Laatantiek Andalusië

Pegasos (Archeologisch Museum, Córdoba)

De invloedrijkste Romein uit Romeins Andalusië, waarover ik gisteren blogde, zal Hosius wel zijn geweest. U heeft nog nooit van hem gehoord, maar deze bisschop van Córdoba was de religieuze adviseur van keizer Constantijn (r.306-337). Hij heeft hem niet alleen begeleid bij zijn eerste kennismaking met het christendom, maar hem er ook van overtuigd – en dit was beslissend – dat wie Christus vereerde, alléén Christus mocht vereren, en dat er slechts één correcte wijze was. Dat Christus als godheid erkend zou worden, was nooit een Romeins probleem; dat je andere goden afwees, staat bekend als proto-orthodox, en het stond niet in de sterren geschreven dat deze specifieke vorm van christendom dominant zou worden. Evenmin was het vanzelfsprekend dat christenen zich zouden uitputten in het vinden van de meest correcte formulering van een orthodoxie.

Hosius’ invloed op het latere christendom was dus groot. Het is misschien geen toeval dat de man die dit christendom uiteindelijk doorduwde, keizer Theodosius I (r.378-395) eveneens afkomstig was uit Spanje. Ook de eerste christen die om zijn geloofsovertuiging door mede-christenen werd gedood, Priscillianus, was een Spanjaard.

Lees verder “Laatantiek Andalusië” →

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

Lees verder “De Palatijn” →

Wie waren de Langobarden?

Langobardisch kruis (Trezzo sull’Adda, Museo civico, Milaan)

Alsof we nog niet genoeg lectuur hebben over Ǧibrīl ibn Nūḥ, nog even een blogje n.a.v. aantrekkelijk onderzoek naar de migratie van de Langobarden. Dat is een goed bekende groep die in de zesde eeuw in noordelijk Italië – kort daarvoor Byzantijns geworden – een koninkrijk stichtte. Daarvandaan breidden de Langobarden geleidelijk hun macht naar het zuiden uit. De paus voelde zich onvoldoende beschermd door de keizer en voldoende bedreigd door zijn noorderburen om  de hulp in te roepen van de Franken.

Het traditionele verhaal, te vinden bij Paulus de Diaken, is dat de Langobarden in de loop der eeuwen vanaf de benedenloop van de Elbe naar Hongarije zijn getrokken en daarvandaan naar Italië. Dat is echter een verhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan: volk komt van de randen der aarde naar het centrum van de Middellandse Zee en wordt steeds beschaafder, christelijker. Wetenschappers weten al heel lang dat de aantallen migranten klein waren en hooguit een nieuwe elite waren boven de bestaande bevolking. Simpel gezegd: de Byzantijnse elite maakte plaats voor een Langobardische.

Lees verder “Wie waren de Langobarden?” →

Faits divers (22): Boeken

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee boeken.

Romeinse Rijk

Eerst maar eens een boek dat ik al een tijdje geleden heb gelezen: The Roman World from Romulus to Muhammad van Greg Fisher (2022). Het is een nogal traditioneel overzicht van de geschiedenis van – u raadt het al – het Romeinse Rijk. Volmaakt is het niet; de landkaarten hadden stukken beter gekund en de nadruk ligt wel erg op generaals en oorlogen. Grotemannengeschiedenis dus.

Zulke boeken krijgen tegenwoordig soms het verwijt dat ze het patriarchaat steunen en hoewel ik de ratio van die kritiek kan volgen, vind ik een veel fundamenteler probleem dat in dit boek de relatie tussen dieperliggende processen en oppervlakkige evenementen onderbelicht is. Een historicus moet in elk geval de feiten en oorzaken zo intersubjectief mogelijk presenteren; dat resultaat kan dan later een rol spelen in andere, meer politieke discussies.

