilosofie. Dat maakt het boek gelukkig wel interessant, want Rovelli geeft een mooie beschrijving van waar de wetenschap voor staat, en hoe deze functioneert en zich ontwikkelt. Geen geschiedenis dus, maar eerder een korte geschiedenis van de wetenschapsfilosofie. Het boek is daarbij bijzonder vlot en toegankelijk geschreven.

Lees verder “Carlo Rovelli over Anaximandros (1)” →

Het Forum Romanum

Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

Lees verder “Het Forum Romanum” →

Woorden uit het Gallisch (slot)

Hoewel Grannos Gallisch is voor baardig, heeft Apollo Grannus geen baard (Archeologisch museum, Grand)

Een jaar of drie geleden schafte ik het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre aan, waar ik sindsdien enkele keren over heb geblogd: over de wijze waarop taalkundigen het Gallisch reconstrueren, over de Gallische woorden voor diverse kledingstukken, over enkele plaatsnamen en over nog meer plaatsnamen, over Gallische boerderijwoorden, over militaire termen en over nog wat andere woorden. Vandaag wil ik afronden met wat kleingrut.

Eerst wat vogels: de alauda (de Franse alouette) is een leeuwerik, terwijl de singi en de volcos allebei verwijzen naar valken. Waarom het Vijfde Legioen zich naar  heeft vernoemd naar leeuweriken, weet het niet, maar Caesar stelde het dus samen uit Galliërs.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch (slot)” →

De Ammonieten

Een koning van Ammon (Jordan Museum, Amman)

Op de instorting van het Bronstijd-systeem – ook wel bekend als het drama van de Zeevolken – volgde in het Nabije Oosten de IJzertijd. Eigenlijk per definitie. Het gebied lijkt verdeeld te zijn geraakt tussen diverse stammen, die in detiende en negende eeuw begonnen te clusteren tot vroege koninkrijken: Juda rond Jeruzalem, Israël rond Samaria, Aram rond Damascus. De aanleiding tot deze clustering was de dreiging van Assyrië. Ten oosten van de rivier de Jordaan lijkt het proces wat langzamer te zijn verlopen. Daar woonden de Edomieten, Moabieten en Ammonieten.

De Ammonieten in de Bijbel

De laatsten zijn vooral bekend uit de Bijbel, meer precies uit het lange narratief dat bekendstaat als het Deuteronomistisch Geschiedwerk. Al aan het begin is te lezen dat het land van “de kinderen van Ammon” was gelegen “van de Arnon tot de Jabbok en tot aan de Jordaan”.noot Rechters 11.13. We zouden eraan kunnen toevoegen dat de oostgrens de woestijn was. De woorden “kinderen van” duiden waarschijnlijk op het (semi)tribale karakter van de Ammonieten.

Lees verder “De Ammonieten” →

Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas” →

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme” →