Artemis van Efese

De Artemis van Efese (Nationaal Museum, Tripoli)

Het bovenstaande beeld stond ooit in het amfitheater van Lepcis Magna. Vóór de val van Muammar Kadhafi was het een pronkstuk van het Nationaal Museum van Libië in Tripoli. Of het daar nog is, weet ik niet. Soortgelijke beelden zijn overal in het Romeinse Rijk gevonden en nu ik dit schrijf zie ik de kopieën in de Torlonia-collectie, in de Capitolijnse Musea en in de Vaticaanse Musea voor me. Dat was dus alleen maar in Rome. Gadara en Napels schieten me ook te binnen. Er zijn honderden beelden meer geweest, want dit is een van de populairste godinnen uit de antieke wereld: de Artemis van Efese.

Tweemaal Artemis

De naam Artemis suggereert dat ze een van de verschijningsvormen is geweest van de Griekse godin met die naam. Dat was in de meeste stadstaten echter een celibatair levende jachtgodin, terwijl de Efesische Artemis vermoedelijk een vruchtbaarheidsgodin was. Die taakomschrijvingen sluiten een gemeenschappelijke oorsprong niet uit, maar de Artemis van Efese had ook Anatolische trekken en heette oorspronkelijk Artimos. Het is denkbaar dat twee godinnen met namen die op elkaar leken, zijn samengesmolten. Het heiligdom was in elk geval oud en zou later, in de hellenistische tijd, gelden als een van de Zeven Wereldwonderen.

Lees verder “Artemis van Efese”

De Eufraat

De Eufraat, gezien vanaf de Nemrud Daği

De Eufraat is de langste rivier van het Nabije Oosten: de stroom meet niet minder dan 2.760 kilometer, eens zoveel als de Rijn. De oude Sumeriërs spraken van Id-Ugina, “de blauwe rivier”, terwijl de Babyloniërs en Assyriërs het hadden over de Purattu. De twee bronnen van de Eufraat en de bovenlopen liggen in wat vroeger Armenië heette en tegenwoordig oostelijk Turkije. De droevige redenen voor de naamsverandering veronderstel ik bekend.

Deze twee rivieren, die nu Kara Su en Murat Su heten, komen samen in de buurt van het oude Melitene. Verder gevuld met de smeltende sneeuw van de Armeense bergen liep de Eufraat, in deze streken vol vervaarlijke rotsen, langs allerlei hoge bergen, zoals de Antitaurus en de Taurus. Een beroemde top is de Nemrud Daği, die uitziet over de Eufraat. Zie foto hierboven. De rivier vormde de natuurlijke grens tussen Armenië en Cappadocië.

Lees verder “De Eufraat”

Nimrod

Misschien was een beschermgeest als deze uit Khorsabad wel het model voor Nimrod (Louvre, Parijs).

Waarom, zo kreeg ik als vraag voorgelegd, zijn er in het Midden-Oosten zoveel plaatsen die Nimrod heten?

Dat weet ik toevallig.

Eerst maar even wat achtergrond. Genesis bevat een opsomming van alle volken die de auteur van dat deel van de Bijbel kende, gepresenteerd als afstammelingen van Noach. Hierin zit ook het volgende stukje:

Kus was de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar de uitdrukking: een voortreffelijk jager, een tweede Nimrod. Eerst heerste hij over Babel, Uruk, Akkad en Kalne in het land Sinear. Vanuit Sinear trok hij later naar Assyrië, waar hij Nineveh, Rechobot-Ir en Kalach bouwde, en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. (Genesis 10.8-12; NBV21)

Lees verder “Nimrod”