Lees verder “Faits divers (22): Boeken” →

De Baiuvaren: herintegratie

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

In het vorige stukje over de Baiuvaren noemde ik al een lange reeks bevolkingsgroepen: de oorspronkelijke Romeinse bevolking, achtergebleven Hunnen, Sueben, immigrerende Alamannen, Gotische troepen. Al met al een behoorlijke mix. Grafvondsten bewijzen ook de aanwezigheid van immigranten uit het Oostzeegebied en mensen uit het noordwesten, die we wellicht Franken mogen noemen. Ik voeg de Hunse bruiden uit het oosten toe, waarover ik zes jaar geleden al eens blogde. En uit deze mix moeten de Baiuvaren zijn ontstaan. Hun naam documenteert nóg een groep landverhuizers, want de Germaanse vorm van hun naam, *Bajawarjōz, verwijst naar Bohemen.

Het archeologisch bewijs

Het historisch en naamkundig bewijs lijkt dus te suggereren dat een groep die ooit had gewoond aan de bovenloop van de Elbe, naar Raetia is getrokken, de macht heeft overgenomen en een zekere stabiliteit geschapen. Daarna is men het gebied en alle bewoners naar hen gaan vernoemen. Dit is natuurlijk wat speculatief, maar de archeologische data wijzen in dezelfde richting. In het huidige Tsjechië verdwijnt namelijk in de loop van de vijfde eeuw het zogeheten Friedenhain-Přešťovice-keramiek, terwijl dat langs de Donau steeds vaker opduikt.

Lees verder “De Baiuvaren: herintegratie” →

De Baiuvaren: desintegratie

Laat-Romeinse mantelspeld (Archäologische Staatssammlung, München)

Ik heb het onlangs gehad over de Baiuvaren, zeg maar de voorgangers van het Duitse Beieren. De schakel tussen de Baiuvaren en de deelstaat is het middeleeuwse hertogdom. Wat ooit een stam – ik gebruik deze term even met een slag om de arm – was geweest, werd onder een eigen hertog (dux) opgenomen in het Frankische Rijk. Toen dat later uiteenviel en het Duitse rijk ontstond, bleef dit stamhertogdom intact, en daaruit is dus het huidige Beieren ontstaan. De continuïteit is er – maar hoe begon die? Wie waren die Baiuvaren of Baiovaren?

Oudste vermeldingen

Je kunt natuurlijk kijken naar de oudste naamsvermelding. Die vinden we in een rond 520 na Chr. geschreven tekst die bekendstaat als de Frankische Volkentabel, een soort stamboom van de Germaanse volken. Hierin staat dat de Baiuvaren afstamden van ene Boguar. Als ik toevoeg dat de Saksen volgens de auteur van dit werkje de nakomelingen zijn van ene Saxo, de Vandalen van ene Wandalus, de Franken van Francus en de Britten van Britto, dan heeft u al voldoende beeld van de kwaliteit van de Volkentabel. Desondanks leren we dat de Baiuvaren golden als Germaans volk.

Lees verder “De Baiuvaren: desintegratie” →

Een schijffibula uit Rhenen

Schijffibula uit Rhenen (Stadsmuseum)

Op de expositie “Gouden Vrouwen” in Rhenen, waarover ik al eens blogde, is bovenstaande mantelspeld te zien. De oudheidkundige jargonterm is schijffibula, waarbij fibula het dure woord is voor mantelspeld en schijf voor schijf. Schijffibula’s – code-switchers zeggen fibulae – zijn er in allerlei maten en complexiteiten, en het Rhenense exemplaar behoort tot het wat hogere segment. De techniek waarmee het is vervaardigd, is namelijk de dure versie van het ook al dure email cloisonné. Althans, dat denk ik. Als ik me vergis, mag u het hieronder verbeteren. In elk geval: email cloisonné is al vrij bewerkelijk en kostbaar, en dat maakt de Rhenense mantelspeld, die nog een tikje kostbaarder is, dus een bescheiden topstuk.

