De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

De Griekse stad Thebe

Boiotisch beeldje van Europa op de stier (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Zeg Griekenland en mensen denken aan Athene en Sparta. De eerste associatie zal zelden Korinthe, Milete of Argos zijn, of Syracuse of Kyrene. Of Thebe. Terwijl die laatste stad heel belangrijk is geweest. Het misschien wel beste bewijs is dat de eigen sagen van Thebe niet alleen bewaard zijn, maar algemeen Grieks erfgoed zijn geworden. We kennen de verhalen over Dionysos, Oidipous, Antigone en de Zeven tegen Thebe bijvoorbeeld uit Atheense toneelstukken en afbeeldingen uit de hele Griekse wereld.

In de archaïsche tijd was Thebe dus een culturele trendsetter. De dichter Pindaros was een Thebaan en er waren filosofen. En Thebe was een machtige stad, die deelnam aan de kolonisatie en de omliggende steden organiseerde in de zogeheten Boiotische Bond.

Lees verder “De Griekse stad Thebe”

De kat en haar naam

Biologen geven dieren en planten geleerde Latijnse namen en u zult bij het horen van het woord Felis wel vermoeden dat het gaat om de kat. Is het niet om de kattenbrokjes, dan wel om de tekenfilmpjes. Omdat de Romeinen er een naam voor hadden, wisten ze van het bestaan van het dier.

De verspreiding van de kat

Dat blijkt niet alleen uit teksten, maar ook uit archeologische vondsten. Een geschiedenis van de kat in de Oudheid zou kunnen beginnen in de Late Steentijd, toen wilde katten in het Nabije Oosten zich aangetrokken voelden door de muizen op de eerste boerderijen. Daar zijn ze door de bewoners gedomesticeerd. Of misschien domesticeerden de katten wel de mens, opdat die voor hen zou zorgen in tijden van muizenschaarste.

Lees verder “De kat en haar naam”

De munten van Paestum

Poseidon op een munt uit Paestum (© Nationale Numismatische Collectie, Amsterdam)

Volgende maand, op 25 april om precies te zijn, beginnen in het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) twee exposities. De ene is gewijd aan de Romeinse villa’s in Limburg. Hier, in een uit het zuiden geïmporteerd ondernemingstype, werd het geld verdiend dat de Romeinen uitgaven aan de militaire periferie. Het is een ingewikkeld onderwerp, waar ik nog eens over zal bloggen. Ik ben in elk geval benieuwd.

De naam Paestum

De andere tentoonstelling is gewijd aan de Zuid-Italische stad Paestum, waarover ik op deze plaats al eens eerder heb geschreven. Destijds leek het mij een leuk idee om drie tussenkopjes te gebruiken om de drie bewoningsfasen aan te duiden. Die namen kende ik uit een oudheidkundige encyclopedie en zijn gebaseerd op de muntopschriften. De Griekse kolonie heette Poseidonia, “Poseidonstad”; toen de Lucaniërs (een Italisch volk) de stad rond 410 v.Chr. hadden overgenomen, noemden ze haar Paiston; en de Romeinen maakten daar Paestum van. Ruurd Halbertsma, die de expositie organiseert, vertelde me echter dat het niet klopte. Ook encyclopedieën verouderen.

Lees verder “De munten van Paestum”

Het Forum Romanum

Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

Lees verder “Het Forum Romanum”

Nieuws uit Tyrus

De zogenaamde Mozaïekstraat in Tyrus

Dit is leuk, dit is leuk, dit is leuk. De Egyptische Haven in Tyrus is gelokaliseerd.

Om te begrijpen waarom dat zo leuk is, moet ik u eerst even iets vertellen over die havenstad in zuidelijk Libanon. Die bestaat grosso modo uit twee delen. In het oosten is een enorm grafveld met een hippodroom; in het westen (op het voormalige eiland) is een kleine opgraving van Romeinse gebouwen. Die bestaat weer uit twee helften. Als u vanuit de stad binnenloopt, heeft u voor u een dubbele colonnade, die wel aangeduid wordt als de Mozaïekstraat. Aan de rechterzijde liggen wat gebouwen met onduidelijke functies, aan de linkerzijde ligt een Romeins badhuis. En aan het einde is de zee. De resten van een Romeinse pier liggen er ergens in de branding.

Daar moet ergens de Egyptische Haven hebben gelegen. Die heette zo omdat ’ie lag in de richting van Egypte. De noordelijke haven is vernoemd naar Sidon en is nog steeds in gebruik voor vissersschepen en pleziervaart. Maar de Egyptische Haven was dus zoek.

