China en Rome

Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassaniden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Amazones

Achilleus kijkt Penthesileia in de ogen (Mausoleum van Halikarnassos)

De eerste vermelding van Amazones in de Griekse literatuur is te vinden in de Ilias. Homeros noemt deze beroemde vrouwelijke krijgers twee keer ἀντιάνειραι, “gelijk aan de mannen”. Het vervolg op de Ilias, de Aithiopis, begon met de aankomst van Amazonekoningin Penthesileia, “dochter van Ares en van het Thracische ras”. Dat lezen we althans in een latere samenvatting van de Aithiopis, want het eigenlijke werk van Arktinos van Milete is verloren gegaan.

Hij lijkt te hebben verteld dat Penthesileia een dappere strijder was maar het uiteindelijk aflegde tegen Achilleus. Terwijl de Trojanen haar begraven, vertelt een van de Griekse soldaten, Thersites, dat Achilleus verliefd was geworden op de dode Amazone. De kunstenaars uit de oudheid herkenden een goed verhaal als ze het hoorden. Afbeeldingen van Achilleus en Penthesileia tonen hen gewoonlijk terwijl ze elkaar in de ogen kijken.

Lees verder “Amazones”

Euthydemos van Baktrië (of niet)

Euthydemos van Baktrië? (Collectie Torlonia, Rome)

Totdat Rome afzakte tot hoofdstad van de Italianen – bonuspunten voor wie het citaat herkent – was het de hoofdstad van een universele wereldkerk. Een klein aantal families oefende de macht uit: de Colonna’s, de Orsini’s, de Borgheses. Daar kwamen later nieuwe families bij. De Torlonia’s zijn bijvoorbeeld achttiende-eeuwse nieuwkomers. Tijdens de Franse bezetting van de Kerkelijke Staat hielden ze het Vaticaan financieel op de been. Daar werden ze zelf niet slechter van en ze kochten titels als “hertog van Bracciano”, “hertog van Poli”, “markies van Romavecchia en Turrita”. Paus Pius VII verleende, kort na zijn terugkeer naar Rome, de titel van prins.

Kunstverzameling

De prinselijke familie nam niet alleen titels over maar ook kunstcollecties, zoals die van de familie Giustiniani. Ze deed ook opgravingen, onder andere in Portus, de haven van Rome naast Ostia. Zo ontstond het Torlonia-museum. Alleen de pauselijke collectie antiquiteiten in de Vaticaanse Musea, de stedelijke verzameling op het Capitool en (nadat Rome was afgezakt tot hoofdstad van de Italianen) de collectie in het Museo Nazionale Romano zijn groter. In 1960 ging het Torlonia-museum echter op slot. Sindsdien kon het publiek de honderden stukken sculptuur niet langer bezichtigen.

Lees verder “Euthydemos van Baktrië (of niet)”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische buitengrens is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”

De niet zo grote volksverhuizingen

De niet zo grote volksverhuizingen

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dit kaartje van de Grote Volksverhuizingen blijft maar terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

De IJzertijd

Een koning uit de IJzertijd: Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Skythen in een gebied zonder landkaarten

Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.

Skythen in de Altaj

In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.

Lees verder “Skythen in een gebied zonder landkaarten”

Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Bodhisattva uit Gandara (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat te zeggen. Voor het goede begrip, ze heeft vermoedelijk groot gelijk als ze zegt dat de westerse mogendheden Afghanistan met rust moeten laten en dat ze, als ze steun willen geven, samenwerking moeten aanbieden op het gebied van medische zorg, landbouw en voedsel, en mogelijk onderwijs. Daarover blog ik dus niet.

Wat me stoorde was een voor haar betoog welbeschouwd irrelevant terzijde.

In de loop van de geschiedenis hebben buurrijken zoals van de Assyriërs, Grieken, Scythen, Perzen en Mongolen delen van Afghanistan ingelijfd. Het resultaat is een mozaïek van culturen.

Au.

Lees verder “Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco”

1. De periferie en het centrum

Sculptuur uit Oud-Termez

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tweede van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Oud-Termez is ontstaan rond 200 v.Chr., zoveel maakt de archeologie wel duidelijk, maar veel meer weten we niet. Dat de bouwheer een hellenistische koning Demetrios de Onoverwonnene was die de stad naar zichzelf vernoemde, is maar één hypothese over de stichting. De vondsten bieden geen uitsluitsel, al is het plaatselijke museum aardig genoeg: de gebruikelijke collectie aardewerk en munten en ook wat sculptuur. Daaronder is een kapiteel, gedecoreerd met palmetten, guirlandes en een afbeelding van een gespierde, naakte man met over zijn hoofd een leeuwenhuid. Herakles, zou je zeggen.

Termez ligt echter in Baktrië, op de grens van Oezbekistan en Afghanistan, en het kapiteel is gevonden in een boeddhistisch klooster. De makers hebben, toen ze Boeddha wilden afbeelden, gekozen voor een Grieks voorbeeld. Andere vroege Boeddha’s zijn gebaseerd op westerse afbeeldingen van de god Apollo.

Lees verder “1. De periferie en het centrum”