Email cloisonné

Bij email cloisonné bestaat een fibula uit verschillende lagen. Aan de onzichtbare achterkant zit de eigenlijke speld, die gemaakt is van ijzer, brons of misschien zelfs zilver. Die zit vast aan een rond metalen plaatje dat de basis is van het voorwerp. Opnieuw: ijzer, brons of zilver. Dit is de zogenaamde draagplaat. Vaak ligt daarover een flinterdun laagje glimmend edelmetaal, waarvan ik de functie zo zal toelichten.

Lees verder “Een schijffibula uit Rhenen” →

Archäologische Staatssammlung, München

Sieraden van een Baiuvaarse dame (Archäologische Staatssammlung, München)

Diluviale regens in zuidelijk Duitsland, ook in München, en de meteorologische dienst had een waarschuwing afgegeven: “Gefahr für Leib und Leben durch Überflutungen von Straßen/Unterführungen sowie gewässernahen Gebäuden; mögliche Erdrutsche.” Volmaakt museumweer dus. En daarom bezochten mijn betere helft en ik afgelopen zaterdag de Archäologische Staatssammlung. Het museum met de nationale collectie van Beieren is een maand geleden na een verbouwing heropend.

En het is een triomf. Zeg maar iets in de orde van het Akropolismuseum. De verzameling zelf is indrukwekkend, er zit een heldere visie achter de opstelling en die visie is ook effectief uitgewerkt. Het museum is nog niet helemaal klaar, overigens. De toelichting in het Engels en Beiers is nog niet overal aanwezig en er zijn nog geen tentoonstellingen. Althans niet in het museumgebouw; op verschillende plekken in de stad is aangegeven wat daar is opgegraven. Wie bijvoorbeeld vanaf de Odeonsplatz de Hofgarten binnenloopt, kan daar ontdekken dat hier ooit een Romeins reliëfje is opgegraven. Maar ook al is er nog geen tentoonstelling in het museum zelf, de collectie is klaar en staat prachtig opgesteld. Het personeel heeft er zin in en je voelt je welkom.

Lees verder “Archäologische Staatssammlung, München” →

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

Lees verder “De Europese canon (1-5)” →

De monniken van Ierland

Clonmacnoise, een oud Iers klooster

Ik vertelde al eerder dat de zesde eeuw een grote crisis markeerde. De antieke cultuur liep ten einde. In West-Europa was bijvoorbeeld de financiering van de scholen, die ooit in elke stad in het Romeinse Rijk hadden gestaan, problematisch geworden. Dat de kunst van het lezen en schrijven dreigde te verdwijnen, blijkt wel uit kerkelijke richtlijnen betreffende ongeletterde geestelijken. Ook ontbraken de middelen om versleten boeken te kopiëren, zodat de bibliotheken in verval raakten. In Sevilla was bisschop Isidorus de koning te rijk met zijn vierhonderd boeken, terwijl zijn tijdgenoot paus Gregorius in Rome met moeite één bibliotheek geopend kon houden. In Tours begon zijn naamgenoot, bisschop Gregorius, zijn Geschiedenis van de Franken met de vaststelling:

De schrijfcultuur in Gallië is in verval en zelfs op sterven na dood. Intussen wisselen goed en kwaad elkaar af: volksstammen gaan barbaars tekeer, koningen razen als nooit tevoren, ketters vallen kerken aan, rechtgelovigen verdedigen ze, het christendom telt vele vurige aanhangers, maar ook tal van afvalligen, kerken worden door vrome mensen rijkelijk begiftigd en door ongelovigen leeggeroofd. En toch is er geen enkel getalenteerd auteur om dit alles in proza of in poëzie te beschrijven. Hoe vaak heb ik de klacht niet gehoord: “Wat een tijd! De letteren zijn verdwenen en er is niemand meer om de gebeurtenissen van vandaag te boek te stellen!”

Vaak heb ik over deze en andere verzuchtingen nagedacht. Ten slotte besloot ik zelf iets te doen om het verleden bij het nageslacht levendig te houden. Ondanks mijn gebrekkige stijl kon ik het niet laten de twisten van booswichten en het leven van rechtschapen mensen op te tekenen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken, proloog; vert. Jef Ector.

Lees verder “De monniken van Ierland” →