Lees verder “Nieuws uit Tyrus”

Ptolemaïsche tempels

“Philosophers’ Court”, Saqqara

Het hellenisme is weleens getypeerd als mengcultuur van Griekse en andere vormen, maar dat is nogal ongenuanceerd. De diverse culturen konden op allerlei manieren met elkaar in wisselwerking treden. In hellenistisch Babylonië bestond apartheid. Je had daar voor de diverse talen papierschrijvers en tabletschrijvers, terwijl in de kunst de artistieke tradities lang gescheiden bleven. Toch zien we daar later combinaties ontstaan, mengvormen. In Ai Khanum wisselden de bewoners voortdurend van rol: je sprak Grieks en gedroeg je als Griek op de ene plek en was Baktriër op de andere. Ook Jeruzalem kende dubbele identiteiten: mensen die in de ene context Jason heetten en in een andere Jozua. Alles was mogelijk.

Hoe zat dat in Egypte? Ik sprak er onlangs over met Geert Ham, die werkt aan een proefschrift over de manieren waarop Griekse en Egyptische kunst en architectuur zich tot elkaar verhielden in tempels in hellenistisch Egypte. Zoals bekend was in dat land een Griekssprekende dynastie aan de macht, de Ptolemaiën, die zich ook graag presenteerde als Grieks. Er was daarnaast een vitale Egyptische traditie die door de Ptolemaïsche en Romeinse tijd heen nog invloed had op de Koptische christenen. In de derde en tweede eeuw v.Chr. stonden deze twee tradities naast, tegenover, bij elkaar, in steeds andere combinaties en wisselwerkingen. Ham is momenteel bezig met het opstellen van een inventaris over vier heiligdommen, waarvan de informatie vooralsnog verspreid ligt.

Lees verder “Ptolemaïsche tempels”

Het vroegste Palmyra

De gedomesticeerde dromedaris was cruciaal voor de bloei van Palmyra (Archeologisch Museum, Palmyra)

Ik heb, naar aanleiding van het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, de afgelopen weken geblogd over de Crisis van de Derde Eeuw. Het Romeinse klimaatoptimum liep ten einde, er was een economische crisis, de stammen buiten het Romeinse Rijk werden gevaarlijk en in het oosten was er vaak oorlog met de Sassanidische Perzen. Rond het midden van de derde eeuw was er een epidemie (mogelijk ebola) en in de volgende kwart eeuw viel het wereldrijk uiteen in drie delen: naast het centrale rijk van keizer Gallienus regeerde Postumus in het westen over Gallië en omstreken, terwijl de oostelijke provincies onder keizerin Zenobia van Palmyra voor zichzelf begonnen.

De geschiedenis van Palmyra begint echter niet in de derde eeuw. Evenmin eindigt ze als keizer Aurelianus orde op zaken stelt. De geschiedenis van Palmyra begint in de Bronstijd en loopt door tot de Vroege Middeleeuwen. Ik zal er vijf blogjes aan wijden.

Lees verder “Het vroegste Palmyra”

Castor en Pollux in Rome (2)

De tempel van Castor en Pollux op de Forma Urbis Romae (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige stukje vertelde ik dat een generaal genaamd Postumius de tempel voor Castor en Pollux beloofde en dat zijn zoon die inwijdde. Archeologen hebben restanten teruggevonden van het heiligdom dat de Postumii bouwden. Ze hebben vastgesteld dat het podium waarop het heiligdom stond ongeveer even groot was als het enorme podium dat nu is te zien. Verder groeven ze een deel van de decoratie op, waarvan aannemelijk is dat het behoorde tot deze eerste bouwfase. Het moet voor Latijnse bezoekers, die ongetwijfeld vaak in Rome kwamen, pijnlijk zijn geweest te zien dat hun nederlaag met zo’n grandioos bouwwerk werd herdacht.

De bouwers gaven een vergelijkbaar politiek signaal af aan de Romeinse bevolking: dit was immers een cultus van aristocraten, die de massa’s duidelijk maakten dat zij sinds de val van de monarchie de macht in handen hadden. Het volk vergat het niet: de Postumii werden met dodelijke haat verafschuwd en we kennen anekdotes over generaals die werden gestenigd door hun manschappen. Het is maar een detail uit het conflict dat in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. woedde en bekendstaat als de Standenstrijd.

Lees verder “Castor en Pollux in Rome (2)”

Woorden uit het Gallisch (slot)

Hoewel Grannos Gallisch is voor baardig, heeft Apollo Grannus geen baard (Archeologisch museum, Grand)

Een jaar of drie geleden schafte ik het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre aan, waar ik sindsdien enkele keren over heb geblogd: over de wijze waarop taalkundigen het Gallisch reconstrueren, over de Gallische woorden voor diverse kledingstukken, over enkele plaatsnamen en over nog meer plaatsnamen, over Gallische boerderijwoorden, over militaire termen en over nog wat andere woorden. Vandaag wil ik afronden met wat kleingrut.

Eerst wat vogels: de alauda (de Franse alouette) is een leeuwerik, terwijl de singi en de volcos allebei verwijzen naar valken. Waarom het Vijfde Legioen zich naar  heeft vernoemd naar leeuweriken, weet het niet, maar Caesar stelde het dus samen uit Galliërs.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch (slot)”