De Galaten

De Stervende Galliër (eigenlijk een van de Galaten) (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik al heb aangegeven, zit het hoofdstuk over het hellenisme in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, aanzienlijk beter in elkaar dan het hoofdstuk over het klassieke Griekenland. Het hoofdstuk illustreert bovendien leuk hoe lastig het is een handboek te schrijven. Ik licht er een punt uit waar de auteurs alleen maar in de problemen konden raken: de invasie van de Galaten. De Blois en Van der Spek vertellen dat de Macedoniërs in de derde eeuw v.Chr. nogal wat te stellen hadden met

agressieve volkeren uit het noorden. Tegen een van die volkeren waren ze niet bestand: de Galaten, een Keltische stam, die in 279 dwars door Macedonië naar Midden-Griekenland doordrong tot bij Delfi, een jaar later overstak naar Klein-Azië en daar de Seleukiden en Attaliden tot zware militaire acties dwong. Uiteindelijk vestigden zij zich blijvend in het midden van Klein-Azië (Galatië).

U leest over die zware militaire acties hier meer.

Lees verder “De Galaten”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Areia (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxus is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”

De Tyche van Antiochië

Kopie van de Tyche van Antiochië (Vaticaanse Musea, Rome)

In het Griekse wereldbeeld was Tyche de personificatie van het geluk van een stad, een volk of een persoon. Volgens de dichter Hesiodos was het een godin en een dochter van Okeanos en Thetys. Twee eeuwen later beweerde Pindaros dat Zeus de vader was van Tyche. De Romeinen zouden de godin Fortuna noemen.

In de hellenistische tijd werd Tyche een steeds belangrijkere – of in elk geval: veel vereerde – godheid. De uitkomst van veel oorlogen leek van niets anders af te hangen dan het grillig toeval. Dichters en verhalenvertellers stelden haar inmiddels voor als de dochter van Hermes en Afrodite, terwijl andere auteurs haar verbonden met de cultus van Nemesis of de Agathos Daimon (“goede geest”). Soms werd ze vergeleken met de Anatolische godin Kybele of de Egyptische Isis.

Lees verder “De Tyche van Antiochië”

Alexander de Grote: de eerste veroveringen

Alexander de Grote: de Azara-herme is het enige tijdens zijn leven gemaakte portret. Nu te zien in het Louvre, Parijs.

Het is met Alexander de Grote zoals met elke biografie: we moeten beginnen bij de ouders van de gebiografeerde. Wie daar iets over weet, begrijpt de achtergronden van het leven waarover je begint te lezen. Zeker bij Alexander is nuttig te weten dat zijn vader Filippos koning was van Macedonië. Hij had dit achtergebleven gebied gemoderniseerd en veranderd in een sterke staat met een machtig leger. Dat hij al vroeg de goudmijn van Amfipolis had bemachtigd, hielp daarbij buitengewoon. Verder had hij een agressieve buitenlandse politiek gevoerd. Ik noemde zijn interventie in de Derde Heilige Oorlog al. Ieder jaar trok hij ten strijde, steeds keerde hij terug met buit en daar liet hij de Macedonische aristocraten in delen. De gouden voorwerpen in het archeologische museum in Thessaloniki zijn de erfenis. Simpel samengevat: externe expansie garandeerde interne consolidatie, waardoor een achtergebleven regio veranderde in een sterk koninkrijk. Kortom, een “vroege staat”, om de term van Hans Claessen te gebruiken.

Het begin van de oorlog

In 340 v.Chr. was een conflict ontstaan met de Perzen. Filippos zag een kans, zeker toen twee jaar later koning Artaxerxes III Ochos overleed. Een burgeroorlog tussen Artaxerxes IV Arses en de satraap van Armenië was het gevolg, met hier en daar lokale opstanden. Uiteindelijk zou de Armeense satraap onder de naam Darius III Codomannus de oorlog winnen, maar zover was het nog niet. Filippos stuurde zijn voorhoede dus naar Azië, maar hij werd vermoord voordat hij zelf kon vertrekken (336).

Lees verder “Alexander de Grote: de eerste veroveringen”

Na de slag bij Issos (2)

Een arts die een beenwond geneest (of aanbrengt: het is mogelijk dat hij bezig is met een aderlating) (Isola Sacra, Ostia)

[Zestiende deel van een achttiendelige reeks over de slag bij Issos (6 november 333 v.Chr.), waarin de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzische heerser Darius III versloeg en de ondergang van het Achaimenidische Rijk inluidde. Het eerste deel was hier.]

In de nacht na de slag bij Issos werd er vrolijk gegeten, geplunderd en gedronken. Alleen de vele gewonden deelden niet in de algemene vreugde en de artsen maakten overuren. Bij maan- en fakkellicht verrichten zij honderden operaties.

Wie op zijn ledematen was geraakt met een zwaard, had een goede kans dat de schade beperkt zou blijven tot een stevig litteken, dat later met trots aan kinderen en kleinkinderen kon worden getoond. Breuken konden meestal worden gespalkt en behandeld.

Lees verder “Na de slag bij Issos (2)”

Na de slag bij Issos

Perzische luxe: een gouden schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

[Vijftiende deel van een achttiendelige reeks over de slag bij Issos (6 november 333 v.Chr.), waarin de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzische heerser Darius III versloeg en de ondergang van het Achaimenidische Rijk inluidde. Het eerste deel was hier.]

Als de Perzische koning ten strijde trok, werd hij vergezeld door een aanzienlijk deel van zijn hofhouding. Een leger van vele tienduizenden vergt immers een uitgebreid logistiek apparaat. Omdat Darius persoonlijk had deelgenomen aan de strijd was hij tijdens de slag niet in zijn hoofdkwartier aanwezig geweest, maar zijn bedienden hadden het wel ingericht en het stond klaar om te worden geplunderd.

Plundering

De Macedonische soldaten hadden gemengde gevoelens – de opluchting en somberte die volgen op intense angst en inspanning – en reageerden zich af in het Perzische kamp. Niet alleen konden de mannen, die al uren niet hadden gegeten, er een maaltijd bemachtigen, maar de spreekwoordelijke luxe van het Perzische hof vormde tevens een mooie aanvulling op hun soldij. Darius’ paviljoen was de privé-buit van de koning van Macedonië en bleef voor hem gespaard, maar volgens Curtius Rufus kenden de Macedoniërs verder weinig scrupules:

Lees verder “Na de slag bij Issos”

De slag bij Issos (7)

Detail van de Alexandersarcofaag: een natuurgetrouw weergegeven Pers in gevecht met een Macedoniër in heroïsche naaktheid.

[Het is vandaag 2334 jaar geleden dat de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzische heerser Darius III versloeg in de slag bij Issos. Het gevecht luidde de ondergang in van het Achaimenidische Rijk. Het eerste deel van deze reeks was hier.]

Hoewel de Macedonische troepen overal succes hadden, zette de cavalerie de achtervolging nog niet in. In plaats daarvan zwenkte ze landinwaarts om de onbeschermde rechterflank van de Griekse huurlingen aan te vallen. Dezen moesten zich nu teweerstellen tegen de cavalerie van beide Macedonische vleugels en de falanx. De slachting ging door tot na zonsondergang en niemand overleefde het, behalve een groep die in het donker door de Macedonische falanx wist te breken en de zuidelijke oever van de rivier bereikte. Curtius Rufus schrijft:

Toen hij bericht had ontvangen over de succesvolle aanval [op de linkervleugel], zette Alexander, die het nog niet had gewaagd de Perzen te achtervolgen, nu hij op beide flanken de overwinnaar was, de vluchtelingen na. Niet meer dan duizend ruiters vergezelden hem, terwijl een enorme menigte vijanden zich terugtrok. Maar wie telt nog troepentallen na de zege of tijdens de vlucht? En dus werden de Perzen als vee opgedreven door slechts een handvol manschappen. (Geschiedenis van Alexander 3.11.16-17; vert. Daan Stoffelsen)

Lees verder “De slag bij Issos (7)”